Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting hoofdstuk 20 Zwaartepunten van het vermogensrecht, ISBN: 9789013121629 Vermogensrecht

Note
-
Vendu
-
Pages
4
Publié le
17-06-2022
Écrit en
2021/2022

Een samenvatting van hoofdstuk 20 'Zwaartepunten van het vermogensrecht'

Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 20 Rechten van de schuldeiser bij niet-nakoming II: opschorting en
ontbinding, schuldeisersverzuim
§20.1 Probleemverkenning
De meeste overeenkomsten zijn wederkerig. Art. 6:261 BW definieert dit type overeenkomst als:
‘Een overeenkomst is wederkerig, indien elk van beide partijen een verbintenis op zich neemt ter
verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt. Uit de
definitie blijft nadrukkelijk de nauwe band die er bestaat tussen de door partijen over en weer
opgenomen verbintenissen.

§20.2 Opschortingsrecht
Komt een van de partijen bij een wederkerige overeenkomst haar opeisbare verbintenis niet of niet
deugdelijk na, dan is krachtens art. 6:262 BW de wederpartij bevoegd de nakoming van haar
daartegenover staande verplichtingen op te schorten. Dit rechtsmiddel draagt de naam de ‘exceptio
non adimpleti contractus’. Het biedt een verweermiddel tegen een vordering tot nakoming. De
wederpartij die van haar opschortingsrecht gebruikmaakt, kan – zolang de bevoegdheid daartoe
bestaat – niet tot nakoming worden gedwongen. Voor de duur van de opschorting is haar
verplichting niet opeisbaar, zodat er van haar kant geen sprake is van tekortschieten. De opschorting
voorkomt dat de wederpartij in verzuim raakt. Een partij die als eerst moet presteren, kan zich niet
op art. 6:262 BW beroepen. Voor inroeping is immers vereist dat de vordering opeisbaar is. Soms
kent art. 6:262 BW haar echter alsnog een opschortingsrecht toe. Dat mag alleen wanneer de
wederpartij na het sluiten van de overeenkomst kennis moet hebben gekregen van omstandigheden
die haar goede grond geven te vrezen dat haar schuldenaar zijn verplichtingen niet zal nakomen. Dit
rechtsmiddel heet de ‘onzekerheidsexceptie’. Opschortingsrechten zijn niet tot wederkerige
overeenkomsten beperkt. Dat twee personen over en weer elkaar schuldeiser en schuldenaar zijn,
hoeft namelijk helemaal niet voort te vloeien uit één wederkerige overeenkomst, het kan ook het
gevolg zijn van verschillende rechtsfeiten. Ook in die gevallen kan er een opschortingsbevoegdheid
bestaan en wel op grond van art. 6:52 BW. Krachtens deze bepaling is een schuldenaar die een
opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te
schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis een
voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen. Die voldoende samenhang is
in art. 6:262 en 6:263 BW gegeven met betrekking tot de tegenoverstaande verbintenissen uit een
wederkerige overeenkomst.

§20.3 Ontbindingsrecht
De regels van art. 6:262 en 6:263 BW geven de wederpartij van de niet presterende schuldenaar een
recht op uitstel van de eigen prestatie. Uitstel totdat duidelijk wordt dat ook de ander zo presteert
als hij het behoort te doen. Veel verder gaat de regel van art. 6:265 BW. Art. 6:265 BW kent de
weerpartij de bevoegdheid toe de overeenkomst te ontbinden en daardoor niet uitstel, maar afstel
van de eigen prestatieplicht te bewerken. Art. 6:265 lid 1 BW geeft als hoofdregel dat iedere
tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verbintenissen aan de wederpartij de
bevoegdheid geeft om de overeenkomst te ontbinden. Uit de ‘tenzijbepaling’ aan het einde van lid 1
volgt echter dat deze regel uitzondering leidt wanneer de tekortkoming de ontbinding niet
rechtvaardigt. In lid 2 is er een nader vereiste voor het ontstaan van de ontbindingsbevoegdheid,
althans voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is. Voor zover de nakoming blijvend
of tijdelijk onmogelijk is, is voor het ontstaan van de bevoegdheid tot ontbinding door de wederpartij
geen verzuim van de tekortschietende partij vereist. In alle andere gevallen dient de schuldenaar in
verzuim te zijn. Art. 6:267 BW geeft twee wijzen van ontbinding aan. Op grond van lid 1 kan

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstuk 20
Publié le
17 juin 2022
Nombre de pages
4
Écrit en
2021/2022
Type
RESUME

Sujets

€7,24
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
cheyennecaumon

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
cheyennecaumon Geen uitgever
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
-
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
0
Documents
19
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions