DE HERSENEN (ENCEPHALON)
Algemene functie van de hersenen: integratie van de sensorische input en de motorische output
TRUNCUS CEREBRI MESENCEPHALON (middenhersenen)
De hersenstam Dorsale gebied (tectum)
Colliculi superior: besturen van de oogspieren, hoofdspieren en rompspieren als reactie op
visuele informatie
Colliculi inferior: bewegen van de oogspieren, hoofdspieren en rompspieren als reactie op
auditieve informatie
Substantia nigra
Diepe kernen die dopamine vrijmaken voor de extrapiramidale banen, die verantwoordelijk zijn voor
de onderbewuste spieractiviteit
PONS
Bestaat uit vezels / vanuit de pons vertrekken 9 van de 12 hersenzenuwen
MEDULLA OBLONGATA (verlengde merg)
Reflexcentra voor de regeling van drie vitale functies (hartcentrum, ademcentrum en
vasomotorencentrum)
Centra voor de regeling van mechanismen die coördinatie vereisen (hikken, slikken, hoesten en
braken)
CEREBELLUM Twee hemisferen met fijne groeven: folia
De kleine hersenen Integratie en schakeling van motorische functies:
Stand van ons lichaam en de oriëntatie in de ruimte
Informatie over de aard van willekeurige bewegingen
Bewegingen zullen soepel, gecoördineerd en evenwichtig zijn
DIENCEPHALON THALAMUS
De tussenhersenen Kerngebieden in de thalamus: gehoor, zicht, tast, pijn, temperatuurzin, druk en vibratie
Schakelstation:
Opstijgende banen maken hier een synaps
Verzendt binnengekomen informatie naar de juiste plaats in het cerebrum
EPITHALAMUS (in verbinding met de epifyse)
Algemene functie van de hersenen: integratie van de sensorische input en de motorische output
TRUNCUS CEREBRI MESENCEPHALON (middenhersenen)
De hersenstam Dorsale gebied (tectum)
Colliculi superior: besturen van de oogspieren, hoofdspieren en rompspieren als reactie op
visuele informatie
Colliculi inferior: bewegen van de oogspieren, hoofdspieren en rompspieren als reactie op
auditieve informatie
Substantia nigra
Diepe kernen die dopamine vrijmaken voor de extrapiramidale banen, die verantwoordelijk zijn voor
de onderbewuste spieractiviteit
PONS
Bestaat uit vezels / vanuit de pons vertrekken 9 van de 12 hersenzenuwen
MEDULLA OBLONGATA (verlengde merg)
Reflexcentra voor de regeling van drie vitale functies (hartcentrum, ademcentrum en
vasomotorencentrum)
Centra voor de regeling van mechanismen die coördinatie vereisen (hikken, slikken, hoesten en
braken)
CEREBELLUM Twee hemisferen met fijne groeven: folia
De kleine hersenen Integratie en schakeling van motorische functies:
Stand van ons lichaam en de oriëntatie in de ruimte
Informatie over de aard van willekeurige bewegingen
Bewegingen zullen soepel, gecoördineerd en evenwichtig zijn
DIENCEPHALON THALAMUS
De tussenhersenen Kerngebieden in de thalamus: gehoor, zicht, tast, pijn, temperatuurzin, druk en vibratie
Schakelstation:
Opstijgende banen maken hier een synaps
Verzendt binnengekomen informatie naar de juiste plaats in het cerebrum
EPITHALAMUS (in verbinding met de epifyse)