samenvatting (hoor- en
oefencolleges)
Klinisch wetenschappelijk
handelen 2
Academiejaar: 2021-2022 & docenten: Ilse Smits en Sabine Van
Eerdenbrugh
, Samenvatting klinisch wetenschappelijk handelen 2 (KWH2)
Omdat het gedeelte van Sabine geen leerstof is voor het examen, heb ik dit ook niet
samengevat. Tijdens de lessen volgde ik gewoon in mijn cursus en duidde ik de belangrijkste
zaken met fluo aan (vb. de zaken die ik nodig heb voor de taak/bachelorproef te maken). De
samenvattingen van het deel statistiek vind je hieronder.
HC1: kansverdeling en hypothesetoetsing
Dit jaar zien we inductieve analyses: vanuit een ervaring een theorie opbouwen. We voeren
de analyse uit op een steekproef, maar eens een theorie gevonden is kan deze
gegeneraliseerd w. In de H0-hypothese ga je er vanuit dat er geen verschil is tussen groepen.
Met deze analyses ga je opzoek naar hoe groot de kans is dat we wel een verschil
observeren.
Kansverdeling
Een kans (P (probabiliteit)):
Is de mate van (on)zekerheid over het optreden van een bepaalde gebeurtenis. Een
kansverdeling is een vorm van frequentieverdeling. We voorspellen wat de frequentie van
voorkomen zal zijn van een gebeurtenis.
M = de gebeurtenis die ik wil vaststellen (vb. mensen met 32cm blond haar)
N = het # waarden/proefpersonen
U = de uitkomstenruimte (vb. het aantal mensen met 32cm blond haar)
Elementaire gebeurtenissen: de elementen in de uitkomstenruimte
N(M) = hoe vaak komt de meting voor (vb. de meting van 32cm haar)
P(M) = de kans om de waarde M te krijgen
Mogelijke uitkomsten van kansen:
Kans op één specifieke elementaire gebeurtenis: P(M) 0 (vb. is 0 wanneer niemand blond
haar heeft van 32cm, of >0 wanneer er wel mensen zijn met meer dan 5cm)
Kans op niet die ene specifieke elementaire gebeurtenis: P(niet-M) = 1 – P(M)
Kans op eender welke gebeurtenis uit U: P(M) = 1 want het is de som van alle kansen
op elementaire gebeurtenissen uit U
Voorbeeld – kans:
Een dobbelsteen bevat 6 waarden (N = 6). De uitkomstenruimte is U = {1, 2, 3, 4, 5, 6}. We zoeken
de kans op het gooien van ‘6’ in één keer. Het aantal keer dat 6 voor komt in U = N(6) = 1.
P(6) = N(6)/ 6 = 1/6 = 0,167 = 16,7% (aantal/totaal*100)
Bij een perfecte dobbelsteen en een aselecte steekproef met teruglegging heeft elke gebeurtenis uit
de uitkomstenruimte evenveel kans om voor te komen, elk cijfer in de uitkomstruimte heeft evenveel
kans om gegooid te worden = uniform kansmodel.