Poëzie
Een gure nacht
Regen slaat op straat te pletter
De noordenwind huilt
Op straat loopt een kleine jongen
Die vreemd genoeg nog nergens schuilt
Waar zou hij toch heengaan?
Wat voert hem hier naartoe?
Hij zou al lekker moeten liggen slapen
Toch lijkt hij nog niet moe
Sneller gaat hij lopen
Steeds harder rent hij weg
Hijgend kijkt hij achterom
Dan volgt voor hem de pech
Een dikke tak doemt op
De jongen struikelt en valt neer
Haastig wil hij verder
Maar dan valt hij weer
Een lange man komt naderbij
En stort zich op de jongen
Een onderdrukte schreeuw volgt
Mee moet hij, noodgedwongen
Daar verdwijnen ze haastig
De jongen spartelt nog wat tegen
Opgeslokt door donkere bomen
Gekweld door de stromende regen
Wat er met de jongen is gebeurd
En door wie hij werd gekweld
Dat is voor niemand nog bekend
Zelfs de politie staat versteld
Maar in het dorpje van dit raadsel
Komt geen kind in ’t donker buiten
Naar de nacht mogen ze alleen maar kijken
Veilig vanachter de glazen ruiten
Opdracht:
Ik ben behoorlijk lang met het gedicht bezig geweest, daardoor begrijp je het ook
steeds meer. De schrijver maakt gebruik van een lastige woordkeuze, hierdoor
was ik er langer mee bezig om het te begrijpen vergeleken met de andere
gedichten. Het gedicht doet me niet zo heel veel, omdat ik het gedicht eigenlijk
wat persoonlijk vind. Het is niet echt een algemeen onderwerp/gevoel. Het gaat
om het beeld van de persoon die het geschreven heeft, waarbij hij/zij zijn/haar
bepaalde gevoelens heeft.
De vraag waarom
Een gure nacht
Regen slaat op straat te pletter
De noordenwind huilt
Op straat loopt een kleine jongen
Die vreemd genoeg nog nergens schuilt
Waar zou hij toch heengaan?
Wat voert hem hier naartoe?
Hij zou al lekker moeten liggen slapen
Toch lijkt hij nog niet moe
Sneller gaat hij lopen
Steeds harder rent hij weg
Hijgend kijkt hij achterom
Dan volgt voor hem de pech
Een dikke tak doemt op
De jongen struikelt en valt neer
Haastig wil hij verder
Maar dan valt hij weer
Een lange man komt naderbij
En stort zich op de jongen
Een onderdrukte schreeuw volgt
Mee moet hij, noodgedwongen
Daar verdwijnen ze haastig
De jongen spartelt nog wat tegen
Opgeslokt door donkere bomen
Gekweld door de stromende regen
Wat er met de jongen is gebeurd
En door wie hij werd gekweld
Dat is voor niemand nog bekend
Zelfs de politie staat versteld
Maar in het dorpje van dit raadsel
Komt geen kind in ’t donker buiten
Naar de nacht mogen ze alleen maar kijken
Veilig vanachter de glazen ruiten
Opdracht:
Ik ben behoorlijk lang met het gedicht bezig geweest, daardoor begrijp je het ook
steeds meer. De schrijver maakt gebruik van een lastige woordkeuze, hierdoor
was ik er langer mee bezig om het te begrijpen vergeleken met de andere
gedichten. Het gedicht doet me niet zo heel veel, omdat ik het gedicht eigenlijk
wat persoonlijk vind. Het is niet echt een algemeen onderwerp/gevoel. Het gaat
om het beeld van de persoon die het geschreven heeft, waarbij hij/zij zijn/haar
bepaalde gevoelens heeft.
De vraag waarom