12: Erfelijkheid en Evolutie. Par 12.1 12.2
12.3 12.4 12.6
Voor elke eigenschap die een organisme bezit, zitten in een lichaamscel telkens twee allelen.
Hiervan is éen van de vader en éen van de moeder. Je krijgt van beide ouders 1 allel. De
twee allelen samen vormen een bepaalde eigenschap. Dit heet het genotype. Al die
eigenschappen samen vormen wie jij bent.
Wanneer het genotype van een eigenschap uit twee dezelfde allelen bestaat is het
Homozygoot. Dit wordt genoteerd als AA of aa
Als het genotype uit twee verschillende allelen bestaat is het Heterozygoot. Dit wordt
genoteerd als Aa.
*Je mag ook andere letters voor het genotype gebruiken. Zorg er dan wel voor dat de
hoofdletter en kleine letter goed van elkaar te onderscheiden zijn.
Een overheersend allel wordt Dominant genoemd. Een dominant allen noteren we met een
hoofdletter A als voorbeeld. Het dominante allen staat altijd vooraan in de notatie.
Een onderdrukt allel wordt Recessief genoemd. Dit wordt genoteerd met een kleine letter: a
bijvoorbeeld. Een recessief allel staat achteraan genoteerd.
AA = Homozygoot Dominant
Aa = Heterozygoot
aa = Homozygoot Recessief
Een kruising kan je aangeven in een kruisingsschema. Je moet dan weten welk genotype de
ouders van de nakomeling hebben. Daaruit kan je bepalen hoeveel kans de nakomelingen
hebben op de erfelijke eigenschappen van de ouders.
a
A
Aa aa
a
a Aa aa