Een kennismaking met de oude wereld
(hoofdstuk 1 t/m 4 , deeltoets periode 1)
Hoofdstuk 1 Het ontstaan van de beschavingen in Egypte en Mesopotamië
- Aan de oevers van de rivieren Eufraat en Tigris in Mesopotamië
(Irak) en de Nijl in Egypte zijn beschavingen ontstaan die hun
stempel op de geschiedenis van de oostelijke helft van het
Middellandse zeegebied gedrukt hebben.
- De opkomst van deze culturen vond even voor 3000 v.Chr.
- Kenmerkend door een toenemende verstedelijking , staatsvorming
en de uitvinding van het schrift.
De steentijd was onderverdeeld in 3 periodes:
- oude steentijd (paleolithicum) , middensteentijd (mesolithicum) en
nieuwe steentijd (neolithicum).
- In de oude en middensteentijd leefden de mensen van wat zij
vonden, jacht en van het verzamelen van plantaardig voedsel.
- Hierbij was het noodzakelijk steeds nieuwe jachtterreinen te zoeken.
Aan het eind van de middensteentijd hadden de mensen hun werktuigen
zo verbeterd dat hij effectiever van de natuurlijke omstandigheden kon
profiteren.
Hierdoor bleven sommige groepen langer op dezelfde plaats wonen
in primitieve hutten of holen.
Hierna werd in het Nabije oosten de stap gezet naar een grote beheersing
in de natuur door het zelf kweken van graansoorten en het temmen en
fokken van dieren in plaats van erop jagen.
- Deze ontwikkeling kwam sterk op gang in de nieuwe steentijd (het
neolithicum) - er was sprake van een neolithische revolutie
(overgang van jagers-verzamelaars naar een boerensamenleving)
,Paragraaf 1.1 Landbouw
Bij de landbouw onderscheiden we twee typen:
1. Regenlandbouw
2. Irigatielandbouw
- Regenlandbouw is mogelijk in gebieden waar ten minste 250
millimeter regen per jaar valt.
- Deze vorm van landbouw was mogelijk in Iran, Noord-Irak, Noord-
Syrië en het kustgebied van de Middellandse Zee).
Dit type landbouw was heel kwetsbaar, een geringe terugval in de
regenval bracht meteen een voedselcrisis met zich mee en een
langduriger klimaatverandering.
Egypte en zuidelijk Mesopotamië waren aangewezen op irrigatielandbouw.
- Natuurlijke en kunstmatige irrigatie.
Natuurlijke irrigatie was het best mogelijk in Egypte, waar de Nijl voor de
zaaitijd overstroomde (tussen midden juli en midden november).
In Mesopotamië vonden de overstromingen onregelmatiger plaats en
eerder in het jaar (van maart tot mei) dus tegen de oogsttijd.
- De irrigatielandbouw was aanzienlijk productiever dan de
regenlandbouw.
Zaaiploeg werd in Mesopotamië gebruikt (dit was een instrument
maakte ploegen en zaaien tegelijk mogelijk. (de hoge opbrengst was
te danken aan de zaaiploeg).
- De uitvinding van landbouw bracht veel positieve dingen met zich
mee; mensen hoefden zich niet langer bezig te houden met alleen
, de voedselproductie, er kwamen specialiteiten in allerlei handwerk
(bijvoorbeeld timmerman, leerlooiers, schrijvers).
Paragraaf 1.2 *blz. 21/22
Het centrum van de Mesopotamische stad was de tempel.
- De tempel was de woonplaats van de staatsgodheid.
3400-3200 v.Chr. : ontstaan van het spijkerschrift.
De boeren hadden een sedentaire levenswijze. (zij veranderden niet
van woonplaats, omdat zij land moesten ontginnen en onderhouden).
Veetelers waren nomadisch (ze trokken voortdurend rond om steeds
nieuwe weidegronden voor hun vee te vinden).
- Gedurende periode was er een haat-liefde relatie tussen beide
levenswijzen.
- Haat de sedentaire waren bang voor plunderingen door de (semi)
nomaden
- Liefde beide groepen elkaars producten nodig hadden.
Deze tegenstelling was een geliefd thema in de literatuur en speelt onder
andere een rol in het Bijbelverhaal van de moord van landbouwer Kain op
schaapherder abel.
Paragraaf 1.3 Geografische gesteldheid : overeenkomsten en
verschillen *blz. 23
Overeenkomsten Mesopotamië en Egypte:
- Beide zijn afhankelijk van rivierwater
- Er valt nauwelijks regen
- Er is gebrek aan grondstoffen (metalen, timmerhout)
(hoofdstuk 1 t/m 4 , deeltoets periode 1)
Hoofdstuk 1 Het ontstaan van de beschavingen in Egypte en Mesopotamië
- Aan de oevers van de rivieren Eufraat en Tigris in Mesopotamië
(Irak) en de Nijl in Egypte zijn beschavingen ontstaan die hun
stempel op de geschiedenis van de oostelijke helft van het
Middellandse zeegebied gedrukt hebben.
- De opkomst van deze culturen vond even voor 3000 v.Chr.
- Kenmerkend door een toenemende verstedelijking , staatsvorming
en de uitvinding van het schrift.
De steentijd was onderverdeeld in 3 periodes:
- oude steentijd (paleolithicum) , middensteentijd (mesolithicum) en
nieuwe steentijd (neolithicum).
- In de oude en middensteentijd leefden de mensen van wat zij
vonden, jacht en van het verzamelen van plantaardig voedsel.
- Hierbij was het noodzakelijk steeds nieuwe jachtterreinen te zoeken.
Aan het eind van de middensteentijd hadden de mensen hun werktuigen
zo verbeterd dat hij effectiever van de natuurlijke omstandigheden kon
profiteren.
Hierdoor bleven sommige groepen langer op dezelfde plaats wonen
in primitieve hutten of holen.
Hierna werd in het Nabije oosten de stap gezet naar een grote beheersing
in de natuur door het zelf kweken van graansoorten en het temmen en
fokken van dieren in plaats van erop jagen.
- Deze ontwikkeling kwam sterk op gang in de nieuwe steentijd (het
neolithicum) - er was sprake van een neolithische revolutie
(overgang van jagers-verzamelaars naar een boerensamenleving)
,Paragraaf 1.1 Landbouw
Bij de landbouw onderscheiden we twee typen:
1. Regenlandbouw
2. Irigatielandbouw
- Regenlandbouw is mogelijk in gebieden waar ten minste 250
millimeter regen per jaar valt.
- Deze vorm van landbouw was mogelijk in Iran, Noord-Irak, Noord-
Syrië en het kustgebied van de Middellandse Zee).
Dit type landbouw was heel kwetsbaar, een geringe terugval in de
regenval bracht meteen een voedselcrisis met zich mee en een
langduriger klimaatverandering.
Egypte en zuidelijk Mesopotamië waren aangewezen op irrigatielandbouw.
- Natuurlijke en kunstmatige irrigatie.
Natuurlijke irrigatie was het best mogelijk in Egypte, waar de Nijl voor de
zaaitijd overstroomde (tussen midden juli en midden november).
In Mesopotamië vonden de overstromingen onregelmatiger plaats en
eerder in het jaar (van maart tot mei) dus tegen de oogsttijd.
- De irrigatielandbouw was aanzienlijk productiever dan de
regenlandbouw.
Zaaiploeg werd in Mesopotamië gebruikt (dit was een instrument
maakte ploegen en zaaien tegelijk mogelijk. (de hoge opbrengst was
te danken aan de zaaiploeg).
- De uitvinding van landbouw bracht veel positieve dingen met zich
mee; mensen hoefden zich niet langer bezig te houden met alleen
, de voedselproductie, er kwamen specialiteiten in allerlei handwerk
(bijvoorbeeld timmerman, leerlooiers, schrijvers).
Paragraaf 1.2 *blz. 21/22
Het centrum van de Mesopotamische stad was de tempel.
- De tempel was de woonplaats van de staatsgodheid.
3400-3200 v.Chr. : ontstaan van het spijkerschrift.
De boeren hadden een sedentaire levenswijze. (zij veranderden niet
van woonplaats, omdat zij land moesten ontginnen en onderhouden).
Veetelers waren nomadisch (ze trokken voortdurend rond om steeds
nieuwe weidegronden voor hun vee te vinden).
- Gedurende periode was er een haat-liefde relatie tussen beide
levenswijzen.
- Haat de sedentaire waren bang voor plunderingen door de (semi)
nomaden
- Liefde beide groepen elkaars producten nodig hadden.
Deze tegenstelling was een geliefd thema in de literatuur en speelt onder
andere een rol in het Bijbelverhaal van de moord van landbouwer Kain op
schaapherder abel.
Paragraaf 1.3 Geografische gesteldheid : overeenkomsten en
verschillen *blz. 23
Overeenkomsten Mesopotamië en Egypte:
- Beide zijn afhankelijk van rivierwater
- Er valt nauwelijks regen
- Er is gebrek aan grondstoffen (metalen, timmerhout)