HOOFDSTUK 7 LIJNEN EN CIRKELS
OPGAVE 1
Gegeven zijn de lijnen k p : y px 2 p.
3p a Voor welke p gaat de lijn door het punt ( p, 3) ?
2p b Voor welke p staat de lijn kp loodrecht op de lijn l: x 4 y 10 ?
3p c Voor welke p 0 is de lijn kp evenwijdig met de lijn m door de punten A(3, p )
2
en B (4, p ) ?
OPGAVE 2
Bereken in één decimaal nauwkeurig de hoek tussen de lijnen.
a k: y 1 3 x 8 en l: 5x 2 y 16
2
3p
m A(5, 12) B (8, 3) x y
n: 1
3p b door en en 12 3
OPGAVE 3
Gegeven zijn de functies f ( x) 2 x x en g ( x) 12 2 x.
2
5p a Bereken langs algebraïsche weg in één decimaal nauwkeurig de hoek
waaronder de grafieken van f en g elkaar snijden in het punt A(4, 8).
4p b Bereken langs algebraïsche weg de hoek waaronder de grafiek van g de lijn
k: x 2 y 3 snijdt.
OPGAVE 4
Gegeven zijn de punten A(2 p 1, 4) en B (5, p 8).
5p a Bereken in twee decimalen nauwkeurig de minimale afstand tussen de punten
A en B.
4p b Voor welke waarde van p ligt het midden M van lijnstuk AB op de lijn k door de
punten C (6, 0) en D (0, 2) ?
OPGAVE 5
Gegeven zijn de punten A(10, 8), B (2, 0) en C (3, 12).
6p a Stel een vergelijking op van de cirkel c met middelpunt C die de lijn AB raakt.
3p b Bereken algebraïsch de oppervlakte van driehoek ABC.
© NOORDHOFF 2016 OEFENPROEFWERK HAVO B DEEL 2 HOOFDSTUK 7
1