Methodologie kwali 3
Dia’s en handboek
Inhoudstabel:
1. Kwalitatieve data-analyse deel 1, 2 & 3
2. Kwaliteit van het kwalitatief onderzoek
3. Rapporteren van kwali en kwanti onderzoek
4. Discouranalyse
5. Gevalstudie
6. Deontologie
Kwalitatieve data-analyse deel 1
Voorbeeld
¡ Onderzoeksvragen:
l Leidt de TPI (tactische politie-interventie) week in de
basisopleiding van aspirant-inspecteurs van de Limburgse
politieschool tot een voldoende niveau van competentie inzake
geweldsbeheersing?
l Welke factoren spelen een rol in die impact?
¡ Tentatief conceptueel kader bij het begin van het onderzoek: drie
categorieën van voorwaarden
¡ Docentkenmerken (bv. expertise)
¡ Studentkenmerken (bv. motivatie)
¡ Programmakenmerken (bv. trainingsmethoden)
Inleiding
¡ Dit vak biedt een voorbeeldtraject om te leren analyseren
l Voor dit vak vrij strikt te volgen
l In de toekomst desgevallend flexibeler toepassen, afhankelijk
van de behoeften
¡ De aanpak van data-analyse hangt af van het gekozen paradigma
l Bv. post-positivistisch, constructivistisch of kritisch
Gemeenschappelijke structuur: kwalitatieve analyse zie p83ac
¡ Er zijn een aantal fasen die terugkomen in de meeste analytische
benaderingen
l Fase 1: Klaarmaken van het materiaal (digitaliseren)
¡ bv. transcriberen
l Fase 2: Databeheer en eerste lezing transcripts
l Fase 3: Afbreken
¡ Data opsplitsen en niet relevante data wegfilteren
¡ Cf. metafoor van analyse van archeologische site
l Fase 4: Opbouwen
1
, ¡ Data verbinden en aggregeren met als resultaat eerst
concepten en thema’s en daarna soms theorieën
l Fase 5: Rapporteren
¡ Gebeurt vaak al tijdens de analyse
Enkele alternatieve analystische benaderingen
¡ Narratieve analyse
l Focus op de formele structuur van een boodschap: niet enkel
de sequens van de gebeurtenissen, maar ook hoe het verteld
wordt (de ‘plot’ van het verhaal)
l Sterk gelijkend op conversatieanalyse
¡ Kwalitatieve inhoudsanalyse
l Coderen en interpreteren van inhouden van teksten
l In elk geval meer dan louter tellen van inhouden (i.e.
kwantitatieve inhoudsanalyse)
¡ (Kritische) discoursanalyse
l Focus op hoe taal betekenissen creëert en zo de werkelijkheid
construeert
Zie les hierover
¡ Interpretatieve (fenomenologische) analyse
l Centrale onderzoeksvraag: Hoe geven mensen betekenis aan
hun omgeving?
l Concrete analytische aanpak lijkt sterk op grounded theory
¡ Thematische analyse
l Op zoek naar thema’s of ‘betekeniseenheden’
l Lijkt op grounded theory, maar dan met veel minder
theoretische ambities:
¡ Wel open en axiaal coderen, maar nauwelijks selectief
coderen
¡ Wel thema’s identificeren, maar nauwelijks op zoek gaan
naar hun onderlinge samenhang
l Templateanalyse: één bepaalde benadering van thematische
analyse met veel nadruk op deductief gebruik van een
codeschema
Grounded theory
¡ De gekozen benadering in deze cursus:
l Grounded theory
¡ Zie Glaser & Strauss 1967
¡ Wordt vaak gebruikt in de praktijk
¡ We volgen niet dé benadering, maar één interpretatie
l Aangevuld met de analysemethode van Miles & Huberman
¡ Nadruk op het gebruik van grafische voorstellingen
¡ De verhouding inductie/deductie bij grounded theory
l De nadruk ligt op de inductieve weg
2
, ¡ Cf. “analytische inductie”
¡ Vertrekken van de specifieke observaties en op basis
daarvan komen tot een theorie over concepten en,
vooral, hun onderlinge verbanden
l Maar ook deductieve aspecten, bv.
¡ Theoretische steekproeftrekking
¡ Gebruik van “sensitizing concepts” uit de literatuur
¡ De onderzoeker moet een “theoretische gevoeligheid”
hebben
¡ Deels persoonlijk talent
¡ Deels aan te leren, door goede theoretische
opleiding
¡ Onze benadering: bijkomende nadruk op deductie
l Bv. veel nadruk op conceptueel kader
Fasering van de analyse
¡ Cyclisch proces op twee plaatsen in onderzoek
l Bij steekproeftrekkingen, bv.
¡ Afnemen van enkele interviews
¡ Analyse van interviews
¡ Aanpassing van topiclijst (meer gefocust)
¡ Bijkomende interviews
¡ Analyse van interviews
¡ Etc.
l Bij de analyse zelf: voortdurende vergelijking
¡ De tussentijdse conclusies in vraag stellen (op zoek gaan
naar falsificatie) door nieuwe data te verzamelen
l Ofwel bevestiging van de theorie
l Ofwel geen bevestiging
¡ Ofwel echte falsificatie
¡ Ofwel nuance: het werkt maar in bepaalde
omstandigheden (meestal)
¡ Proces van afbreken en opbouwen
¡ Open coderen
l Opdelen van gegevens in kleinere delen die relevant zijn voor
de onderzoeksvraag
l Codes toekennen aan die delen
¡ Axiaal coderen
l Het verbinden van losse codes tot een geheel (rond centrale
assen of “axissen”)
l Focussen op centrale concepten
¡ Selectief coderen
l De concepten met elkaar in verband brengen tot een theorie,
bv.
¡ Welke processen leiden tot welke uitkomst?
¡ Welke variatie op de onafhankelijke variabele leidt tot
variatie op de afhankelijke variabele?
l Vaak wordt 1 concept tot “centrale categorie” gekozen
3
, ¡ Er kan ook gesproken worden over afhankelijke en
onafhankelijke variabelen
Theoretisch model
¡ Onderzoek opzetten: onderzoeksvraag en onderzoeksdesign
¡ Open data verzamelen
¡ Open coderen
¡ Verder axiaal coderen
¡ Meer gerichte data verzamelen
¡ Open coderen
¡ Verder axiaal coderen
¡ (Verder herhalingen van voorgaande cyclus)
¡ Selectief coderen
¡ Eventueel zeer gerichte data verzamelen
¡ Rapporteren
Praktijkmodel
¡ Vaak gebruikt praktijkmodel
l Onderzoek opzetten: onderzoeksvraag en onderzoeksdesign
l Data verzamelen
l Analyseren
l Rapporteren
¡ Aangepast praktijkmodel
l Zoals theoretisch model maar dan op subsets van de data
i.p.v. op nieuwe data
Overzicht
¡ Kwalitatief databeheer
¡ Softwarepakketten voor kwalitatieve data-analyse
¡ De eerste kennismaking met het materiaal
¡ Analyse-instrumenten doorheen heel het proces
l Memo’s
l Grafische voorstellingen
¡ Open coderen
¡ Axiaal coderen
¡ Selectief coderen
¡ Focusgroepen analyseren
Kwalitatief databeheer
¡ Bij kwantitatief onderzoek:
l Opmaken database, data cleanen, duidelijk codeboek, logboek
voor de analyses etc.
¡ Ook belangrijk bij kwalitatief onderzoek: klasseren en indiceren van
kwalitatieve data, bv.
l Ruwe data
4
Dia’s en handboek
Inhoudstabel:
1. Kwalitatieve data-analyse deel 1, 2 & 3
2. Kwaliteit van het kwalitatief onderzoek
3. Rapporteren van kwali en kwanti onderzoek
4. Discouranalyse
5. Gevalstudie
6. Deontologie
Kwalitatieve data-analyse deel 1
Voorbeeld
¡ Onderzoeksvragen:
l Leidt de TPI (tactische politie-interventie) week in de
basisopleiding van aspirant-inspecteurs van de Limburgse
politieschool tot een voldoende niveau van competentie inzake
geweldsbeheersing?
l Welke factoren spelen een rol in die impact?
¡ Tentatief conceptueel kader bij het begin van het onderzoek: drie
categorieën van voorwaarden
¡ Docentkenmerken (bv. expertise)
¡ Studentkenmerken (bv. motivatie)
¡ Programmakenmerken (bv. trainingsmethoden)
Inleiding
¡ Dit vak biedt een voorbeeldtraject om te leren analyseren
l Voor dit vak vrij strikt te volgen
l In de toekomst desgevallend flexibeler toepassen, afhankelijk
van de behoeften
¡ De aanpak van data-analyse hangt af van het gekozen paradigma
l Bv. post-positivistisch, constructivistisch of kritisch
Gemeenschappelijke structuur: kwalitatieve analyse zie p83ac
¡ Er zijn een aantal fasen die terugkomen in de meeste analytische
benaderingen
l Fase 1: Klaarmaken van het materiaal (digitaliseren)
¡ bv. transcriberen
l Fase 2: Databeheer en eerste lezing transcripts
l Fase 3: Afbreken
¡ Data opsplitsen en niet relevante data wegfilteren
¡ Cf. metafoor van analyse van archeologische site
l Fase 4: Opbouwen
1
, ¡ Data verbinden en aggregeren met als resultaat eerst
concepten en thema’s en daarna soms theorieën
l Fase 5: Rapporteren
¡ Gebeurt vaak al tijdens de analyse
Enkele alternatieve analystische benaderingen
¡ Narratieve analyse
l Focus op de formele structuur van een boodschap: niet enkel
de sequens van de gebeurtenissen, maar ook hoe het verteld
wordt (de ‘plot’ van het verhaal)
l Sterk gelijkend op conversatieanalyse
¡ Kwalitatieve inhoudsanalyse
l Coderen en interpreteren van inhouden van teksten
l In elk geval meer dan louter tellen van inhouden (i.e.
kwantitatieve inhoudsanalyse)
¡ (Kritische) discoursanalyse
l Focus op hoe taal betekenissen creëert en zo de werkelijkheid
construeert
Zie les hierover
¡ Interpretatieve (fenomenologische) analyse
l Centrale onderzoeksvraag: Hoe geven mensen betekenis aan
hun omgeving?
l Concrete analytische aanpak lijkt sterk op grounded theory
¡ Thematische analyse
l Op zoek naar thema’s of ‘betekeniseenheden’
l Lijkt op grounded theory, maar dan met veel minder
theoretische ambities:
¡ Wel open en axiaal coderen, maar nauwelijks selectief
coderen
¡ Wel thema’s identificeren, maar nauwelijks op zoek gaan
naar hun onderlinge samenhang
l Templateanalyse: één bepaalde benadering van thematische
analyse met veel nadruk op deductief gebruik van een
codeschema
Grounded theory
¡ De gekozen benadering in deze cursus:
l Grounded theory
¡ Zie Glaser & Strauss 1967
¡ Wordt vaak gebruikt in de praktijk
¡ We volgen niet dé benadering, maar één interpretatie
l Aangevuld met de analysemethode van Miles & Huberman
¡ Nadruk op het gebruik van grafische voorstellingen
¡ De verhouding inductie/deductie bij grounded theory
l De nadruk ligt op de inductieve weg
2
, ¡ Cf. “analytische inductie”
¡ Vertrekken van de specifieke observaties en op basis
daarvan komen tot een theorie over concepten en,
vooral, hun onderlinge verbanden
l Maar ook deductieve aspecten, bv.
¡ Theoretische steekproeftrekking
¡ Gebruik van “sensitizing concepts” uit de literatuur
¡ De onderzoeker moet een “theoretische gevoeligheid”
hebben
¡ Deels persoonlijk talent
¡ Deels aan te leren, door goede theoretische
opleiding
¡ Onze benadering: bijkomende nadruk op deductie
l Bv. veel nadruk op conceptueel kader
Fasering van de analyse
¡ Cyclisch proces op twee plaatsen in onderzoek
l Bij steekproeftrekkingen, bv.
¡ Afnemen van enkele interviews
¡ Analyse van interviews
¡ Aanpassing van topiclijst (meer gefocust)
¡ Bijkomende interviews
¡ Analyse van interviews
¡ Etc.
l Bij de analyse zelf: voortdurende vergelijking
¡ De tussentijdse conclusies in vraag stellen (op zoek gaan
naar falsificatie) door nieuwe data te verzamelen
l Ofwel bevestiging van de theorie
l Ofwel geen bevestiging
¡ Ofwel echte falsificatie
¡ Ofwel nuance: het werkt maar in bepaalde
omstandigheden (meestal)
¡ Proces van afbreken en opbouwen
¡ Open coderen
l Opdelen van gegevens in kleinere delen die relevant zijn voor
de onderzoeksvraag
l Codes toekennen aan die delen
¡ Axiaal coderen
l Het verbinden van losse codes tot een geheel (rond centrale
assen of “axissen”)
l Focussen op centrale concepten
¡ Selectief coderen
l De concepten met elkaar in verband brengen tot een theorie,
bv.
¡ Welke processen leiden tot welke uitkomst?
¡ Welke variatie op de onafhankelijke variabele leidt tot
variatie op de afhankelijke variabele?
l Vaak wordt 1 concept tot “centrale categorie” gekozen
3
, ¡ Er kan ook gesproken worden over afhankelijke en
onafhankelijke variabelen
Theoretisch model
¡ Onderzoek opzetten: onderzoeksvraag en onderzoeksdesign
¡ Open data verzamelen
¡ Open coderen
¡ Verder axiaal coderen
¡ Meer gerichte data verzamelen
¡ Open coderen
¡ Verder axiaal coderen
¡ (Verder herhalingen van voorgaande cyclus)
¡ Selectief coderen
¡ Eventueel zeer gerichte data verzamelen
¡ Rapporteren
Praktijkmodel
¡ Vaak gebruikt praktijkmodel
l Onderzoek opzetten: onderzoeksvraag en onderzoeksdesign
l Data verzamelen
l Analyseren
l Rapporteren
¡ Aangepast praktijkmodel
l Zoals theoretisch model maar dan op subsets van de data
i.p.v. op nieuwe data
Overzicht
¡ Kwalitatief databeheer
¡ Softwarepakketten voor kwalitatieve data-analyse
¡ De eerste kennismaking met het materiaal
¡ Analyse-instrumenten doorheen heel het proces
l Memo’s
l Grafische voorstellingen
¡ Open coderen
¡ Axiaal coderen
¡ Selectief coderen
¡ Focusgroepen analyseren
Kwalitatief databeheer
¡ Bij kwantitatief onderzoek:
l Opmaken database, data cleanen, duidelijk codeboek, logboek
voor de analyses etc.
¡ Ook belangrijk bij kwalitatief onderzoek: klasseren en indiceren van
kwalitatieve data, bv.
l Ruwe data
4