Hoorcollege week 1
Wat is levenslooppsychologie?
Nee; kind is nog niet voldoende ontwikkeld op aantal gebieden:
1. Lichamelijk→ lichamelijke rijping
2. Denken en gevolgen overzien→ cognitief
3. Inschatten wat mag en niet mag→ moraliteit
4. Zelfvertrouwen en identiteit→ sociaal emotioneel
Ontwikkelingspsychologie
Bestuderen van deze ontwikkelgebieden per levensfase
1. Cognitieve ontwikkeling: Piaget
2. Sociaal-emotionele ontwikkeling: Erikson
3. Morele ontwikkeling: Kohlberg
Wat verzorgt de ontwikkeling van een kind?
1. Lichamelijke rijping→ tijd
2. Opgedane ervaringen met omgeving.
Belangrijkste aspecten ontwikkelingspsychologie:
1. Lichamelijke ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling
4. Morele ontwikkeling
Hechting:
• De vertrouwens band tussen kind en verzorger
• Basis voor sociale en
persoonlijkheidsontwikkeling kind
• Eerste indruk van ‘de ander’
Balans tussen laten exploreren en contact zoeken
Veilige hechting:
Hechtingsfiguur is een veilige basis en veilige haven (65% van kinderen)
1. Behoeften aan contact bij hereniging met hechtingsfiguur
2. Bescherming zoeken bij hechtingsfiguur als er gevaar dreigt
De hechtingspersoon is:
1. Voorspelbaar, consequent
2. Handelend naar zijn/ haar
behoeften, responsief
Gevolg veilige hechting:
• Basisvertrouwen in de ander
• Kind kan veilig autonomie ontwikkelen
Onveilige hechting:
Hechtingsfiguur is geen veilige basis en geen veilige haven (35% van kinderen)
, De hechtingspersoon is:
1. Weinig betrokken bij ‘ontdekken van de wereld’
2. Niet altijd aanwezig om te troosten/ steunen
Gevolg onveilige hechting:
• Vergroot risico op laag vertrouwen in zelf en de ander
• Vergroot risico op moeizame autonomie ontwikkeling
Type onveilige hechting:
Angstig vermijdende gehechtheid
1. Erg taakgericht, weinig contactgericht
2. “Ik moet het alleen opknappen”
Weinig verdriet bij weggaan ouder, weinig contact bij terugkeren van ouder
‘Opstelling’ hechtingsfiguren:
• Consequent aanwezig voor het kind
• Weinig emotioneel contact tussen kind en ouder
Type onveilige hechting:
Angstige/ ambivalent gehechtheid
1. Erg contactgericht, weinig taakgericht
2. “Ik kan het niet alleen”
Angstig, agressief bij terugkeer hechtingsfiguur
‘Opstelling’ hechtingsfiguren:
• Inconsequent reageren op behoeften van kind
• Onduidelijk wanneer kind beroep kan doen op ouder
Type gedesorganiseerde hechting:
‘Opstelling’ hechtingsfiguren:
• Dreigend, gevaarlijk, geen bron van steun
• Onduidelijk of hechtingsfiguur bron van steun of gevaar is
Gedrag kind:
1. Afwezigheid van duidelijk hechtingspatroon
2. Bang,
3. Tegenstrijdig: toenadering zoeken, en weer afwenden
Grote kans op ontwikkelen van psychische stoornissen
Hechtingsontwikkeling (Bowlby)
1. 0-4 maanden: pre-hechting→ contact met ieder mens
2. 5-7 maanden: hechtingsfase→ legt de focus op verzorgers
3. vanaf 7-9 maanden: gehecht→ start scheidingsangst en angst voor vreemden
Hechting; van peuter tot volwassenheid
• Kind leert steeds langer alleen te zijn
• Van ‘fysiek aanwezig’ naar ‘in gedachten aanwezig’