BTW recht op aftrek
1 Voorwaarden aftrekrecht
1.1 Materiële voorwaarde (art 45 §1 – KB3 art 1 §2)
Aftrekrecht alleen voor leveringen of diensten in kader van economische activiteit, geen privé of
andere doeleinden
Opm: aftrekrecht ontstaat van zodra activiteit aanvangt. Investeringen van voor de aanvang: geen
aftrek meer mogelijk
1.2 Formele voorwaarde (KB3 art 3 §1)
De BP moet beschikken over een conforme factuur
1.3 BTW moet opeisbaar zijn (KB3 art 2)
Opgelet: ten onrechte aangerekende BTW niet aftrekbaar
- Foutieve plaatbepaling
- Niet toepassing vrijstellings- of verleggingsregeling
1.4 Anti-rechtsmisbruikprincipe (art 1 §10)*:
- Juridische kwalificatie
- Enig doel = belastingvoordeel
- Niet tegenstelbaar
*Art 70 §1 bis: administratieve geldboeten!!!
KB 41 art 1 + tabel B
2 Uitoefening van het recht
2.1 Vereisten i.f.v. aard belastbare handeling
1) Levering en diensten
➔ Originele factuur of equivalent document
(opgesteld volgens KB: art 5: zie administratieve verplichtingen)
- Op naam van belastingplichtige
- Uitgereikt uiterlijk 15de dag na maand van belastbare handeling (art 4 KB1)
- Bij ontbreken gegevens wordt aftrek geweigerd!
(aan binnenlandse factuur mag nooit iets toegevoegd worden)
2) Met leveringen en diensten gelijkgestelde handelingen
→zelf opgesteld stuk
3) Invoer
→factuur + invoerdocument als bewijs van
o Geadresseerde
o BTW is betaald (douane)
4) Invoer met verlegging van heffing
→BTW-schuld in R57
, 5) ICV
- Factuur (of zelf opgesteld stuk volgens KB1 art 9)
- BTW-schuld in R55
6) Met ICV gelijkgestelde handelingen
- Stuk opmaken (transfertdocument)
- BTW-schuld in R55
7) Diensten en leveringen met verleggings-BTW
d.i. dienst gepresteerd door buitenlander onderworpen aan Belgische BTW vb intellectuele
dienst
→ SN = mc volgens art 51 §2 1°, 2°,5° en 6° en §4
→ factuur
→ BTW afdragen via R56-R55
2.2 Termijn uitoefening aftrekrecht (art 4)
- BTW is onmiddellijk aftrekbaar (R59 van eerstvolgende periodieke aangifte) als
o BTW opeisbaar
o Factuur ontvangen
- Uiterste datum uitoefening aftrekrecht: laatste dag van derde kalenderjaar, volgend op dat
waarin aftrekrecht ontstond
3 Omvang v/h aftrekrecht
3.1 Basisprincipe
3.1.1 Aftrekrecht voor gewone BP
Bestemmingsprincipe – gebruiksprincipe input gekoppeld aan output (art 45 §1)
- Aftrek goederen en diensten gebruikt in kader van economische activiteit (d.i. gebruik voor
BTW-activiteit) = materiële voorwaarde
o Belaste handelingen (1°) vb binnenlandse
o Vrijgestelde handelingen van art 39 tot 42 (2°) vb uitvoer
o Handelingen in buitenland (3°)
o Handelingen kredietinstellingen als klant buiten EU (4°)
o Handeling makelaars bij 4° (5°)
- Aankoop goederen en diensten voor privé gebruik of schenking (=andere doeleinden dan
economische activiteit
→geen aftrek
→gemengd gebruik: gedeeltelijke aftrek
- BP zonder recht op aftrek: nooit ROA
Opm: de BTW moet Belgische BTW zijn (buitenlandse BTW terugvorderen: zie KB 56)
1 Voorwaarden aftrekrecht
1.1 Materiële voorwaarde (art 45 §1 – KB3 art 1 §2)
Aftrekrecht alleen voor leveringen of diensten in kader van economische activiteit, geen privé of
andere doeleinden
Opm: aftrekrecht ontstaat van zodra activiteit aanvangt. Investeringen van voor de aanvang: geen
aftrek meer mogelijk
1.2 Formele voorwaarde (KB3 art 3 §1)
De BP moet beschikken over een conforme factuur
1.3 BTW moet opeisbaar zijn (KB3 art 2)
Opgelet: ten onrechte aangerekende BTW niet aftrekbaar
- Foutieve plaatbepaling
- Niet toepassing vrijstellings- of verleggingsregeling
1.4 Anti-rechtsmisbruikprincipe (art 1 §10)*:
- Juridische kwalificatie
- Enig doel = belastingvoordeel
- Niet tegenstelbaar
*Art 70 §1 bis: administratieve geldboeten!!!
KB 41 art 1 + tabel B
2 Uitoefening van het recht
2.1 Vereisten i.f.v. aard belastbare handeling
1) Levering en diensten
➔ Originele factuur of equivalent document
(opgesteld volgens KB: art 5: zie administratieve verplichtingen)
- Op naam van belastingplichtige
- Uitgereikt uiterlijk 15de dag na maand van belastbare handeling (art 4 KB1)
- Bij ontbreken gegevens wordt aftrek geweigerd!
(aan binnenlandse factuur mag nooit iets toegevoegd worden)
2) Met leveringen en diensten gelijkgestelde handelingen
→zelf opgesteld stuk
3) Invoer
→factuur + invoerdocument als bewijs van
o Geadresseerde
o BTW is betaald (douane)
4) Invoer met verlegging van heffing
→BTW-schuld in R57
, 5) ICV
- Factuur (of zelf opgesteld stuk volgens KB1 art 9)
- BTW-schuld in R55
6) Met ICV gelijkgestelde handelingen
- Stuk opmaken (transfertdocument)
- BTW-schuld in R55
7) Diensten en leveringen met verleggings-BTW
d.i. dienst gepresteerd door buitenlander onderworpen aan Belgische BTW vb intellectuele
dienst
→ SN = mc volgens art 51 §2 1°, 2°,5° en 6° en §4
→ factuur
→ BTW afdragen via R56-R55
2.2 Termijn uitoefening aftrekrecht (art 4)
- BTW is onmiddellijk aftrekbaar (R59 van eerstvolgende periodieke aangifte) als
o BTW opeisbaar
o Factuur ontvangen
- Uiterste datum uitoefening aftrekrecht: laatste dag van derde kalenderjaar, volgend op dat
waarin aftrekrecht ontstond
3 Omvang v/h aftrekrecht
3.1 Basisprincipe
3.1.1 Aftrekrecht voor gewone BP
Bestemmingsprincipe – gebruiksprincipe input gekoppeld aan output (art 45 §1)
- Aftrek goederen en diensten gebruikt in kader van economische activiteit (d.i. gebruik voor
BTW-activiteit) = materiële voorwaarde
o Belaste handelingen (1°) vb binnenlandse
o Vrijgestelde handelingen van art 39 tot 42 (2°) vb uitvoer
o Handelingen in buitenland (3°)
o Handelingen kredietinstellingen als klant buiten EU (4°)
o Handeling makelaars bij 4° (5°)
- Aankoop goederen en diensten voor privé gebruik of schenking (=andere doeleinden dan
economische activiteit
→geen aftrek
→gemengd gebruik: gedeeltelijke aftrek
- BP zonder recht op aftrek: nooit ROA
Opm: de BTW moet Belgische BTW zijn (buitenlandse BTW terugvorderen: zie KB 56)