H15: lymfestelsel
- opgebouwd rond eigen vaatstelsel of lymfevatenstelsel
- doel: overtollig weefselvocht (ontstaan door uitsijpeling van bloedvaten) terug naar
de bloedcirculatie af te voeren
- opgebouwd uit fijn netwerk dat star bij een blind lymfecapillair die samenvloeit in
grotere lymfevaten
- lympha (lymfe): vocht dat deze vaten afvoert
→chylus: thv de darm kan het vocht melkachtig wit kleuren door
hoge
concentratie van vetten bij de spijsvertering
- met de lymfe worden allerlei stoffen meegevoerd (afspiegeling van wat er
in de weefsels afspeelt)
→ ongebruikte voedingsstoffen, afvalstoffen, afbraakstoffen,
ziekteverwekkers, tumorale cellen, …
- analyse van lymfevocht geef informatie van wat er stroomopwaarts in de weefsels
gebeurt
- het lymfestelsel is de thuis van de leukocyten (witte bloedcellen)
(afweercellen van het lichaam)
→ zij zoeken signalen die aantonen dat er iets fout is om in actie te
kunnen
treden
⇒ lymfestelsel is dus belangrijk in het immuunsysteem
- de lymfocyten (type witte bloedcel) clusteren zich in meerdere
lymfefollikels die zich organiseren in lymfeknopen (checkpoint)
→ lymfocyten worden er voortdurend in contact gebracht met
stoffen die
vanuit weefsels aangevoerd worden
→ worden geactiveerd als de stoffen bedreigend zijn
→ activatie wordt herkend door zwelling van lymfeknopen
- de lymfeknopen horen tot de secundaire lymfoïde organen (plaats waar mature
lymfocyten op activatie wachten)
- primaire lymfoïde organen: plaatsen waar immature lymfocyten getraind en
geselecteerd worden op het herkennen van lichaamsvreemde stoffen
A) lymfevaten
- enkel de grootste lymfevaten krijgen een eigen naam
- lymfecapillairen zijn klein en omlijnd door endotheel
- lymfecapillairen bevinden zich in het subepitheliale bindweefsel van huid
en slijmvliezen en in bindweefsel van de parenchymateuze organen
→ afwezig in epitheel en parenchym van grote klieren, beenweefsel,
, hyalien kraakbeen, cornea en zenuwweefsel
- ze beginnen blind dus vaste bestanddelen kunnen door de intercellulaire spleten van
het endotheel binnendringen
- lymfevaten hebben een dunne wand en vertonen veel 1- of 2-slippige kleppen
- lymfestroom ontstaat onder uitwendige druk, veroorzaakt door spiercontracties,
darmperistaltiek, polsslag en ademhalingsbewegingen
- lymfevaten nabij hart: lymfe wordt afgezogen door zuigkracht veroorzaakt
door bloedvloei in grote venen
→ cor lymphaticum: lymfe hart → kunnen ook lymfe vooruit stuwen
(niet bij
zoogdieren)
zie specifieke lymfevaten: tekeningen goodnotes
B) lymfeknopen = lymphonodus
1) algemeen
- omkapseld en georganiseerd lymfoïd orgaan
- de vasa afferentia (=aanvoerende lymfevaten) bereiken de lymfeknoop via convexe
zijde en doorboren bindweefselkapsel op verschillende plaatsen
- in de lymfeknoop vloeit de lymfe in de ruime sinussen waartussen lymfefollikels
gelegen zijn (massa's van lymfoïd weefsel)
- de vasa efferentia (=afvoerende lymfevaten) verlaten de hilus van de
lymfeknoop
→ bij varken: lymfe stroomt binnen in omgekeere richting
- de meeste lymfeknopen zijn grijsgrauw en hebben spekkig uitzicht
- bij herkauwers en varken: komen bloedrode lymfeknopen voor langs de
grootste bloedvaten
⇒ lymphonodi hemales/ splenoide lymfeknopen (bloedlymfeknopen)
→ hun sinussen zijn met bloed doorstroomt
→ geen afferente en efferente lymfevaten (zoals bij milt)
- bij varken en rund: lymfeknopen vaak groot
→ kunnen verkleinen door ouderdom (involutie
→ worden groter bij ontsteking
- bij paard: veel clusters van kleine lymfeknopen
- bij carnivoren en evenhoevigen: lymfeknopen liggen solitair of met beperkt aantal bij
elkaar
- bij vogels: geringe aantellen (komen enkel bij anseriformes voor)
- bij reptielen: geen lymfeknopen
- opgebouwd rond eigen vaatstelsel of lymfevatenstelsel
- doel: overtollig weefselvocht (ontstaan door uitsijpeling van bloedvaten) terug naar
de bloedcirculatie af te voeren
- opgebouwd uit fijn netwerk dat star bij een blind lymfecapillair die samenvloeit in
grotere lymfevaten
- lympha (lymfe): vocht dat deze vaten afvoert
→chylus: thv de darm kan het vocht melkachtig wit kleuren door
hoge
concentratie van vetten bij de spijsvertering
- met de lymfe worden allerlei stoffen meegevoerd (afspiegeling van wat er
in de weefsels afspeelt)
→ ongebruikte voedingsstoffen, afvalstoffen, afbraakstoffen,
ziekteverwekkers, tumorale cellen, …
- analyse van lymfevocht geef informatie van wat er stroomopwaarts in de weefsels
gebeurt
- het lymfestelsel is de thuis van de leukocyten (witte bloedcellen)
(afweercellen van het lichaam)
→ zij zoeken signalen die aantonen dat er iets fout is om in actie te
kunnen
treden
⇒ lymfestelsel is dus belangrijk in het immuunsysteem
- de lymfocyten (type witte bloedcel) clusteren zich in meerdere
lymfefollikels die zich organiseren in lymfeknopen (checkpoint)
→ lymfocyten worden er voortdurend in contact gebracht met
stoffen die
vanuit weefsels aangevoerd worden
→ worden geactiveerd als de stoffen bedreigend zijn
→ activatie wordt herkend door zwelling van lymfeknopen
- de lymfeknopen horen tot de secundaire lymfoïde organen (plaats waar mature
lymfocyten op activatie wachten)
- primaire lymfoïde organen: plaatsen waar immature lymfocyten getraind en
geselecteerd worden op het herkennen van lichaamsvreemde stoffen
A) lymfevaten
- enkel de grootste lymfevaten krijgen een eigen naam
- lymfecapillairen zijn klein en omlijnd door endotheel
- lymfecapillairen bevinden zich in het subepitheliale bindweefsel van huid
en slijmvliezen en in bindweefsel van de parenchymateuze organen
→ afwezig in epitheel en parenchym van grote klieren, beenweefsel,
, hyalien kraakbeen, cornea en zenuwweefsel
- ze beginnen blind dus vaste bestanddelen kunnen door de intercellulaire spleten van
het endotheel binnendringen
- lymfevaten hebben een dunne wand en vertonen veel 1- of 2-slippige kleppen
- lymfestroom ontstaat onder uitwendige druk, veroorzaakt door spiercontracties,
darmperistaltiek, polsslag en ademhalingsbewegingen
- lymfevaten nabij hart: lymfe wordt afgezogen door zuigkracht veroorzaakt
door bloedvloei in grote venen
→ cor lymphaticum: lymfe hart → kunnen ook lymfe vooruit stuwen
(niet bij
zoogdieren)
zie specifieke lymfevaten: tekeningen goodnotes
B) lymfeknopen = lymphonodus
1) algemeen
- omkapseld en georganiseerd lymfoïd orgaan
- de vasa afferentia (=aanvoerende lymfevaten) bereiken de lymfeknoop via convexe
zijde en doorboren bindweefselkapsel op verschillende plaatsen
- in de lymfeknoop vloeit de lymfe in de ruime sinussen waartussen lymfefollikels
gelegen zijn (massa's van lymfoïd weefsel)
- de vasa efferentia (=afvoerende lymfevaten) verlaten de hilus van de
lymfeknoop
→ bij varken: lymfe stroomt binnen in omgekeere richting
- de meeste lymfeknopen zijn grijsgrauw en hebben spekkig uitzicht
- bij herkauwers en varken: komen bloedrode lymfeknopen voor langs de
grootste bloedvaten
⇒ lymphonodi hemales/ splenoide lymfeknopen (bloedlymfeknopen)
→ hun sinussen zijn met bloed doorstroomt
→ geen afferente en efferente lymfevaten (zoals bij milt)
- bij varken en rund: lymfeknopen vaak groot
→ kunnen verkleinen door ouderdom (involutie
→ worden groter bij ontsteking
- bij paard: veel clusters van kleine lymfeknopen
- bij carnivoren en evenhoevigen: lymfeknopen liggen solitair of met beperkt aantal bij
elkaar
- bij vogels: geringe aantellen (komen enkel bij anseriformes voor)
- bij reptielen: geen lymfeknopen