Inhoudstabel (belangrijkste zaken)
Hoofdstuk 1: algemene situering
1. Situering van de fiscale wetgeving
2. Belastingen in België
3. Inkomsten van de overheid
a. De fiscale inkomsten
i. Directe belastingen
ii. Indirecte belastingen
b. De niet-fiscale inkomsten
Hoofdstuk 2: kenmerken
1. Annaliteit, belastbaar tijdperk, aanslagjaar
2. Belastingplichtige
a. Rijksinwoner
3. Overzicht van de belastbare inkomsten
4. Belastende overheden
a. Gewestelijke opcentiemen
5. Bepaling van het belastbaar inkomen + verschuldigde belasting = SCHEMA
a. Bepalen van de belastbare basis
b. Algemene beschouwingen
i. Gewestbelasting
ii. Federale belasting
c. Fiscale autonomie + aangifteformulier
6. Bepalen van de aanslagbasis in gezinsverband
a. De belastingplichtigen die alleen worden belast
b. De gehuwden en wettelijk samenwonenden
i. Decumul
ii. Huwelijksquotiënt
1. Huwelijksquotiënt éénverdienersgezin
2. Huwelijksquotiënt tweeverdienersgezin
7. Progressief stijgende belasting
8. Belastingvrije som (BVS)
a. Basisbedrag
b. Handicap
c. Gezinsgerichte verhogingen (vb. personen ten laste)
Hoofdstuk 3: personen ten laste
1. Wie komt hiervoor in aanmerking?
2. Voorwaarden
a. Inwonen op 1 januari van het aanslagjaar
b. Financiële afhankelijkheid
i. Netto-bestaansmiddelen
ii. Verhoogde grens
1
, 3. GEVOLG: verhoging van de BVS
a. Kinderen ten laste
i. Bijzonderheden
1. Gehandicapt kind
2. Kinderoppas
ii. Belastingvermindering
b. Andere personen ten laste
i. Gepensioneerden
c. Bijzondere gevallen
i. De belastingplichtige is zelf gehandicapt
ii. De alleenbelaste ouder
iii. De alleenstaande ouder met een laag inkomen
Hoofdstuk 4: enkele procedureregels
1. Aangifte
a. Het originele aangifteformulier
b. Elektronische aangifte
c. Instructies bij het invullen van de aangifte
d. Bijlagen en bewijsstukken
2. Controle en bewijs
3. Bericht van wijziging
4. Inkohiering
5. Aanslagbiljet
6. Termijnen
a. Onderzoekstermijn
b. Aanslagtermijn
c. Betalingstermijn
7. Verzetsprocedure
8. Fiscale bemiddeling
9. Ruling = voorafgaand akkoord
Hoofdstuk 5: voorheffingen, belastingkredieten & voorafbetalingen
1. Voorheffingen
a. De verrekenbaarheid en terugbetaalbaarheid van voorheffingen
2. Belastingkrediet
a. Federale belastingkredieten
b. Gewestelijke belastingkredieten
i. Dienstencheques
ii. Winwinlening
3. Voorafbetalingen
a. Bonificatie
Hoofdstuk 6: belastbare inkomsten
Afdeling 1: onroerende inkomsten
1. Onroerende goederen
a. Naar aard
b. Door bestemming
2
,3
, 2. Onroerende inkomsten + overeenkomstige belastingplichtige
3. Kadastraal inkomen
a. Wat?
b. Indexatie?
c. Belang van het KI?
4. Bepalen van de onroerende voorheffing (OV)
a. Methode
b. Verrekenbaarheid en terugbetaalbaarheid
5. Vermindering OV
a. Automatisch verleende verminderingen
i. Bescheiden woning (1)
ii. Kinderen met recht op kinderbijslag
iii. Handicap
iv. Vermindering voor energiezuinige woningen
b. Verminderingen op aanvraag
i. Bescheiden woning (2)
ii. Grootoorlogsverminking
iii. Grensarbeiders
iv. ….
6. Aangifte en berekening van het belastbaar onroerend inkomen
a. Gehuwden/wettelijk samenwonenden en hun onroerende inkomsten
7. Aanwending onroerend goed (verdeling aangifte)
a. Eigen woning
i. Fiscaal begrip ‘eigen woning’
ii. Elementen van eigen woning
b. Het onroerend goed wordt door de belastingplichtige zelf beroepsmatig aangewend
c. Het onroerend goed wordt verhuurd aan een NP die het niet beroepsmatig gebruikt/het
wordt niet verhuurd
i. Gebouwd onroerend goed
ii. Ongebouwd onroerend goed, materieel en outillering
d. Het onroerend goed wordt verhuurd met pachtwetgeving
e. Het onroerend goed wordt verhuurd aan een NP die het beroepsmatig gebruikt
i. Brutohuur
1. Positieve huurlasten
2. Negatieve huurlasten
ii. Netto-huur
1. Revalorisatiecoëffciënt
f. Uitzondering: het onroerend goed wordt deels privé, deels beroepsmatig aangewend
i. Door de belastingplichtige zelf
ii. Door de huurder
8. Intrestaftrek
a. Wanneer intrestaftrek?
i. Betreffende eigen woning
ii. Betreffende een ander onroerend goed
b. Welke leningen, welke intresten?
c. Relatie intrestaftrek VS onroerend goed
4
Hoofdstuk 1: algemene situering
1. Situering van de fiscale wetgeving
2. Belastingen in België
3. Inkomsten van de overheid
a. De fiscale inkomsten
i. Directe belastingen
ii. Indirecte belastingen
b. De niet-fiscale inkomsten
Hoofdstuk 2: kenmerken
1. Annaliteit, belastbaar tijdperk, aanslagjaar
2. Belastingplichtige
a. Rijksinwoner
3. Overzicht van de belastbare inkomsten
4. Belastende overheden
a. Gewestelijke opcentiemen
5. Bepaling van het belastbaar inkomen + verschuldigde belasting = SCHEMA
a. Bepalen van de belastbare basis
b. Algemene beschouwingen
i. Gewestbelasting
ii. Federale belasting
c. Fiscale autonomie + aangifteformulier
6. Bepalen van de aanslagbasis in gezinsverband
a. De belastingplichtigen die alleen worden belast
b. De gehuwden en wettelijk samenwonenden
i. Decumul
ii. Huwelijksquotiënt
1. Huwelijksquotiënt éénverdienersgezin
2. Huwelijksquotiënt tweeverdienersgezin
7. Progressief stijgende belasting
8. Belastingvrije som (BVS)
a. Basisbedrag
b. Handicap
c. Gezinsgerichte verhogingen (vb. personen ten laste)
Hoofdstuk 3: personen ten laste
1. Wie komt hiervoor in aanmerking?
2. Voorwaarden
a. Inwonen op 1 januari van het aanslagjaar
b. Financiële afhankelijkheid
i. Netto-bestaansmiddelen
ii. Verhoogde grens
1
, 3. GEVOLG: verhoging van de BVS
a. Kinderen ten laste
i. Bijzonderheden
1. Gehandicapt kind
2. Kinderoppas
ii. Belastingvermindering
b. Andere personen ten laste
i. Gepensioneerden
c. Bijzondere gevallen
i. De belastingplichtige is zelf gehandicapt
ii. De alleenbelaste ouder
iii. De alleenstaande ouder met een laag inkomen
Hoofdstuk 4: enkele procedureregels
1. Aangifte
a. Het originele aangifteformulier
b. Elektronische aangifte
c. Instructies bij het invullen van de aangifte
d. Bijlagen en bewijsstukken
2. Controle en bewijs
3. Bericht van wijziging
4. Inkohiering
5. Aanslagbiljet
6. Termijnen
a. Onderzoekstermijn
b. Aanslagtermijn
c. Betalingstermijn
7. Verzetsprocedure
8. Fiscale bemiddeling
9. Ruling = voorafgaand akkoord
Hoofdstuk 5: voorheffingen, belastingkredieten & voorafbetalingen
1. Voorheffingen
a. De verrekenbaarheid en terugbetaalbaarheid van voorheffingen
2. Belastingkrediet
a. Federale belastingkredieten
b. Gewestelijke belastingkredieten
i. Dienstencheques
ii. Winwinlening
3. Voorafbetalingen
a. Bonificatie
Hoofdstuk 6: belastbare inkomsten
Afdeling 1: onroerende inkomsten
1. Onroerende goederen
a. Naar aard
b. Door bestemming
2
,3
, 2. Onroerende inkomsten + overeenkomstige belastingplichtige
3. Kadastraal inkomen
a. Wat?
b. Indexatie?
c. Belang van het KI?
4. Bepalen van de onroerende voorheffing (OV)
a. Methode
b. Verrekenbaarheid en terugbetaalbaarheid
5. Vermindering OV
a. Automatisch verleende verminderingen
i. Bescheiden woning (1)
ii. Kinderen met recht op kinderbijslag
iii. Handicap
iv. Vermindering voor energiezuinige woningen
b. Verminderingen op aanvraag
i. Bescheiden woning (2)
ii. Grootoorlogsverminking
iii. Grensarbeiders
iv. ….
6. Aangifte en berekening van het belastbaar onroerend inkomen
a. Gehuwden/wettelijk samenwonenden en hun onroerende inkomsten
7. Aanwending onroerend goed (verdeling aangifte)
a. Eigen woning
i. Fiscaal begrip ‘eigen woning’
ii. Elementen van eigen woning
b. Het onroerend goed wordt door de belastingplichtige zelf beroepsmatig aangewend
c. Het onroerend goed wordt verhuurd aan een NP die het niet beroepsmatig gebruikt/het
wordt niet verhuurd
i. Gebouwd onroerend goed
ii. Ongebouwd onroerend goed, materieel en outillering
d. Het onroerend goed wordt verhuurd met pachtwetgeving
e. Het onroerend goed wordt verhuurd aan een NP die het beroepsmatig gebruikt
i. Brutohuur
1. Positieve huurlasten
2. Negatieve huurlasten
ii. Netto-huur
1. Revalorisatiecoëffciënt
f. Uitzondering: het onroerend goed wordt deels privé, deels beroepsmatig aangewend
i. Door de belastingplichtige zelf
ii. Door de huurder
8. Intrestaftrek
a. Wanneer intrestaftrek?
i. Betreffende eigen woning
ii. Betreffende een ander onroerend goed
b. Welke leningen, welke intresten?
c. Relatie intrestaftrek VS onroerend goed
4