1
Samenvatting: Parodontale Microbiologie
en Immunologie:
Geschiedenis microbiologie:
• Ontdekken van dentale plaque in de 17de eeuw
• Gebrek aan mondhygiëne gaf aanvang tot parodontale inflammatie
o Gebruik maken van tandenstokers om inflammatie in te dijken
Microbiologie:
• Studie van micro-organismen
• Per definitie:
o Microbiota zijn alleen zichtbaar met een licht of elektronmicroscoop
o Bacteriën, virussen en fungi
• Virussen en fungi voldoen niet aan de criteria, maar zijn het wel
o Virussen zijn namelijk niet leefbaar buiten de gastheer
o Fungi kunnen zichtbaar worden met het blote oog, wanneer deze uitgroeit
Bacteriën:
• Prokaryote cellen van 1 µm
o 1-cellig
• Bacterie bevat:
o Chromosomen ,ribosomen, cytoplasma, vacuolen.
o Celwand, buitenmembraan, pili, flagellen
Virussen:
• Virale structuur van 0.1 µm
o 1-cellige structuur te klein voor zichtbaar te zijn met een lichtmicroscoop
▪ Kan maar zien tot 0.5 µm
• Virus bestaat van buiten naar binnen uit
o Envellopes
o Capsiden met capsoneren
o Genetisch materiaal (DNA of RNA)
Schimmels:
• Eukaryote cellen van 100 µm
o Een- of meercellig
• Schimmel bevat klassieke eukaryote inhoud
o Celkern met gekende celorganellen
Parodontale Microbiologie en Immunologie
, 2
Manieren van symbiose:
• Parasitisme:
o Samenleven is schadelijk voor 1 van de 2 organismen
o Virussen en gastheer
• Mutualisme:
o Samenleven is gunstig of noodzakelijk voor het overleven van de organismen
o Vaginale epitheelcellen en lactobacillen
• Commensalisme:
o Samenleven waarbij het ene organisme profiteert van het andere organisme zonder
nadeel te ervaren
o Orale microflora in de mond
Microbiologie in de mens:
• Menselijk lichaam bevat 1013 cellen
o 1014 microbiota leven op de huid en in de spijsverteringsbuis
o 1010 microbiota leven in de orale caviteit
▪ 700 soorten
▪ Ongeveer 150 soorten kunnen gevonden worden in 1 individu
• Kunnen samen leven volgens 3 manieren van symbiose
Immunologie:
• Studie van het immuunsysteem
o Immuunsysteem werkt protectief
• Kan contribueren aan de ziekte op 3 manieren
• Aangeboren immuunsysteem
o Kan resulteren in inflammatie en weefseldestructie
• Slechte functie van het immuunsysteem
o Kan er voor zorgen dat mens zwakker is om te vechten tegen infectie
• Hypersensitiviteit van immuunsysteem
o Kan voor auto-immuniteit of allergieën zorgen
Gramkleuring:
• Bacteriën moeten gekleurd worden om ze te visualiseren onder
lichtmicroscoop
o Gram is de best gekende kleuring
• Alle bacteriën hebben een celmembraan en celwand
• Gramnegatieve bacteriën hebben een buitenmembraan
o Bestaat vooral uit lipopolysachariden
▪ Zorgt voor bijzondere virulentie
o Meeste paropathogenen zijn anaeroob gramnegatief
o Celwand is minder dik dan die van de grampositieve bacteriën
Parodontale Microbiologie en Immunologie
, 3
Werking van gramkleuring:
• Bacteriën worden gesuspendeerd in 0.9% NaCl en gefixeerd door de warmte
• Kristalviolet en lugol kleuren de bacteriën paars
o Zowel grampositief als gramnegatief
• Alcohol zal de kleur onttrekken van gramnegatieve soorten
o Door dikke celwand blijft de grampositieve bacterie paars
• Fuchsine zal de gramnegatieve bacteriën roos kleuren
• Resultaat:
o Paarse grampositieve bacteriën (rechts)
o Roze gramnegatieve bacteriën (links)
Subgingivale plaquestalen:
• Tand en site proper maken
o Vermijden van contaminatie van speeksel en supragingivale plaque
• Applicatie van papieren tip of steriele curette
o Papieren tip; kan zeer diep rijken tot in de diepste regio’s door doorsnede van 30 µm
▪ Diepste punt is 150 µm
o Curette; door groter formaat minder diep rijken, zal meer oppervlakkige
plaquestalen nemen door dimensie van 800 µm
• Verzamelen van de staal in een steriele tube
Parodontale Microbiologie en Immunologie
, 4
Bacteriële identificatie:
• Lichtmicroscoop
o Onderscheid van 0.5 µm
o Statische visualisatie
▪ Bacteriën moeten dood zijn om te visualiseren
• Ze moeten gekleurd worden
▪ Grootte en morfologie van bacteriën
o Visualisatie en classificatie mogelijk
• Donkerveldmicroscoop:
o Dynamische visualisatie
▪ Differentiatie van grootte, morfologie en beweeglijkheid van de bacteriën
o Goed geschikt voor parodontale klinieken
▪ Niet al te duur
▪ Inspelen op de beweeglijkheid van de bacteriën, patiënt zo betrekken bij de
mondhygiëne
o Visualisatie en classificatie mogelijk
• Cultuur:
o Detectielimiet van 104 bacteriën
o Voedingsbodem kan aangepast worden om optimale groei te creëren
▪ Na cultuur, volgt een gramkleuring
▪ Gevolg door enzymatische tests
o Identificatie mogelijk
• Immunologische technieken:
o Detectielimiet van 104 105 bacteriën
o Identificatie via toevoegen van antilichamen
▪ Immunofluorescentie op basis van enzymatische reactie of radio-isotopen
• Respectievelijk direct en indirecte methode
o Identificatie mogelijk
• Moleculaire technieken:
o Real-time PCR:
▪ Detectielimiet van 10² bacteriën
▪ 3 stapsreactie die meerdere malen wordt herhaald
• DNA zal exponentieel toenemen
• Visualisatie gebeurt via elektroforese
▪ Conventionele PCR:
• Slechts detectie van 1 species
▪ Multiplex PCR:
• Kan verschillende genen simultaan amplificeren
o Oligonucleotide en whole-genomic probes:
▪ Gebaseerd op hybridisatie
• Spontaan binden van complementaire nucleotidestreng
▪ Detectielimiet 104 bacteriën
▪ Nadeel whole-genomic (checkerboard DNA-DNA hybridisatie):
• Frequent kruisreacties
• Detectielimiet 105 bacteriën
o Identificatie mogelijk
Parodontale Microbiologie en Immunologie
Samenvatting: Parodontale Microbiologie
en Immunologie:
Geschiedenis microbiologie:
• Ontdekken van dentale plaque in de 17de eeuw
• Gebrek aan mondhygiëne gaf aanvang tot parodontale inflammatie
o Gebruik maken van tandenstokers om inflammatie in te dijken
Microbiologie:
• Studie van micro-organismen
• Per definitie:
o Microbiota zijn alleen zichtbaar met een licht of elektronmicroscoop
o Bacteriën, virussen en fungi
• Virussen en fungi voldoen niet aan de criteria, maar zijn het wel
o Virussen zijn namelijk niet leefbaar buiten de gastheer
o Fungi kunnen zichtbaar worden met het blote oog, wanneer deze uitgroeit
Bacteriën:
• Prokaryote cellen van 1 µm
o 1-cellig
• Bacterie bevat:
o Chromosomen ,ribosomen, cytoplasma, vacuolen.
o Celwand, buitenmembraan, pili, flagellen
Virussen:
• Virale structuur van 0.1 µm
o 1-cellige structuur te klein voor zichtbaar te zijn met een lichtmicroscoop
▪ Kan maar zien tot 0.5 µm
• Virus bestaat van buiten naar binnen uit
o Envellopes
o Capsiden met capsoneren
o Genetisch materiaal (DNA of RNA)
Schimmels:
• Eukaryote cellen van 100 µm
o Een- of meercellig
• Schimmel bevat klassieke eukaryote inhoud
o Celkern met gekende celorganellen
Parodontale Microbiologie en Immunologie
, 2
Manieren van symbiose:
• Parasitisme:
o Samenleven is schadelijk voor 1 van de 2 organismen
o Virussen en gastheer
• Mutualisme:
o Samenleven is gunstig of noodzakelijk voor het overleven van de organismen
o Vaginale epitheelcellen en lactobacillen
• Commensalisme:
o Samenleven waarbij het ene organisme profiteert van het andere organisme zonder
nadeel te ervaren
o Orale microflora in de mond
Microbiologie in de mens:
• Menselijk lichaam bevat 1013 cellen
o 1014 microbiota leven op de huid en in de spijsverteringsbuis
o 1010 microbiota leven in de orale caviteit
▪ 700 soorten
▪ Ongeveer 150 soorten kunnen gevonden worden in 1 individu
• Kunnen samen leven volgens 3 manieren van symbiose
Immunologie:
• Studie van het immuunsysteem
o Immuunsysteem werkt protectief
• Kan contribueren aan de ziekte op 3 manieren
• Aangeboren immuunsysteem
o Kan resulteren in inflammatie en weefseldestructie
• Slechte functie van het immuunsysteem
o Kan er voor zorgen dat mens zwakker is om te vechten tegen infectie
• Hypersensitiviteit van immuunsysteem
o Kan voor auto-immuniteit of allergieën zorgen
Gramkleuring:
• Bacteriën moeten gekleurd worden om ze te visualiseren onder
lichtmicroscoop
o Gram is de best gekende kleuring
• Alle bacteriën hebben een celmembraan en celwand
• Gramnegatieve bacteriën hebben een buitenmembraan
o Bestaat vooral uit lipopolysachariden
▪ Zorgt voor bijzondere virulentie
o Meeste paropathogenen zijn anaeroob gramnegatief
o Celwand is minder dik dan die van de grampositieve bacteriën
Parodontale Microbiologie en Immunologie
, 3
Werking van gramkleuring:
• Bacteriën worden gesuspendeerd in 0.9% NaCl en gefixeerd door de warmte
• Kristalviolet en lugol kleuren de bacteriën paars
o Zowel grampositief als gramnegatief
• Alcohol zal de kleur onttrekken van gramnegatieve soorten
o Door dikke celwand blijft de grampositieve bacterie paars
• Fuchsine zal de gramnegatieve bacteriën roos kleuren
• Resultaat:
o Paarse grampositieve bacteriën (rechts)
o Roze gramnegatieve bacteriën (links)
Subgingivale plaquestalen:
• Tand en site proper maken
o Vermijden van contaminatie van speeksel en supragingivale plaque
• Applicatie van papieren tip of steriele curette
o Papieren tip; kan zeer diep rijken tot in de diepste regio’s door doorsnede van 30 µm
▪ Diepste punt is 150 µm
o Curette; door groter formaat minder diep rijken, zal meer oppervlakkige
plaquestalen nemen door dimensie van 800 µm
• Verzamelen van de staal in een steriele tube
Parodontale Microbiologie en Immunologie
, 4
Bacteriële identificatie:
• Lichtmicroscoop
o Onderscheid van 0.5 µm
o Statische visualisatie
▪ Bacteriën moeten dood zijn om te visualiseren
• Ze moeten gekleurd worden
▪ Grootte en morfologie van bacteriën
o Visualisatie en classificatie mogelijk
• Donkerveldmicroscoop:
o Dynamische visualisatie
▪ Differentiatie van grootte, morfologie en beweeglijkheid van de bacteriën
o Goed geschikt voor parodontale klinieken
▪ Niet al te duur
▪ Inspelen op de beweeglijkheid van de bacteriën, patiënt zo betrekken bij de
mondhygiëne
o Visualisatie en classificatie mogelijk
• Cultuur:
o Detectielimiet van 104 bacteriën
o Voedingsbodem kan aangepast worden om optimale groei te creëren
▪ Na cultuur, volgt een gramkleuring
▪ Gevolg door enzymatische tests
o Identificatie mogelijk
• Immunologische technieken:
o Detectielimiet van 104 105 bacteriën
o Identificatie via toevoegen van antilichamen
▪ Immunofluorescentie op basis van enzymatische reactie of radio-isotopen
• Respectievelijk direct en indirecte methode
o Identificatie mogelijk
• Moleculaire technieken:
o Real-time PCR:
▪ Detectielimiet van 10² bacteriën
▪ 3 stapsreactie die meerdere malen wordt herhaald
• DNA zal exponentieel toenemen
• Visualisatie gebeurt via elektroforese
▪ Conventionele PCR:
• Slechts detectie van 1 species
▪ Multiplex PCR:
• Kan verschillende genen simultaan amplificeren
o Oligonucleotide en whole-genomic probes:
▪ Gebaseerd op hybridisatie
• Spontaan binden van complementaire nucleotidestreng
▪ Detectielimiet 104 bacteriën
▪ Nadeel whole-genomic (checkerboard DNA-DNA hybridisatie):
• Frequent kruisreacties
• Detectielimiet 105 bacteriën
o Identificatie mogelijk
Parodontale Microbiologie en Immunologie