1. Chitridiomycota
Habitat:
- bodems en water
- sommige parasieten van hogere planten, algen of ongewervelden
- sommige in ingewanden van herbivore zoogdieren
(leven van verterend plantenmateriaal)
Hyfen zonder septa
Voortplanting:
Intracellulaire soorten: geen differentiatie tussen generatief en vegetatief gedeelte
bij rijpheid: hele thallus wordt één voortplantingsorgaan = HOLOCARP
MAAR: meestal thallus gedifferentiëerd in voortplantingsorgaan op een vegetatief gedeelte
(rhizoide)
= EUCARP
Ongeslachtelijke voortplanting gebeurt via beweeglijke
zoösporen = planosporen
Planosporen geproduceerd in zoösporangia
2. Zygomycota (Jukzwammen)
• Habitat: bodem, uitwerpselen, vruchten, bloemen, zaden, mens en dier
Op uitwerpselen
,• Enkel septa in voortplantingsorganen
• Voedingswijzen:
- Saprofiet (leven van dood organisch materiaal)
- Zwak parasitair op planten
- Obligaat parasitair op andere Fungi en Zygomyceten
- Suikersaprofieten: leven van afbraakproducten van andere Fungi
Twee typische voortplantingsvormen:
- Ongeslachtelijk: vorming sporangiosporen
gevormd in sporocyst op sporangioforen (hyfen)
bij kieming van sporen: haploïde hyfen
Ongeslachtelijke sporocyst
- Geslachtelijk: conjugatie (enkel bij slechte omstandigheden)
Vorming gametangiën van verschillend mating type groeien naar elkaar toe tot ze
elkaar raken
uiteinden zwellen op + afgescheiden van rest mycelium door septa
wand tussen gametangiën opgelost: versmelting cytoplasten en kernen
= zygospore (=overlevingssporen)
Na meiose: vorming zygosporangium
zygosporangium prod. haplöide sporen = sporangiosporen (ongesl.)
Systematiek van de Zygomycetes
Classis Mucoromycotina:
- Voornaamste orde = Mucorales (broodschimmels)
- Uitgebreide mycelia
- Hoge graad van differentiatie van asexuele structuren
=> vooral vegetatieve groei (= ongeslachtelijke voortplanting)
- Heterothallische voortplanting ( en voortplantingsorganen bevinden zich op
veschillende thalli van verschillende individuen)
Sporangium met sporen – Mucor mucedo
, Classis Entomophthoromycotina:
- Enige orde: Entomophthorales
- Weinig gedifferentieerde asexuele voortplantingsstructuren
=> beperkte vegetatieve groei
- Homothallische voortplanting ( en voortplantingsorganen bevinden zich op
dezelfde thallus van hetzelfde individu)
- Parasieten op insekten (vliegen) en algen
Bv: Entomophtora muscae
Parasiet op vliegen
Witte massa rond vliegen: afgeschoten sporen
Na de dood van de vlieg:
- mycelium zichtbaar
- vorming conidioforen (of balistosporen ->
weggeschoten)
schieten sporen af naar andere vliegen
3. Glomeromycota
Habitat: bodem, want miccorhizaal
Zeer oude groep: aanwezig in fossielen van oudste landplanten
=> Mogelijk verband tussen Glomeromycota en ontstaan landplanten
Voeding: Weinig gastheerspecifiek
Endomycorrhiza-vormers: Vesiculair-arbusculair (VAM)
Hyfen nemen voedsel/mineralen op uit bodem en transporteren deze naar gastheer
- Aanwezig bij alle plantengroepen
- Hyfen in bodem vormen chlamydosporen gevormd in sorus (geheel = sorocarp)
- Vermindering stressgevoeligheid van de gastheerplant
Boomvormig vertakte hyfe Blazen (VESICULI) in de
in gastheercel (ARBUSCULI) cortex van de gastheer
slechts enkele weken
actief en degenereren