Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Orthopedagogiek 1.1

Vendu
3
Pages
77
Publié le
08-09-2015
Écrit en
2014/2015

Samenvatting orthopedagogiek van het 1ste jaar en het 1ste semester. Geschreven in . De samenvatting bevat 71 bladzijden en bestaat uit 12 hoofdstukken. O.a. de hoofdstukken: verschillende handicaps (fysieke, visuele, auditieve handicap), gedragsproblemen, orthovisie, definitie van orthopedagogiek, geschiedenis van orthopedagogiek, het zenuwstelsel, het hormonenstelsel, enzo...

Montrer plus Lire moins















Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
8 septembre 2015
Nombre de pages
77
Écrit en
2014/2015
Type
Resume

Aperçu du contenu

Orthopedagogiek 1.1
HOOFDSTUK 1: DEFINIËRING VAN DE ORTHOPEDAGOGIEK

 Pedagogiek VS pedagogie
Pedagogiek: De wetenschap die het opvoeden als object heeft van
gewone kinderen. Problemen in dagdagelijkse opvoeding.
Opvoedingswetenschap/leer.
Pedagogie: Praktijk van het opvoeden. Pais: kind, agogein: leiden.

 Orthopedagogiek VS orthopedagogie
Orthopedagogiek: De wetenschap (theorie) die de bijzondere
opvoeding als object heeft.
Orthopedagogie: Begeleider/opvoeder van personen met een
lichamelijke, geestelijke handicap: kinderen, ouderen en hun
omgeving. Praktijk van bijzondere opvoeding.
Ortho: Rechtzetten, kinderen op weg helpen naar volwassenheid.
Pais: Kind
Agogein: Leiden

 Algemene orthopedagogiek VS bijzondere orthopedagogiek
Algemene orthopedagogiek: Algemene thema’s die
gemeenschappelijk zijn zoals verwerkingsproces ouders, rouw,
inclusie onderwijs. Dit geldt voor iedereen dus alle doelgroepen van
de beperkingen, handicaps..
Bijzondere orthopedagogiek: Specifieke problematieken binnen een
doelgroep van gehandicapten. Mogelijkheden, moeilijkheden,
vragen, talenten, uitdagingen en leerstoornissen. Antwoorden voor
elk specifiek probleem.

 Klassieke en moderne definities orthopedagogiek
Paradigmaverschuiving: Bepaalde manier van denken in bepaalde
wetenschap.
Klassiek -> modern
Er is een dubbele verschuiving zowel verschuiving van methodiek en
object.
Methodiek: medisch model (symptoom dan diagnose en dan
behandeling: defect denken) -> orthopedagogisch handelen (wat
mankeert dit kind, wat heeft het nodig: nu een methodische
hulpverlening om gevolgen afwijking zo klein mogelijk te houden:
interventie). Begint men handicaps te classificeren.
Object: Afwijkende kind -> gezinscontext: gezinnen in
opvoedingsnood: problematische opvoedingssituatie. Optimaliseren
opvoeding voor kind en opvoeders.

, Klassieke definities: Kind staat centraal (afwijkend kind) Bv.
Hanselmann: heilpedagogiek, Van Gelder: opvoedbaarheid beperkt
kind, Vliegenthart, Baartman (paradigmaverschuiving).
Moderne definities: Meer omgeving die centraal staat
(problematische opvoedingssituatie). Bv. Ter Horst, Van Acker:
opvoedingsverantwoordelijke volwassenen, Nakken: omgeving,
Ruyter, Swinnen & Hellinckx: ongunstig milieu.

 Orthopedagogiek in de orthovisie
Orthopedagogiek geeft ondersteuning aan het handelen van de
opvoeders en hulpverleners. Interventies zijn dan ook
orthopedagogisch van aard.




HOOFDSTUK 2: ONTSTAANGESCHIEDENIS VAN DE
ORTHOPEDAGOGIEK

Vragen per tijdsperiode:

,  Wat zijn de relevante maatschappelijke gebeurtenissen?
 Hoe kijkt men naar een handicap/afwijking?
 Hoe verloopt de hulpverlening aan personen met een handicap?

Klassiek: kinderen helpen, niet in context van school, ouders en omgeving.
Medische/passieve verzorging. Heilpedagogiek.

OUDHEID
Klassiek

 Aristoteles was een belangrijk persoon in deze tijd. Ook schreef
men veel neer in geschriften. Het was de tijd van de Romeinen.
 Het is een onheilspellend teken van God.
Ze werden gediscrimineerd.
 Er was geen behandeling. Ze moesten de kinderen kort na de
geboorte doden (offer) en sommige probeerden hen ook op de
slavenmarkt te verkopen of legden hen ten vondeling.



MIDDELEEUWEN
Vroege (Klassiek)

 Maatschappij accepteerden geen personen met een handicap.
 Het was een straf van God of reiniging van de ziel.
Deze personen waren bezeten door de duivel.
 Er was geen behandeling.


Late (Klassiek)

 Christelijke boodschap van naastenliefde of caritatieve zorg stond
hier centraal. Er is sprake van eerste zorg.
 Werden beschouwd als minderwaardig maar ook als object van
liefdevolle barmhartigheid.
 Er was nog geen medische behandeling.
Religieuzen namen hulpbehoevenden op in Godshuizen.
Mensen met een besmettelijke ziekten hadden aparte
voorzieningen waar ze werden opgesloten of vastgeketend:
dolhuizen.
Jongeren met gedragsproblemen gingen naar spin-en rasphuizen.
Meisjes spinnen en jongens hout raspen.

Verschil vroege en late ME: Christenen.

,18de EEUW
Klassiek

 In de Verlichting was voor het eerste sprake van een soort van
pedagogiek (nieuwe gedachten).
Wetenschap liet de mens in staat om belemmeringen van de
natuur te overwinnen.
Optimistisch over mens & mogelijkheden.
 Ze hadden er een ‘pedagogische’ kijk op.
 Systematisch leren en afleren.



19de EEUW
Klassiek

 In de psychiatrie kwam men tot een besef van de relatie tussen
kinderlijke en mentale ontwikkeling.
Oorsprong van Heilpedagogiek: medische hoek, genezen met
opvoedkundige maatregelen door artsen. Ook minder
kindersterfte.
Nieuwe informatie over kinderpsychiatrie en kinder-of
ontwikkelingspsychologie.
Zwakzinnigheid en idiotisme ontstonden.
 Onderscheid tussen geestesziekte en geestelijke achterstand.
Men ging zich meer focussen op de ontwikkelingsproblematiek in
de zwakzinnigenzorg.
 Er werden idiotenscholen opgericht.
Jeugdgevangenissen, heropvoedingshuizen werden opgericht.
Eerste instellingen voor kinderen met mentale, visuele of
auditieve beperkingen.




20ste EEUW
Klassiek

 Vindt zich plaats rond de Tweede wereldoorlog.
Men had nu geen pedagogische, optimistische kijk meer maar
een medische supervisie en passieve verzorging.

, Grote sociaal economische crisis.
 Mensen met problemen pasten niet thuis in het burgerlijk model
om de samenleving weer her op te leven.
 Buitengewoon/speciaal onderwijs België.
Maar ze kwamen vaak terecht in prestatieonderwijs/gewoon
onderwijs door beperking van kinderarbeid en invoering leerplicht
(1914) en hier hoorden ze niet thuis.



JAREN 60
Ook 20ste eeuw

 Nieuwe visie want de economie is weer hersteld.
Mensen etiketteren en in aparte voorzieningen plaatsen kan
schadelijke effecten hebben op hun persoonlijkheid. Zien hun als
personen met een beperking.
Andere kijk opvoedingsproblemen -> interactieproblemen
(modern: wederkerig kind en ouders), natuurlijk netwerk.
 Ze hebben ook vragen/behoeften.
Horen ook thuis in de samenleving.
Moeten hen niet uitstoten maar ondersteunen en integreren.
 Hedendaagse hulpverleningsveld.
Ambulante voorzieningen: integratie in samenleving.
Semi-residentiële voorzieningen.
Klassiek -> moderne verandering: relatie kind & ouders.




HOOFDSTUK 3: BEROEPSPROFIEL VAN DE PROFESSIONELE
BACHELOR IN ORTHOPEDAGOGIE

 Beroep opvoeder/begeleider geëvolueerd op vlak van breedte en
diepte.
Verschuiving diepte:
Vrijwilliger (advies van leidinggevende opvolgen) -> professional
(beste overzicht over hulpvrager) .

, Uitvoerend (bevel hogerhand opvolgen zelf geen inbreng) ->
centrale positie (conflicten hanteren, vormingssituatie uitbouwen,
studiebegeleiding).
Verschuiving breedte (omvang):
Werkterrein verruimt : school, bejaarden, gevangenen,
drugsverslaafden. Niet meer alleen als leefgroep werker maar ook in
ambulante settingen.
Beroepsprofiel: Profiel waaraan scholen moeten voldoen in een
richting.

 4 verantwoordelijkheden (basisfuncties) van de
opvoeder/begeleider.
! Verantwoordelijkheid is een centraal begrip dat je terug vindt op
een 4-tal domeinen.
Invulling van dit verantwoord handelen wordt bepaald door soort
voorziening, aard problematiek, kenmerken van cliënt. Is ook
gedeeld.
Ook vind je er telkens de competenties: inzichten, vaardigheden en
houdingen terug die zijn nodig om je verantwoordelijkheid te kunnen
opnemen.
 Orthopedagogische functie: Verantwoordelijkheid t.o.v.
cliënt/cliëntsysteem (ouders/leefgroep). Professional in het
hanteren van het dagdagelijkse leven.
Bv. Beroepsgeheim, individuele contacten en vertrouwen,
activiteiten die rekening houden met ontwikkelingsniveau,
eigen inbreng cliënten, cultuurverschillen.
 Zelfhanteringsfunctie: Verantwoordelijkheid voor zichzelf,
eigen persoon: belangrijkste instrument, inzicht in eigen
persoonlijkheid (zelfkennis, empathie), blijvend leerproces.
Bv. Kennis in eigen mogelijkheden en grenzen, emotioneel
standvastig, bijscholen in nieuwe wetenschappelijke
inzichten/vaardigheden, positieve inzet.
 Samenwerkingsfunctie: ! Hiervoor moet je
zelfhanteringsfunctie goed zijn Verantwoordelijkheid voor
collega’s, kunnen samenwerken, inbreng van meerdere
hulpverleners/opvoeders: multidisciplinair team -> inbreng:
complementair.
Intervisie: met collega’s een gebeurtenis bespreken.
Supervisie: met iemand van een hogere functie (directeur) een
gebeurtenis bespreken.
Bv. Collega’s motiveren en stimuleren, respect hebben voor
hun inbreng, goede communicatie, feedback geven aan
collega’s.
 Beleidsfunctie: Verantwoordelijkheid voor het beleid
(organisatie en maatschappij).

, Visie van een organisatie, instelling. Wat zij belangrijk vinden.
Bv. Rechten & plichten kennen als werknemer in een
organisatie, je eigen instelling vertegenwoordigen t.o.v.
contacten van andere instellingen.

! steeds in evolutie: bijscholing, evaluatie, intervisie, supervisie.

 Competenties van professionele bachelor orthopedagogie.
3 aspecten van persoonlijkheid. Continu groeiproces.
Competentie: integratie van inzichten, vaardigheden en houdingen.
 Inzichten: activiteiten i.v.m. denken, verstand, weten, kritisch
reflecteren, inzicht in theoretische vorming.
 Vaardigheden: Beheersing van methoden en technieken. Het
doen en handelen.
 Houdingen: De drijfveer van ons gedrag. Ingesteldheid,
motivatie, interesse, verlangen, wil, stipt zijn, enthousiast,
leergierig.




Orthopedagogische context/situatie: overkoepelend dak ,
werkterrein van de orthopedagogiek.
Algemene competenties: Fundament van het huis, deze moet je
eerst beschikken voor je de andere hebt.
Algemene beroepsgerichte competenties: Algemeen voor elk beroep
belangrijk niet speciaal voor opvoeder.
Beroep specifieke competenties/6 rollen: Rollen speciaal voor onze
richting.

,  Preventie.
Curatieve hulpverlening: Genezende zorg zoals huisartsen. Gevaar
hierin is de afhankelijkheid hieraan daarom preventie.
Preventie: Door middel van doelgerichte, georganiseerde activiteiten
voorkomen van ernstige problemen bij mensen, of van verergering
van die problemen.
! Moet eerst wel een probleem zijn anders kan je niks voorkomen.


 Kenmerken van preventie die samen aanwezig moeten zijn.
 Initiatieven: activiteiten die je bewust onderneemt niet
toevallig.
 Systematisch: Vooraf gepland en bedacht.
 Probleem: Er moet sprake zijn van een probleem moet niet al
aanwezig zijn.
 Voorkomen: Weten waar je moet ingrijpen, probleemanalyse
(risico en beschermende factoren).
 Doelbewust: Bedoeld om een probleem te voorkomen.

 Vormen van preventie.
Collectieve preventie: gericht op doelgroep.
Individuele preventie: gericht op één persoon.

Specifieke preventie: richt zich op één specifiek probleem.
Generale/algemeen preventie: richt zich op een bepaalde
doelgroep om algemene problemen te voorkomen. Bv sociale
vaardigheden bijbrengen om meerdere problemen bij die doelgroep
te voorkomen of opwarming aarde.

Situationele preventie: In de fysieke omgeving zelf ingrijpen bv
betere straatverlichting.
Persoonsgerichte preventie: Richt zich op de daders/slachtoffers
( ook indiv).

Directe preventie: Direct op de doelgroep richten/beïnvloeden.
Indirecte preventie: Via tussenpersoon beïnvloeden. Bv huisdokter
bij mishandeling.

Ook onderscheid in moment waarop men in de
probleemontwikkeling ingrijpt:
 Primaire preventie: Er is zicht op het probleem maar nog
geen ontwikkeling.
Bv Overheid: kind en gezin, voedselpreventie.
 Secundaire preventie: Klein probleem dat men nog kan
voorkomen dat het erger gaat worden. Bv Kindje slaat zichzelf,
ruzie.
€3,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
zoëschaf
5,0
(1)

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
8 année de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
zoëschaf Katholieke Hogeschool Limburg
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
4
Membre depuis
10 année
Nombre de followers
1
Documents
0
Dernière vente
6 année de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions