Hoofdstuk 3
3.1 wat is democratie?
Algemeen belang
- Politiek -> het nemen van besluiten om het land te besturen
o Welvaart
o Volksgezondheid
o Infrastructuur
o Onderwijs
o Buitenlandse betrekkingen
o Openbare orde en veiligheid
Directe en indirecte democratie
- Democratie -> bestuursvorm waarbij de bevolking direct of indirect invloed uitoefent
op de politieke besluitvorming.
- Referendum -> kiesrechtigde burgers mogen rechtstreeks stemmen over een politiek
vraagstuk of wetsvoorstel.
- Indirecte democratie -> het volk kiest het parlement.
o Parlementaire democratie
Kenmerken parlementaire democratie
- Politieke grondrechten
o Nederlanders vanaf 18 jaar hebben recht om te kiezen en verkozen te
worden.
o Iedereen mag een politieke partij of vereniging oprichten.
o Iedereen mag demonstreren of op een andere manier zijn mening uiten.
- Politieke besluitvorming
o Regering en het parlement maken samen wetten
o Wetten gelden als de meerderheid in het parlement daartoe besluit
- Een democratie houd rekening met minderheid
- Persvrijheid
Van dictatuur naar democratie
- Tot 1848 macht bij de koning
- Vanaf 1848 gekozen volksvertegenwoordigers.
o Stemmen: eerst rijke mannen
o 1917: mannen
o 1919: vrouwen
Dictatuur
- Alle macht in handen van één persoon of kleine groep.
o Ideologie
o Religieuze dictatuur
o Militaire dictatuur
Kenmerken
- Geen machtenscheiding
- Geen grondrechten
- Geen vrije pers
- Oppositiepartijen verboden
- Grote rol militairen
- Verkiezingsfraude
, - Snel en effectief besluiten nemen
3.2 politieke stromingen
Ideologieën
Een samenhangend geheel van ideeën over de gewenste inrichting van de samenleving.
- Welke waarden en normen staan centraal?
- Wat is de gewenste rol van de overheid op sociaaleconomisch gebied?
o Links -> ongelijkheid tussen mensen verminderen met goede uitkeringen en
andere voorzieningen.
o Rechts -> willen zo weinig mogelijk bemoeienis van de overheid op
sociaaleconomisch gebied.
Liberalisme
- Opstand tegen de onbeperkte macht van de koning
- Persoonlijke en economische vrijheid
- Tegen hoge belastingen
Liberalen nu
- Vrijheid belangrijk -> vrijemarkteconomie
- Overheid kleine rol op sociaaldemocratisch gebied en beperken tot kerntaken.
- Rechts
- VVD, PVV, D66
Socialisme
- Tegen vrijemarkteconomie
- Einde maken aan armoeden en ongelijkheid
o Communisten -> wilden dat arbeiders door een revolutie alle macht over zou
nemen.
o Sociaaldemocraten -> wilden via verkiezingen in de regering komen en
hervormingen doorvoeren.
Sociaaldemocraten nu
- Niet meer tegen vrijemarkteconomie en bijbehorende marktwerking.
- Gelijkwaardigheid
- Links
Confessionalisme
- Geloof -> vooral christendom
- Rentmeesterschap: mensen hebben de taak goed te zorgen voor de door God aan
ons toevertrouwde aarde.
Christendemocraten nu
- Naastenliefde belangrijk
- Midden
Populisme
- Komen op voor de eenvoudige burger
- Vaak sterk nationalistische standpunten
Progressief en conservatief
Progressief
- vooruitstrevend in de politiek
- maatschappij willen veranderen
conservatief
- behoudend
3.1 wat is democratie?
Algemeen belang
- Politiek -> het nemen van besluiten om het land te besturen
o Welvaart
o Volksgezondheid
o Infrastructuur
o Onderwijs
o Buitenlandse betrekkingen
o Openbare orde en veiligheid
Directe en indirecte democratie
- Democratie -> bestuursvorm waarbij de bevolking direct of indirect invloed uitoefent
op de politieke besluitvorming.
- Referendum -> kiesrechtigde burgers mogen rechtstreeks stemmen over een politiek
vraagstuk of wetsvoorstel.
- Indirecte democratie -> het volk kiest het parlement.
o Parlementaire democratie
Kenmerken parlementaire democratie
- Politieke grondrechten
o Nederlanders vanaf 18 jaar hebben recht om te kiezen en verkozen te
worden.
o Iedereen mag een politieke partij of vereniging oprichten.
o Iedereen mag demonstreren of op een andere manier zijn mening uiten.
- Politieke besluitvorming
o Regering en het parlement maken samen wetten
o Wetten gelden als de meerderheid in het parlement daartoe besluit
- Een democratie houd rekening met minderheid
- Persvrijheid
Van dictatuur naar democratie
- Tot 1848 macht bij de koning
- Vanaf 1848 gekozen volksvertegenwoordigers.
o Stemmen: eerst rijke mannen
o 1917: mannen
o 1919: vrouwen
Dictatuur
- Alle macht in handen van één persoon of kleine groep.
o Ideologie
o Religieuze dictatuur
o Militaire dictatuur
Kenmerken
- Geen machtenscheiding
- Geen grondrechten
- Geen vrije pers
- Oppositiepartijen verboden
- Grote rol militairen
- Verkiezingsfraude
, - Snel en effectief besluiten nemen
3.2 politieke stromingen
Ideologieën
Een samenhangend geheel van ideeën over de gewenste inrichting van de samenleving.
- Welke waarden en normen staan centraal?
- Wat is de gewenste rol van de overheid op sociaaleconomisch gebied?
o Links -> ongelijkheid tussen mensen verminderen met goede uitkeringen en
andere voorzieningen.
o Rechts -> willen zo weinig mogelijk bemoeienis van de overheid op
sociaaleconomisch gebied.
Liberalisme
- Opstand tegen de onbeperkte macht van de koning
- Persoonlijke en economische vrijheid
- Tegen hoge belastingen
Liberalen nu
- Vrijheid belangrijk -> vrijemarkteconomie
- Overheid kleine rol op sociaaldemocratisch gebied en beperken tot kerntaken.
- Rechts
- VVD, PVV, D66
Socialisme
- Tegen vrijemarkteconomie
- Einde maken aan armoeden en ongelijkheid
o Communisten -> wilden dat arbeiders door een revolutie alle macht over zou
nemen.
o Sociaaldemocraten -> wilden via verkiezingen in de regering komen en
hervormingen doorvoeren.
Sociaaldemocraten nu
- Niet meer tegen vrijemarkteconomie en bijbehorende marktwerking.
- Gelijkwaardigheid
- Links
Confessionalisme
- Geloof -> vooral christendom
- Rentmeesterschap: mensen hebben de taak goed te zorgen voor de door God aan
ons toevertrouwde aarde.
Christendemocraten nu
- Naastenliefde belangrijk
- Midden
Populisme
- Komen op voor de eenvoudige burger
- Vaak sterk nationalistische standpunten
Progressief en conservatief
Progressief
- vooruitstrevend in de politiek
- maatschappij willen veranderen
conservatief
- behoudend