Formuleringsfouten PTA 541
Verkeerd woord:
Een verkeerd woord gebruiken.
o Kennen: weten wie of wat het is
Kunnen: in staat zijn
o Liggen: zich in liggende toestand bevinden
Leggen: iets neerleggen
o Te danken: bij iets positiefs
Te wijten: bij iets negatiefs
o Blijkbaar: je kunt het zien (vaststellen)
Schijnbaar: Het is niet echt zo (schijn)
o Als: bij een gelijkheid (even klein als)
Dan: bij een ongelijkheid (kleiner dan)
o Hen: lijdend voorwerp en na een voorzetsel
Hun: meewerkend voorwerp
o Met behulp: als je een hulpmiddel gebruikt
Met de hulp: als het om personen gaat
o Omdat (reden): het gebeurt omdat je het wil
Doordat (oorzaak): het gebeurt zonder dat je er iets aan kunt doen
o Opdat: geeft een doel aan
Zodat: geeft een gevolg aan
o Mits: op voorwaarde dat
Tenzij: behalve als
o Rede: toespraak
Reden: argument (waarom je iets doet)
o Indertijd: vroeger, een ruime verwijzing
Destijds: toen, een meer precieze verwijzing
o Geregeld: tamelijk frequent, met ongelijke tussenpozen
Regelmatig: tamelijk frequent, met gelijke tussenpozen
o Verantwoording: rekenschap afleggen, verdedigen waarom je zo hebt
gehandeld
Verantwoordelijkheid: de plicht voor iemand te zorgen
o Rustig: kalm
Gerust: zonder angst
o Vergeten hebben: verzuimen te doen of mee te nemen
Vergeten zijn: zich niet meer herinneren
Contaminatie:
Twee woorden of uitdrukkingen met eenzelfde betekenis worden verhaspeld
o Nachecken nakijken/checken
o Volgens mijn mening volgens mij/naar mijn mening
Vakterm:
Te moeilijke woorden en uitdrukkingen gebruiken die het publiek niet kent
o De tomatensoep was bereid conform het recept van de kok.
volgend
Vaag woord/containerwoord:
De betekenis van sommige woorden zijn te breed.
, o Redelijk voor iedereen is dat anders.
Vreemd woord:
Woord die niet goed past in de Nederlandse taal (niet aangepast aan
Nederlandse taal)
o Custom made op maat gemaakt
Barbarisme:
Woorden of uitrukkingen die letterlijk uit een andere taal in het Nederlands zijn
vertaald en die als fout Nederlands worden beschouwd. (aangepast aan
Nederlandse taal)
o Nagelnieuw splinternieuw
Archaïsme:
Verouderde woorden die een tekst een oubollige uitstraling geven.
o Hierbij doen wij u een declaratieformulier toekomen. Hierbij sturen
wij u een declaratieformulier
Neologisme:
Nieuwe woorden die door veelvuldig gebruik in het dagelijks taalgebruik zijn
opgenomen.
o Pimpen opknappen
Modewoord:
Een populair woord
o Chill heel gaaf
Plat of grof woord:
Kan anderen irriteren of kwetsen
o Op je plaat flikkeren vallen op je gezicht
Storende woordherhaling:
Je gebruikt steeds hetzelfde woord. Dit kan tot irritatie leiden.
o Als je dat vindt, moet je dat zelf maar weten, want dat is je eigen
verantwoordelijkheid.
Als je dat vindt, moet je het zelf maar weten, want het is je eigen
verantwoordelijkheid.
Foutieve tautologie:
Twee woorden die hetzelfde betekenen.
o Het gebeurt me soms dat ik weleens te laat ben voor een afspraak.
‘soms’ of ‘weleens’ weglaten
Foutief pleonasme:
Je gebruikt een woord in de zin waarvan de betekenis al aanwezig is in een
ander woord in de zin. (witte sneeuw)
o Na een lange procedure kreeg het gezin toestemming om te mogen
blijven.
‘kreeg toestemming om te blijven’ of ‘mocht blijven’
Verkeerd woord:
Een verkeerd woord gebruiken.
o Kennen: weten wie of wat het is
Kunnen: in staat zijn
o Liggen: zich in liggende toestand bevinden
Leggen: iets neerleggen
o Te danken: bij iets positiefs
Te wijten: bij iets negatiefs
o Blijkbaar: je kunt het zien (vaststellen)
Schijnbaar: Het is niet echt zo (schijn)
o Als: bij een gelijkheid (even klein als)
Dan: bij een ongelijkheid (kleiner dan)
o Hen: lijdend voorwerp en na een voorzetsel
Hun: meewerkend voorwerp
o Met behulp: als je een hulpmiddel gebruikt
Met de hulp: als het om personen gaat
o Omdat (reden): het gebeurt omdat je het wil
Doordat (oorzaak): het gebeurt zonder dat je er iets aan kunt doen
o Opdat: geeft een doel aan
Zodat: geeft een gevolg aan
o Mits: op voorwaarde dat
Tenzij: behalve als
o Rede: toespraak
Reden: argument (waarom je iets doet)
o Indertijd: vroeger, een ruime verwijzing
Destijds: toen, een meer precieze verwijzing
o Geregeld: tamelijk frequent, met ongelijke tussenpozen
Regelmatig: tamelijk frequent, met gelijke tussenpozen
o Verantwoording: rekenschap afleggen, verdedigen waarom je zo hebt
gehandeld
Verantwoordelijkheid: de plicht voor iemand te zorgen
o Rustig: kalm
Gerust: zonder angst
o Vergeten hebben: verzuimen te doen of mee te nemen
Vergeten zijn: zich niet meer herinneren
Contaminatie:
Twee woorden of uitdrukkingen met eenzelfde betekenis worden verhaspeld
o Nachecken nakijken/checken
o Volgens mijn mening volgens mij/naar mijn mening
Vakterm:
Te moeilijke woorden en uitdrukkingen gebruiken die het publiek niet kent
o De tomatensoep was bereid conform het recept van de kok.
volgend
Vaag woord/containerwoord:
De betekenis van sommige woorden zijn te breed.
, o Redelijk voor iedereen is dat anders.
Vreemd woord:
Woord die niet goed past in de Nederlandse taal (niet aangepast aan
Nederlandse taal)
o Custom made op maat gemaakt
Barbarisme:
Woorden of uitrukkingen die letterlijk uit een andere taal in het Nederlands zijn
vertaald en die als fout Nederlands worden beschouwd. (aangepast aan
Nederlandse taal)
o Nagelnieuw splinternieuw
Archaïsme:
Verouderde woorden die een tekst een oubollige uitstraling geven.
o Hierbij doen wij u een declaratieformulier toekomen. Hierbij sturen
wij u een declaratieformulier
Neologisme:
Nieuwe woorden die door veelvuldig gebruik in het dagelijks taalgebruik zijn
opgenomen.
o Pimpen opknappen
Modewoord:
Een populair woord
o Chill heel gaaf
Plat of grof woord:
Kan anderen irriteren of kwetsen
o Op je plaat flikkeren vallen op je gezicht
Storende woordherhaling:
Je gebruikt steeds hetzelfde woord. Dit kan tot irritatie leiden.
o Als je dat vindt, moet je dat zelf maar weten, want dat is je eigen
verantwoordelijkheid.
Als je dat vindt, moet je het zelf maar weten, want het is je eigen
verantwoordelijkheid.
Foutieve tautologie:
Twee woorden die hetzelfde betekenen.
o Het gebeurt me soms dat ik weleens te laat ben voor een afspraak.
‘soms’ of ‘weleens’ weglaten
Foutief pleonasme:
Je gebruikt een woord in de zin waarvan de betekenis al aanwezig is in een
ander woord in de zin. (witte sneeuw)
o Na een lange procedure kreeg het gezin toestemming om te mogen
blijven.
‘kreeg toestemming om te blijven’ of ‘mocht blijven’