Psychologie samenvatting
College 1 waarneming
Alles wat je ziet komt binnen via ons netvlies. Hoewel 2 mensen die naar hetzelfde kijken en
de afbeelding die binnenkomt identiek is kunnen zij toch 2 verschillende dingen zien. Hoe je
bent opgevoegd/opgegroeid, je cultuur en hoe je hersenen werken. Bepalen wat je ziet. Een
voorbeeld; de Necker kubus.
De meeste zien dit als voorvlak Sommige zien dit als voorvlak
Associatiefilosofie: mensen zijn geneigd om ideeën met elkaar te associëren. Als twee
waarnemingen gelijktijdig optreden dan wordt de associatie hierbij versterkt. Denk aan;
donkere wolken en bliksem. Hierdoor hebben wij een ‘oorzaak en gevolg besef’ (bliksem
komt altijd voor de donker)
Gestalttheorie
Waarneming vindt direct plaats. De omgeving wordt in gehelen waargenomen. De relaties
die bestaan in de omgeving, in tijd en ruimte zijn zo dat onze hersenen die direct oppikken.
4 wetten binnen de theorie
1. De wet van nabijheid
Dingen die bi elkaar staan, horen bij elkaar
2. De wet van gelijkheid
Dingen die er hetzelfde uitzien, horen bij elkaar.
3. De wet van goede voortzetting (continuïteit)
, Lijn in vloeiende beweging. Lijnen met hoeken vinden we gek, dus trekken we de
lijnen zelf door.
De derde variant vinden we het meest logisch, terwijl de eerste 2 ook kunnen.
4. De wet van aanvulling (geslotenheid)
We vullen dingen altijd aan ook al staan daar geen lijnen
Je hersenen willen graag eenheid en structuur. Als je naar het
figuur hiernaast kijk, willen je hersenen de witte puntjes zwart
maken. Maar je oog en netvlies zegt dat het een wit puntje is.
Hollow face illusion
Gezichten zijn bol. Als een gezicht hol is, kunnen onze hersenen dat niet verwerken. Ze
zorgen ervoor dat dan alsnog bol zijn. Dit komt omdat onze hersenen ooit hebben bedacht
dat gezichten bol zijn.
College 2 waarneming
Phi fenomeen
We herkennen snel bewegende objecten en trekken meteen onze aandacht. De
verwerkingssnelheid van onze hersen is echter niet enorm hoog. Het phi fenomeen laat zien
dat vaak beweging wanneer deze er niet is. Wanneer we een cirkel zouden maken van
bolletjes en we zouden deze bolletjes een voor een met de klok mee oplaten lichten en weer
uit laten gaan, dan ‘denken’ onze hersen dat er een bolletje rondgaat. Neonreclames werken
ook volgens dit principe.
College 1 waarneming
Alles wat je ziet komt binnen via ons netvlies. Hoewel 2 mensen die naar hetzelfde kijken en
de afbeelding die binnenkomt identiek is kunnen zij toch 2 verschillende dingen zien. Hoe je
bent opgevoegd/opgegroeid, je cultuur en hoe je hersenen werken. Bepalen wat je ziet. Een
voorbeeld; de Necker kubus.
De meeste zien dit als voorvlak Sommige zien dit als voorvlak
Associatiefilosofie: mensen zijn geneigd om ideeën met elkaar te associëren. Als twee
waarnemingen gelijktijdig optreden dan wordt de associatie hierbij versterkt. Denk aan;
donkere wolken en bliksem. Hierdoor hebben wij een ‘oorzaak en gevolg besef’ (bliksem
komt altijd voor de donker)
Gestalttheorie
Waarneming vindt direct plaats. De omgeving wordt in gehelen waargenomen. De relaties
die bestaan in de omgeving, in tijd en ruimte zijn zo dat onze hersenen die direct oppikken.
4 wetten binnen de theorie
1. De wet van nabijheid
Dingen die bi elkaar staan, horen bij elkaar
2. De wet van gelijkheid
Dingen die er hetzelfde uitzien, horen bij elkaar.
3. De wet van goede voortzetting (continuïteit)
, Lijn in vloeiende beweging. Lijnen met hoeken vinden we gek, dus trekken we de
lijnen zelf door.
De derde variant vinden we het meest logisch, terwijl de eerste 2 ook kunnen.
4. De wet van aanvulling (geslotenheid)
We vullen dingen altijd aan ook al staan daar geen lijnen
Je hersenen willen graag eenheid en structuur. Als je naar het
figuur hiernaast kijk, willen je hersenen de witte puntjes zwart
maken. Maar je oog en netvlies zegt dat het een wit puntje is.
Hollow face illusion
Gezichten zijn bol. Als een gezicht hol is, kunnen onze hersenen dat niet verwerken. Ze
zorgen ervoor dat dan alsnog bol zijn. Dit komt omdat onze hersenen ooit hebben bedacht
dat gezichten bol zijn.
College 2 waarneming
Phi fenomeen
We herkennen snel bewegende objecten en trekken meteen onze aandacht. De
verwerkingssnelheid van onze hersen is echter niet enorm hoog. Het phi fenomeen laat zien
dat vaak beweging wanneer deze er niet is. Wanneer we een cirkel zouden maken van
bolletjes en we zouden deze bolletjes een voor een met de klok mee oplaten lichten en weer
uit laten gaan, dan ‘denken’ onze hersen dat er een bolletje rondgaat. Neonreclames werken
ook volgens dit principe.