Inhoud
1 Een onderneming opstarten in de automobielsector ...................................................................1
1.1 Oprichting eenmanszaak of vennootschap ...........................................................................1
1.1.1 Eenmanszaak vs vennootschap: voor- en nadelen ........................................................1
1.1.2 Overname onderneming ..............................................................................................1
1.1.3 Rechtsvormen handelsvennootschappen .....................................................................2
1.2 Inschrijving Kruispuntbank van ondernemingen...................................................................5
1.2.1 Kruispuntbank .............................................................................................................5
1.2.2 Ondernemingsnummer ................................................................................................6
2 Distributienetwerken in de autosector ........................................................................................6
2.1 Autodistributie (oorsprong-structuren-actoren) .................................................................6
2.2 Bescherming van de mededinging .......................................................................................9
2.2.1 Inleiding .......................................................................................................................9
2.2.2 Bepalingen van het mededingingsrecht...................................................................... 10
2.2.3 Gemeenschappelijke bepalingen................................................................................ 11
2.2.4 Verkoop van nieuwe wagens...................................................................................... 12
2.2.5 Naverkoop ................................................................................................................. 13
2.2.6 Vrijheid om onderdelen te verkopen.......................................................................... 14
2.2.7 Naverkoop ................................................................................................................. 14
2.2.8 Vrijheid om onderdelen te kopen ............................................................................... 15
2.2.9 Naverkoop ................................................................................................................. 15
2.2.10 Bescherming van de mededinging in België................................................................ 17
2.3 Precontractuele informatie ................................................................................................ 22
2.4 Gebruikelijke overeenkomsten in de commerciële distributie ............................................ 24
2.4.1 De gemachtigde ......................................................................................................... 24
2.4.2 De handelsagent ........................................................................................................ 24
2.4.3 De concessieovereenkomst........................................................................................ 25
2.4.4 De commissieovereenkomst ...................................................................................... 27
2.4.5 De franchiseovereenkomst ........................................................................................ 27
2.5 Bescherming van de officiële netwerken............................................................................ 28
2.5.1 Inleiding..................................................................................................................... 28
2.5.2 Gewezen dealers uit het dealernet............................................................................. 28
2.5.3 Gespecialiseerde onafhankelijke garagehouders ........................................................ 28
, 2.5.4 Niet-officiële invoerders............................................................................................. 29
3 Milieuwetgeving in de autosector ............................................................................................. 30
3.1 Inhoud ............................................................................................................................... 30
3.2 Één omgevingsvergunning ................................................................................................. 30
3.2.1 Milieuvergunning en -voorwaarden ........................................................................... 31
3.2.2 Omgevingsvergunningsdecreet .................................................................................. 31
3.2.3 Vlarem II – Bijlagen .................................................................................................... 32
3.2.4 Moet het bedrijf nog omgevingsvergunningen aanvragen? ........................................ 32
3.2.5 VLAREM-Wegwijzer ................................................................................................... 32
3.2.6 Het bedrijf heeft een omgevingsvergunning nodig ..................................................... 35
3.2.7 Het bedrijf is meldingsplichtig .................................................................................... 35
4 Collectieve arbeidswetgeving in de autosector .......................................................................... 42
5 De fiscale wetgeving in de autosector ....................................................................................... 42
6 Technische voorschriften voor voertuigen ................................................................................. 42
7 Beteugeling van bedrog met de kilometerstand ........................................................................ 42
8 De garantieregels van kracht in de autosector ........................................................................... 42
9 Handelsrecht en de reparatie in de autosector .......................................................................... 42
10 Administratieve voorwaarden voor het gebruik van voertuigen............................................. 42
,1 Een onderneming opstarten in de automobielsector
1.1 Oprichting eenmanszaak of vennootschap
- Onderneming neemt deel aan de economie
➔ Natuurlijk persoon: zelfstandig beroepsactiviteit uitoefent (eenmanszaken en vroegere
vrije beroepers met uitz voor deeleconomie)
➔ Als organisatie met rechtspersoonlijkheid: bv: CV, BV, NV, VZW & stichting
➔ Als organisatie zonder rechtspersoonlijkheid: maatschap.
- Gevolgen:
➔ Het insolventierecht is van toepassing en laat toe om bij problemen een nieuwe
doorstart te maken of de zaken ordentelijk af te handelen.
➔ Inschrijvingsplicht bij de KBO (Kruispuntbank
van Ondernemingen) voor alle ondernemingen voor de start van de activiteiten. Zo
wordt essentiële info over de onderneming publiek consulteerbaar.
➔ Boekhoudkundige verplichtingen: afhankelijk van de aard en de omvang van de
onderneming (vereenvoudigde boekhouding voor de kleine onderneming).
➔ Ondernemingsrechtbank: de rechtbank van koophandel wordt de
ondernemingsrechtbank en is bevoegd voor alle geschillen tussen ondernemingen.
1.1.1 Eenmanszaak vs vennootschap: voor- en nadelen
Eenmanszaak: voor- en nadelen
- Voordelen
➔ eenvoud van oprichting
➔ zelfstandigen statuut
➔ eenvoud van beheer en beslissingscentrum
➔ geen verantwoording afleggen aan vennoten
- Nadelen
➔ onbeperkte aansprakelijkheid tgo schuldeisers
➔ volledig vermogen (privé en zakelijk) staat borg (ook van echtgenote)
➔ bij overlijden gaat onderneming onverdeeld over naar erfgenamen
➔ alle inkomsten (privé en zakelijk) vallen onder inkomstenbelasting
➔ beperkte ZIV-statuut
Vennootschap: voor- en nadelen
- Voordelen
➔ scheiding privé en zakelijk vermogen
➔ desgevallend werknemersstatuut (inclusief ZIV)
➔ bestendigheid onderneming bij overlijden
➔ vennootschapsbelasting met overdracht verliezen
➔ mogelijk gunstiger belastingstelsel (evenwicht zakelijk-privé)
- Nadelen
➔ verplicht partnerschap – aan elkaar verantwoording afleggen
➔ verplichte beslissingsorganen
➔ administratieve rompslomp bij oprichting
➔ startkapitaal
1.1.2 Overname onderneming
- Overname van een handelsfonds bestaande uit:
1
, ➔ Materiële goederen: gereedschap, uitrusting, machines, voertuigen, gebouwen, enz…
➔ Immateriële goederen: cliënteel, handelsnaam, goodwill
- Overname van een handelsfonds bestaande uit:
➔ Aandelen van de vennootschap die de activiteit leidt
➔ Niet mogelijk bij natuurlijke persoon
1.1.3 Rechtsvormen handelsvennootschappen
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Omvat de meest grondige hervorming van het Belgisch vennootschaps- en verenigingsrecht:
- Doelstelling: vennootschapsrecht moderniseren, vereenvoudigen en flexibiliseren opdat
België aantrekkelijk zou zijn voor ondernemingen
- Afschaffing van het onderscheid tussen burgerlijke- en handelsdaden en tussen burgerlijke-
en handelsvennootschappen
- Afschaffing van het onderscheid gemaakt tussen vennootschappen, verenigingen en
stichtingen: gemeenschappelijke bepalingen
Vb: bestuurdersaansprakelijkheid
- Inwerkingtreding
➔ 1 mei 2019 : van toepassing op nieuwe vennootschappen
➔ 1 januari 2020 : dwingende bepalingen van toepassing op bestaande vennootschappen
➔ 1 januari 2024 : dateline van de aanpassing statuten van bestaande vennootschappen
Schrapt een aantal vennootschapsvormen
- de maatschap: enige vennootschapsvorm zonder rechtspersoonlijkheid
- rechtspersonen met onbeperkte aansprakelijkheid: in deze categorie blijven nog de
vennootschap onder firma (vof) en commanditaire vennootschap over.
- De besloten vennootschap (bv): wordt opvolger van de bvba, met als grootste nieuwigheid
dat er niet langer een minimumkapitaal van 18.500 euro gevraagd wordt.
- De naamloze vennootschap (nv): de nv blijft onderworpen aan de Europese kapitaalregels
en zal nog steeds populair blijven als vennootschapsvorm bij grotere en beursgenoteerde
ondernemingen. Het startkapitaal van 61.500 euro blijft behouden
- De coöperatieve vennootschap (cv): blijft enkel bestaan in de variant met beperkte
aansprakelijkheid. De nieuwe cv is enkel nog bedoeld voor vennootschappen die het ‘echte’
coöperatieve gedachtegoed nastreven
Schrapt een aantal vennootschapsvormen
2