Anticonceptie
Inleiding
Anticonceptie -> al die middelen en methoden die tot doel hebben bevruchting van eicel of innesteling
van bevruchte eicel te voorkomen
o Kunnen genieten van heteroseksuele coïtale activiteit zonder angst voor ongewenste ZS
o Bestaat reeds lang
Eerste beschrijving -> 1500 V. CHR
Rubberen condoom 1844
Pil 1961
Contraceptieve nood
Demografische nood
o Exponentiele groei wereldbevolking ( + daling zuigelingensterfte)
Individuele nood
o Biologische redenen
Betere voeding -> menarche vroeger (menopauze) en meer ovulatoire cycli
Reproductieve periode = langer
o Socio-economische redenen
1. Beleven seksualiteit los van reproductie
2. Wens voor kleinere gezinnen
3. Uitstellen kinderen
Keuze anticonceptiemiddel
o Rekening houden met
Individuele wensen en behoeften
Religieuze overwegingen
Levensfase van gebruikster
Voor eerste ZS (puberteit, adolescentie, jongen volwassenschap)
Periode tussen ZS’en
Voltooid gezin tot overgang (menopauze)
o Zijn nu voldoende betrouwbare middelen die voldoen aan persoonlijke behoeften en
fysiologische + pathologische omstandigheden
o Laag aantal ongewenste ZS, aantal stagneert (-> krijgen niet nog lager)
o GVO -> gezondheidsvoorlichting en opvoeding
Anticonceptiemethode naar leeftijd
o Pil
Vooral 18-24 j, minder bij 25-39 en 40-49 j
o Condoom
Niet veel -> meeste bij 25-39j (13%)
o Pil en condoom
Niet veel -> meeste bij 18-24j (11%)
o Spiraaltje
Alle leeftijden ongeveer gelijk
Contraceptieve werkzaamheid
Pearl index (PI)
= aantal concepties dat optreedt per 100 vrouwenjaren (-> 100 seksueel actieve vrouwen die alleen
deze methode gebruiken gedurende 1jaar of 13cycli)
Uitgedrukt op – wijze ( hoe kleiner hoe beter)
, o Ideale PI
Klinische studies waarin onderzoeker vertrouwd zijn met de methode en gebruikers
meestal gemotiveerd en therapiegetrouw zijn en frequent opgevolgd worden
o Reële PI
Meestal hoger dan ideale PI, door factoren afhankelijk van medisch personeel
(correcte techniek en uitleg) en van gebruikers (correct gebruik)
o Toepassing : hoeveel ZS zien we bij vrouwen terwijl ze anticonceptie gebruiken
Ideale PI -> cijfers in ideale omstandigheden (vb. zelfde uur, nooit ziek, vergeet
nooit)
Reële PI -> vb. scheuren van condoom, vergeet pil te nemen, ziek en overgeven
Menstruele cyclus
De bloeding of menstruatie (ongesteldheid) -> menstruatiecyclus
Per cyclus afwisselend in een van é ovaria de eirijping plaats, gevolg door ovulatie en eventuele
innesteling (bij bevruchting)
Eenmaal per cyclus (+/- 28 dagen) word het opgebouwde baarmoederslijmvlies afgestoten en via
vagina buiten lichaam gebracht
3 fasen van cyclus (begin is eerste dag bloeding)
o 1ste fase : menstruatiefase (bloedingsfase) -> dag 1 – dag 5
Gemiddelde duur: 3-5 dagen
Treedt op wanneer geen bevruchting heeft plaatsgevonden
Daling productie progesteron -> vaatkrampen in bloedvaten in baarmoederwand ->
verdikt slijmvlies sterft af en wordt uitgestoten ( + pijnlijke krampen)
de
o 2 fase: proliferatiefase (opbouwfase) -> dag 5 – dag 15
Baarmoederslijmvlies is grotendeels verdwenen -> periode van herstel (+/- 14 d)
Onder invloed van oestrogeen -> oestrogene fase (synoniem)
Onder invloed van FSH en LH ontwikkelen primaire follikels in de eierstok ->
uiteindelijk 1 eicel tot volledige ontwikkeling
Onrijpe follikels hebben aan buitenkant receptoren voor FSH en niet voor
LH -> FSH stimuleert alleen groei van ontwikkelende follikel
Groeiende follikel geeft oestrogenen af -> hypofysekwam word geremd in afgifte van
FSH en LH -> follikel gaat door met afgifte oestrogenen -> boven bepaalde
concentratie activeren oestrogenen de hypothalamus om meer RF (releasing factor)
af te geven -> hypofysevoorkwab produceert meer FSH en LH -> follikels bezitten
receptoren voor LH -> binding met LH hormoon is mogelijk -> follikel rijpt versneld ->
barst open en eicel komt vrij = ovulatie
Oestrogeen heeft bij lagere concentratie remmend effect op afgifte van FSH
en LH
Hogere concentratie omgekeerd
de
o 3 fase: secretiefase (afscheidingsfase) -> dag 15- dag 28
Aanwezige LH zorgt ervoor dat het restant van follikel omgevormd wordt tot gele
lichaam (corpus luteum) -> uitscheiden oestrogeen en progesteron
Progesteron veroorzaakt sterke doorbloeding van baarmoederslijmvlies
In baarmoederwand -> kliercellen slagen glycogeen op = voedingsstof voor
eventueel ingenestelde eicel
Fase is gericht op begin ZS = progestagene fase
Meeste gevallen zal geen bevruchte eicel innestelen -> 2 geslachtshormonen zorgen
samen ervoor dat hypofyse geremd word in afgifte FSH en LH -> gele lichaam
verschrompelt -> afname oestrogeen en progesteron gehalte -> spieren in
baarmoederwand gaan licht samentrekken -> aanwezige baarmoederslijmvlies
wordt afgestoten -> begin menstruatie
Inleiding
Anticonceptie -> al die middelen en methoden die tot doel hebben bevruchting van eicel of innesteling
van bevruchte eicel te voorkomen
o Kunnen genieten van heteroseksuele coïtale activiteit zonder angst voor ongewenste ZS
o Bestaat reeds lang
Eerste beschrijving -> 1500 V. CHR
Rubberen condoom 1844
Pil 1961
Contraceptieve nood
Demografische nood
o Exponentiele groei wereldbevolking ( + daling zuigelingensterfte)
Individuele nood
o Biologische redenen
Betere voeding -> menarche vroeger (menopauze) en meer ovulatoire cycli
Reproductieve periode = langer
o Socio-economische redenen
1. Beleven seksualiteit los van reproductie
2. Wens voor kleinere gezinnen
3. Uitstellen kinderen
Keuze anticonceptiemiddel
o Rekening houden met
Individuele wensen en behoeften
Religieuze overwegingen
Levensfase van gebruikster
Voor eerste ZS (puberteit, adolescentie, jongen volwassenschap)
Periode tussen ZS’en
Voltooid gezin tot overgang (menopauze)
o Zijn nu voldoende betrouwbare middelen die voldoen aan persoonlijke behoeften en
fysiologische + pathologische omstandigheden
o Laag aantal ongewenste ZS, aantal stagneert (-> krijgen niet nog lager)
o GVO -> gezondheidsvoorlichting en opvoeding
Anticonceptiemethode naar leeftijd
o Pil
Vooral 18-24 j, minder bij 25-39 en 40-49 j
o Condoom
Niet veel -> meeste bij 25-39j (13%)
o Pil en condoom
Niet veel -> meeste bij 18-24j (11%)
o Spiraaltje
Alle leeftijden ongeveer gelijk
Contraceptieve werkzaamheid
Pearl index (PI)
= aantal concepties dat optreedt per 100 vrouwenjaren (-> 100 seksueel actieve vrouwen die alleen
deze methode gebruiken gedurende 1jaar of 13cycli)
Uitgedrukt op – wijze ( hoe kleiner hoe beter)
, o Ideale PI
Klinische studies waarin onderzoeker vertrouwd zijn met de methode en gebruikers
meestal gemotiveerd en therapiegetrouw zijn en frequent opgevolgd worden
o Reële PI
Meestal hoger dan ideale PI, door factoren afhankelijk van medisch personeel
(correcte techniek en uitleg) en van gebruikers (correct gebruik)
o Toepassing : hoeveel ZS zien we bij vrouwen terwijl ze anticonceptie gebruiken
Ideale PI -> cijfers in ideale omstandigheden (vb. zelfde uur, nooit ziek, vergeet
nooit)
Reële PI -> vb. scheuren van condoom, vergeet pil te nemen, ziek en overgeven
Menstruele cyclus
De bloeding of menstruatie (ongesteldheid) -> menstruatiecyclus
Per cyclus afwisselend in een van é ovaria de eirijping plaats, gevolg door ovulatie en eventuele
innesteling (bij bevruchting)
Eenmaal per cyclus (+/- 28 dagen) word het opgebouwde baarmoederslijmvlies afgestoten en via
vagina buiten lichaam gebracht
3 fasen van cyclus (begin is eerste dag bloeding)
o 1ste fase : menstruatiefase (bloedingsfase) -> dag 1 – dag 5
Gemiddelde duur: 3-5 dagen
Treedt op wanneer geen bevruchting heeft plaatsgevonden
Daling productie progesteron -> vaatkrampen in bloedvaten in baarmoederwand ->
verdikt slijmvlies sterft af en wordt uitgestoten ( + pijnlijke krampen)
de
o 2 fase: proliferatiefase (opbouwfase) -> dag 5 – dag 15
Baarmoederslijmvlies is grotendeels verdwenen -> periode van herstel (+/- 14 d)
Onder invloed van oestrogeen -> oestrogene fase (synoniem)
Onder invloed van FSH en LH ontwikkelen primaire follikels in de eierstok ->
uiteindelijk 1 eicel tot volledige ontwikkeling
Onrijpe follikels hebben aan buitenkant receptoren voor FSH en niet voor
LH -> FSH stimuleert alleen groei van ontwikkelende follikel
Groeiende follikel geeft oestrogenen af -> hypofysekwam word geremd in afgifte van
FSH en LH -> follikel gaat door met afgifte oestrogenen -> boven bepaalde
concentratie activeren oestrogenen de hypothalamus om meer RF (releasing factor)
af te geven -> hypofysevoorkwab produceert meer FSH en LH -> follikels bezitten
receptoren voor LH -> binding met LH hormoon is mogelijk -> follikel rijpt versneld ->
barst open en eicel komt vrij = ovulatie
Oestrogeen heeft bij lagere concentratie remmend effect op afgifte van FSH
en LH
Hogere concentratie omgekeerd
de
o 3 fase: secretiefase (afscheidingsfase) -> dag 15- dag 28
Aanwezige LH zorgt ervoor dat het restant van follikel omgevormd wordt tot gele
lichaam (corpus luteum) -> uitscheiden oestrogeen en progesteron
Progesteron veroorzaakt sterke doorbloeding van baarmoederslijmvlies
In baarmoederwand -> kliercellen slagen glycogeen op = voedingsstof voor
eventueel ingenestelde eicel
Fase is gericht op begin ZS = progestagene fase
Meeste gevallen zal geen bevruchte eicel innestelen -> 2 geslachtshormonen zorgen
samen ervoor dat hypofyse geremd word in afgifte FSH en LH -> gele lichaam
verschrompelt -> afname oestrogeen en progesteron gehalte -> spieren in
baarmoederwand gaan licht samentrekken -> aanwezige baarmoederslijmvlies
wordt afgestoten -> begin menstruatie