1. INLEIDING EN SITUERING ...................................................................................................... 2
2. ENKELE BASISDETERMINANTEN VAN GEDRAG .................................................................... 9
2.1 Determinanten van individueel gedrag .............................................................................................. 9
2.2 Determinanten van gedrag in groepen ............................................................................................ 15
3. DIVERSITEIT OP HET WERK ................................................................................................. 21
4. ARBEIDSMOTIVATIE EN -SATISFACTIE ................................................................................ 27
4.1 Arbeidsmotivatie............................................................................................................................. 27
4.2 Arbeidssatisfactie ............................................................................................................................ 34
5. AUTONOME WERKSYSTEMEN EN JOB DESIGN .................................................................. 39
6. LEIDERSCHAP ....................................................................................................................... 45
7. WERVING EN SELECTIE........................................................................................................ 53
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Joeri Hofmans 1
, 1. Inleiding en situering
Interactie tussen werknemer en organisatie:
- Hoe heeft het individu een effect op de organisatie?
- Maar ook, hoe heeft de organisatie een effect op het individu
Ergonomie = mens is gegeven en job wordt veranderd
- Bv.: rugpijn, dan krijg je een andere stoel
Arbeidspsychologie = job is gegeven en mens wordt veranderd
- Bv.: mens een opleiding laten volgen
Organisatiepsychologie = functioneren van mensen in de werkomgeving
- Bv.: leiderschap, teamwerk
Historische en maatschappelijke evoluties:
- Filosofie
o Plato
§ Beschrijft een ideale staat als plaats waar individuen taken
toegewezen krijgen waarvoor ze het best geschikt zijn
• Politici en filosofen: moeten de ideale staat besturen
• Wachters: controle houden
• Overige mensen
§ Geen 2 personen exact gelijk geboren
• Mensen verschillen qua natuurlijke begaafdheden
§ Stelt militaire geschiktheidstest op om soldaten van ideale staat te
selecteren
o Juan de Dios Huarte y Navarro
§ Grote individuele verschillen
§ Verschillende beroepen vereisen verschillende vaardigheidspatronen
§ Belang van goede professionele diagnostiek door de staat
• Zodat men jongeren kan verplichten het kennisdomein te
bestuderen waarvoor ze het meest geschikt zijn
• Voordelen
o Staat: beste mensen op beste plek
o Mens: geen tijd en moeite verspillen
- Natuurwetenschappelijke methode
o Observatie à hypothese à toetsing à verwerping of aanvaarding hypothese
§ Op systematische manier testen
o Bv.: Milgram experiment
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Joeri Hofmans 2
, § Onderzoek naar hoe mensen gruwelijke zaken konden doen
§ Hypothese: het zijn geen slechte mensen maar door de aanwezige
autoriteit waren die mensen volgzaam
• Gevoelig autoriteit
§ Test:
• Proefpersonen moesten een elektrische schok toedienen aan
persoon als die een foutje maakte
• Aantal volt steeg naarmate het aantal fouten steeg
• Veel mensen ging door tot 450 volt (dodelijke schokken)
• Experimentleider stond naast de proefpersoon
§ Resultaat:
• Nabijheid van slachtoffer: minder mensen gingen door tot 450
volt als het slachtoffer dichterbij stond
• Hij vond een aanvaarding van de hypothese
- Maatschappelijke ontwikkeling/sociale invloeden
o Vroeger was er geen nood aan de psychologie van de werkende mens
o Vanaf de Industriële Revolutie werd de uitdaging groter ovv werk waardoor
die psychologie wel nodig werd
- Humanisme
o Mens staat centraal bij het humanisme
o Leven hier en nu op aarde wordt belangrijk geacht
o Mens als werkkracht krijgt ook aandacht
ste
- 1 academische ontwikkelingen
o 1876: Wilhelm Wundt
o 1ste labo
o Experimentele methode
o Introspectie
§ Aan proefpersoon gaan vragen hoe ze zich bij die experimenten
voelen
o Allemaal heel simpele testjes
§ Bv.: reactiesnelheid, hoe goed/ver kan je zien,…
- Arbeidspsychologie en consumentenpsychologie:
o 1901: Walter Dill Scott
§ Toespraak over psychologie en reclame
§ Obv introspectie ging hij kijken welke reclame voor hem werkte
§ Voor eerst werden er commerciële activiteiten gelinkt aan
psychologische inzichten
o 1912: Hugo Münsterberg
§ Psychology and industrial effciency
§ Toepassen van empirisch en natuurwetenschappelijke methode op
selectie
- Differentiële psychologie
o Galton, Pearson
§ Sterke interesse in individuele verschillen
§ Experimentele methode
§ Ontwikkelen van statische technieken
• Bv.: gemiddelde, standaardafwijking, correlatie,…
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Joeri Hofmans 3
, § Basis voor selectiepsychologie
o McKeen, Cattell, Binet & Simon, Terman, Yerkes
§ Individuele verschillen in cognitieve vaardigheden
§ Intelligentietests
o Guilford, Cattell
§ Individuele verschillen in persoonlijkheid
Evolutie van maatschappelijke beeld over de mens in een arbeidssituatie:
- <20ste eeuw
o Werknemer volgt slaafs instructies en heeft geen eigen mening
o Mensen zijn tools om doel als organistatie te bereiken
- De rationeel-economische mens
o Idee: mensen zijn lui en om hun te laten werken moet je hun motiveren adhv
geld
§ Je moet mensen controleren en vertellen hoe ze hun werk moeten
uitvoeren
o Werknemer heeft vooral rationeel en economische motieven
o Taylor: scientific management
§ Werkmethoden moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijke
principes
• Heel gedetaileerd en gecontroleerd
§ Selecteer, train en ontwikkel elke werkenmer op een
wetenschappelijke manier
§ Zorg ervoor dat de geplande werkmethode gevolgd wordt
§ Managers analyzeren en plannen, de werknemers voeren uit
o Scientific management vandaag de dag: bandwerk
§ Elke persoon doet 1 klein stukje
§ Herhaaldelijk om de job perfect te laten uitvoeren
§ Mensen controleren en overtuigen met rationele redenen (geld)
o Gilbreths: time and motion studies
§ Elke elemtentaire beweging timen en kijken of ze deze konden
optimaliseren
§ Bv.: jas dichtknopen
• Van boven naar onder of omgekeerd
• Wat is het snelste?
o Vroeger was dit een dominant idee omdat er veel armoede was onder de
werknemers
§ Ze waren blij dat ze meer geld verdienden
§ Nu is dit idee niet meer zo populair
- De sociale mens
o Werknemers hebben ook sociale behoeften
o Mayo: Hawthorne effect
§ Groep van 6 mensen afgezonderd
§ Er werden verschillende dingen aangepast om ze beter te laten
werken
• Bv.: werkschema, zelf pauzes inlassen,…
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Joeri Hofmans 4