Samenvatting individuele sporten:
zwemmen
Boek wijs waterwennen oefenstof:
De bouwstenen
De eerste stappen die een kind zet in het water: het kind leert het hoofd onderdompelen, zijn romp
horizontaal voortbewegen en gebruikt hierbij de ledematen. Bij de allerkleinsten bieden we oefenstof
die rond 1 bouwteen werkt.
Hoofd
• Inademen: geleidelijk aan leert het kind dat het onder water de mond kan openen en
uitademen
• Ogen: het water vervormt de visuele waarneming: kind leert dat het kan kijken onder water
o In ogen wrijven is hinderlijk tijdens het zwemmen leer ze daarom het water uit het
gezicht schudden als een hond
o Begeleiders doen mee
• Oren lopen vol
• Haren worden nat
Romp
• Horizontale ligging: In het dagelijkse leven doen we de meeste activiteiten verticaal. In het
water moeten we ons horizontaal voortbewegen → horizon fan
• Rotaties: in het water verlopen veel vrijer, haast gewichtloos dit is nieuw
• Waterweerstand: je romp ervaart waterweerstand waardoor verplaatsen in het water trager
verloopt
Ledelaten
• Op het land lopen we op de voeten, in het water gebruiken we zowel arm als beenbewegingen
om ons te verplaatsen en zijn onze ledematen gewoon vaste steunpunten te hanteren, in het
water is dit niet.
• Stuwen: waterweerstand leren gebruiken om vooruit te geraken → voeten en handen best
tegen het water afzetten om te stuwen
3 vaardigheden
Het combineren van bouwstenen
Evenwicht bewaren
• Hoofd en romp beheersen:
o Oefeningen rond drijven kunnen aangebracht worden: lichaam en hoofd in het water
leggen
o Ledematen stuwen nog niet maar helpen geleidelijk aan met stroomlijnen
• Evenwicht herstellen gebeurt op het droge door actief bij bewegingen te maken met bv de
armen. In het water gebeurt dit passief door kleine correcties.
o Door rotaties te gebruiken kan je het evenwicht herstellen en bewust verstoren
zwemmen
Boek wijs waterwennen oefenstof:
De bouwstenen
De eerste stappen die een kind zet in het water: het kind leert het hoofd onderdompelen, zijn romp
horizontaal voortbewegen en gebruikt hierbij de ledematen. Bij de allerkleinsten bieden we oefenstof
die rond 1 bouwteen werkt.
Hoofd
• Inademen: geleidelijk aan leert het kind dat het onder water de mond kan openen en
uitademen
• Ogen: het water vervormt de visuele waarneming: kind leert dat het kan kijken onder water
o In ogen wrijven is hinderlijk tijdens het zwemmen leer ze daarom het water uit het
gezicht schudden als een hond
o Begeleiders doen mee
• Oren lopen vol
• Haren worden nat
Romp
• Horizontale ligging: In het dagelijkse leven doen we de meeste activiteiten verticaal. In het
water moeten we ons horizontaal voortbewegen → horizon fan
• Rotaties: in het water verlopen veel vrijer, haast gewichtloos dit is nieuw
• Waterweerstand: je romp ervaart waterweerstand waardoor verplaatsen in het water trager
verloopt
Ledelaten
• Op het land lopen we op de voeten, in het water gebruiken we zowel arm als beenbewegingen
om ons te verplaatsen en zijn onze ledematen gewoon vaste steunpunten te hanteren, in het
water is dit niet.
• Stuwen: waterweerstand leren gebruiken om vooruit te geraken → voeten en handen best
tegen het water afzetten om te stuwen
3 vaardigheden
Het combineren van bouwstenen
Evenwicht bewaren
• Hoofd en romp beheersen:
o Oefeningen rond drijven kunnen aangebracht worden: lichaam en hoofd in het water
leggen
o Ledematen stuwen nog niet maar helpen geleidelijk aan met stroomlijnen
• Evenwicht herstellen gebeurt op het droge door actief bij bewegingen te maken met bv de
armen. In het water gebeurt dit passief door kleine correcties.
o Door rotaties te gebruiken kan je het evenwicht herstellen en bewust verstoren