Oefeningen reserve en inbreng
SCHEMA:
Vraag 1: Zijn er reservataire erfgenamen en zijn er schenkingen gebeurd?
Ja ? → Berekenen FM
Welke schenking aanrekenen aan BD en R en in welke volgorde?
Moet er een inkorting gebeuren?
Vraag 2: Hoe zal de Nalatenschap verdeeld worden? Wie zal erven?
→ Testament en/of wettelijke devolutie
Vraag 3: Wat is er te verdelen?
Werkelijke massa (netto actief)
+ eventueel ingekorte schenkingen
+ inbreng → door mindere ontvangst of betaling in waarde?
CASUS 1: DC overlijdt op 12.08.2010 en laat na:
A, B en C: kinderen,
DC maakt een testament ten voordele van zijn vriend X (algemeen legaat voor de volledige
nalatenschap).
Hij laat bij zijn overlijden een huis twv € 300 000, effecten € 200 000 en € 100 000 schulden na.
Tijdens zijn leven heeft hij reeds een schenking gedaan van:
In 1980 aan Z geld € 200 000
In 1983 aan A geld € 100 000
In 1987 aan C geld € 200 000 (met vrijstelling van inbreng)
In 1992 aan X geld € 150 000
Verdeel de nalatenschap. (FICTIE: schenkingen hebben dezelfde geïndexeerde waarde)
- Vraag 1: JA
o FM: 300 000 + 200 000 – 100 000 + 200 000 + 100 000 + 200 000 + 150 000 = 1 050 000
o BD: 525 000
o Globale reserve: 525 000 euro
o Elk kind recht op 175 000 euro
o Schenking aan A moet aangerekend worden aan R : 525 000 – 100 000 = 425 000
o Andere schenkingen en legaten aan BD.
525 000 – 200 000 – 200 000 – 150 000 = -25 000 – legaat (400 000)= -425 000
➔ Schenking aan X overschrijdt met 25 000 euro het BD.
➔ Legaat is buiten BD in zijn geheel en kan NIET worden uitgevoerd. (dus inkorting)
➔ Schenking aan A (100 000 ) zal moeten worden ingebracht!
➔ Schenking C wordt niet ingebracht wordne, maar wel aanrekenen aan
BD en legaat
- Vraag 2: Testament is volledig ingekort dus wettelijke devolutie
o A, B en C erven elk 1/3
- Vraag 3: verdeling
o Netto actief + inkorting: 425.000 euro
o Inbreng door A van 100 000 euro vooruitneming door B en C
o B: 100.000 (neemt vooraf uit netto actief) + 75.000
, o C: 100.000 (neemt vooraf uit netto actief) + 75.000
o A: 75 000 (heeft wel al 100.000 heeft gekregen)
o OF door aanrekening op aandeel
o Te verdelen: 425.000 + 100.000 (inbreng)
o A: (175.000 – 100.000) = 75.000 euro
o B: 175.000 euro
o C: 175.000 euro
CASUS 2: DC overlijdt op 15.2.2009 en laat na:
A en B: kinderen, A is vooroverleden en heeft 3 kinderen
(kleinkinderen t.o.v. de DC): K1,K2 en K3
C en D: zijn ouders en F en V: zijn broers.
DC maakt een testament ten voordele van zijn vriend X (algemeen legaat voor de volledige
nalatenschap).
Hij laat bij zijn overlijden € 200.000 na
Tijdens zijn leven heeft hij reeds een schenking gedaan van een som geld:
Op 15.12.2007 aan A € 100.000
Op 13.01.2008 aan V (zijn broer) € 300.000.
Verdeel de nalatenschap. (FICTIE: schenkingen hebben dezelfde geïndexeerde waarde)
- Vraag 1: JA
o FM: 200.000 + 100.000 (schenking A) + 300.000 (schenking V) = 600.000
o BD en reserve: 300.000
o Elk kind krijgt 150.000 (individuele reserve)
o Aanrekenen van giften:
Aan reserve: schenking A vooroverleden, maar heeft kinderen
(plaatsvervulling)
Reserve: 300.000 – 100.000 = 200.000
BD: 300.000– 300.000 (schenking V) = 0 – 200.000 (netto actief, legaat) = -
200.000
CONCLUSIE:
Schenkingen zijn binnen BD en reserve, dus geen inkorting
Legaat is buiten BD volledig, dus geen uitvoering ervan
Schenking aan A (100.000) zal ingebracht moeten worden door kleinkinderen
- Vraag 2: Testament is voledig ingekort, omdat legaat volledig BD overschreidt.
o Kinderen A en B: hebben elk recht op ½
A is vooroverleden, dus haar kinderen krijgen elk 1/6 (verdeling ½)
- Vraag 3: verdeling
o Netto actief: 200.000
o Inbreng door K1, K2 en K3 van 100.000 (schenking van A) vooruitneming door B
o B: 100.000 (neemt vooruit uit netto actief, dus dan blijft er 100.000 over van NA en dan
moet je die 100.000 verdelen onder B en die kleinkinderen) + 50.000
o K1, K2 en K3 (samen): 50.000
o OF
o Te verdelen: 200.000 + 100.000 (inbreng van kleinkinderen)
o B: 150.000
o K1, K2 en K3: (150.000 – 100.000) = 50.000
SCHEMA:
Vraag 1: Zijn er reservataire erfgenamen en zijn er schenkingen gebeurd?
Ja ? → Berekenen FM
Welke schenking aanrekenen aan BD en R en in welke volgorde?
Moet er een inkorting gebeuren?
Vraag 2: Hoe zal de Nalatenschap verdeeld worden? Wie zal erven?
→ Testament en/of wettelijke devolutie
Vraag 3: Wat is er te verdelen?
Werkelijke massa (netto actief)
+ eventueel ingekorte schenkingen
+ inbreng → door mindere ontvangst of betaling in waarde?
CASUS 1: DC overlijdt op 12.08.2010 en laat na:
A, B en C: kinderen,
DC maakt een testament ten voordele van zijn vriend X (algemeen legaat voor de volledige
nalatenschap).
Hij laat bij zijn overlijden een huis twv € 300 000, effecten € 200 000 en € 100 000 schulden na.
Tijdens zijn leven heeft hij reeds een schenking gedaan van:
In 1980 aan Z geld € 200 000
In 1983 aan A geld € 100 000
In 1987 aan C geld € 200 000 (met vrijstelling van inbreng)
In 1992 aan X geld € 150 000
Verdeel de nalatenschap. (FICTIE: schenkingen hebben dezelfde geïndexeerde waarde)
- Vraag 1: JA
o FM: 300 000 + 200 000 – 100 000 + 200 000 + 100 000 + 200 000 + 150 000 = 1 050 000
o BD: 525 000
o Globale reserve: 525 000 euro
o Elk kind recht op 175 000 euro
o Schenking aan A moet aangerekend worden aan R : 525 000 – 100 000 = 425 000
o Andere schenkingen en legaten aan BD.
525 000 – 200 000 – 200 000 – 150 000 = -25 000 – legaat (400 000)= -425 000
➔ Schenking aan X overschrijdt met 25 000 euro het BD.
➔ Legaat is buiten BD in zijn geheel en kan NIET worden uitgevoerd. (dus inkorting)
➔ Schenking aan A (100 000 ) zal moeten worden ingebracht!
➔ Schenking C wordt niet ingebracht wordne, maar wel aanrekenen aan
BD en legaat
- Vraag 2: Testament is volledig ingekort dus wettelijke devolutie
o A, B en C erven elk 1/3
- Vraag 3: verdeling
o Netto actief + inkorting: 425.000 euro
o Inbreng door A van 100 000 euro vooruitneming door B en C
o B: 100.000 (neemt vooraf uit netto actief) + 75.000
, o C: 100.000 (neemt vooraf uit netto actief) + 75.000
o A: 75 000 (heeft wel al 100.000 heeft gekregen)
o OF door aanrekening op aandeel
o Te verdelen: 425.000 + 100.000 (inbreng)
o A: (175.000 – 100.000) = 75.000 euro
o B: 175.000 euro
o C: 175.000 euro
CASUS 2: DC overlijdt op 15.2.2009 en laat na:
A en B: kinderen, A is vooroverleden en heeft 3 kinderen
(kleinkinderen t.o.v. de DC): K1,K2 en K3
C en D: zijn ouders en F en V: zijn broers.
DC maakt een testament ten voordele van zijn vriend X (algemeen legaat voor de volledige
nalatenschap).
Hij laat bij zijn overlijden € 200.000 na
Tijdens zijn leven heeft hij reeds een schenking gedaan van een som geld:
Op 15.12.2007 aan A € 100.000
Op 13.01.2008 aan V (zijn broer) € 300.000.
Verdeel de nalatenschap. (FICTIE: schenkingen hebben dezelfde geïndexeerde waarde)
- Vraag 1: JA
o FM: 200.000 + 100.000 (schenking A) + 300.000 (schenking V) = 600.000
o BD en reserve: 300.000
o Elk kind krijgt 150.000 (individuele reserve)
o Aanrekenen van giften:
Aan reserve: schenking A vooroverleden, maar heeft kinderen
(plaatsvervulling)
Reserve: 300.000 – 100.000 = 200.000
BD: 300.000– 300.000 (schenking V) = 0 – 200.000 (netto actief, legaat) = -
200.000
CONCLUSIE:
Schenkingen zijn binnen BD en reserve, dus geen inkorting
Legaat is buiten BD volledig, dus geen uitvoering ervan
Schenking aan A (100.000) zal ingebracht moeten worden door kleinkinderen
- Vraag 2: Testament is voledig ingekort, omdat legaat volledig BD overschreidt.
o Kinderen A en B: hebben elk recht op ½
A is vooroverleden, dus haar kinderen krijgen elk 1/6 (verdeling ½)
- Vraag 3: verdeling
o Netto actief: 200.000
o Inbreng door K1, K2 en K3 van 100.000 (schenking van A) vooruitneming door B
o B: 100.000 (neemt vooruit uit netto actief, dus dan blijft er 100.000 over van NA en dan
moet je die 100.000 verdelen onder B en die kleinkinderen) + 50.000
o K1, K2 en K3 (samen): 50.000
o OF
o Te verdelen: 200.000 + 100.000 (inbreng van kleinkinderen)
o B: 150.000
o K1, K2 en K3: (150.000 – 100.000) = 50.000