Principes van motor learning na een ACL letsel (Gokeler et al.)
Inleiding
- Een ACL letsel is een van de meest voorkomende sportletsels
- Beperking in het dagelijkse leven en in sportdeelname
- Meestal een langdurige revalidatie, ongeacht welke behandeling gekozen wordt
- Asymmetrie in motorische controle wordt gezien
- Verandering in bewegingscontrole is geassocieerd met een verhoogd risico op een
tweede letsel
o verhoogde frontale vlak beweging van de knie tijdens landing
o veranderde heuprotatie bij het niet-betrokken been
o tekort in houdingsstabiliteit in het betrokken been
- Verandering in kinematica → bepaalde delen van het kraakbeen worden blootgestel
aan veranderde niveaus van belasting, terwijl andere gebieden juist onbelast
worden → verandering in tibiofemorale krachten → groter risico op het vroegtijdig
ontwikkelen van OA
- Traditionele revalidatie voldoet niet omwille van de neuromusculaire controle die
verminderd is
- Oefeningen voor spierkracht, uithoudingsvermogen én neuromusculaire controle
Kennis omtrent motorisch leren
- Motorisch leren = het vermogen van een individu om motorische vaardigheden te
verwerven met een relatief permanente verandering in prestatie.
- Instructietaal heeft een invloedrijke rol op zowel de bewegingsprestatie als de
motorische leerresultaten.
- Variabelen: aantal herhalingen, type oefening, het schema
- Taakgerichte oefeningen (aangepast aan de patiënt) moeten gebruikt worden, de
oefening moet uitdagend en motiverend zijn
- Sleutelconcepten: externe focus van aandacht, impliciet leren, differentieel leren,
zelf-gecontroleerd leren en contextuele interferentie
1. EXTERNE FOCUS VAN AANDACHT
- Interne focus: instructies die zich richten op de eigen bewegingen van de patiënt →
niet zo efficiënt
o Voorbeeld: “probeer je knie te strekken”
- Externe focus: instructies die zich richten op het effect van de beweging op de
omgeving → effectievere resultaten, bevordert het bewegingsautomatisme
Inleiding
- Een ACL letsel is een van de meest voorkomende sportletsels
- Beperking in het dagelijkse leven en in sportdeelname
- Meestal een langdurige revalidatie, ongeacht welke behandeling gekozen wordt
- Asymmetrie in motorische controle wordt gezien
- Verandering in bewegingscontrole is geassocieerd met een verhoogd risico op een
tweede letsel
o verhoogde frontale vlak beweging van de knie tijdens landing
o veranderde heuprotatie bij het niet-betrokken been
o tekort in houdingsstabiliteit in het betrokken been
- Verandering in kinematica → bepaalde delen van het kraakbeen worden blootgestel
aan veranderde niveaus van belasting, terwijl andere gebieden juist onbelast
worden → verandering in tibiofemorale krachten → groter risico op het vroegtijdig
ontwikkelen van OA
- Traditionele revalidatie voldoet niet omwille van de neuromusculaire controle die
verminderd is
- Oefeningen voor spierkracht, uithoudingsvermogen én neuromusculaire controle
Kennis omtrent motorisch leren
- Motorisch leren = het vermogen van een individu om motorische vaardigheden te
verwerven met een relatief permanente verandering in prestatie.
- Instructietaal heeft een invloedrijke rol op zowel de bewegingsprestatie als de
motorische leerresultaten.
- Variabelen: aantal herhalingen, type oefening, het schema
- Taakgerichte oefeningen (aangepast aan de patiënt) moeten gebruikt worden, de
oefening moet uitdagend en motiverend zijn
- Sleutelconcepten: externe focus van aandacht, impliciet leren, differentieel leren,
zelf-gecontroleerd leren en contextuele interferentie
1. EXTERNE FOCUS VAN AANDACHT
- Interne focus: instructies die zich richten op de eigen bewegingen van de patiënt →
niet zo efficiënt
o Voorbeeld: “probeer je knie te strekken”
- Externe focus: instructies die zich richten op het effect van de beweging op de
omgeving → effectievere resultaten, bevordert het bewegingsautomatisme