Samenvatting kennis A metatheorieën
H6 & 7
Actiegerichte benadering:
Microbenadering:
Symbolisch interactionisme
Fenomenologie
Etnomethodologie
Deze benadering is anders maar wordt op dezelfde manier behandeld. De twee
kernwoorden van deze benaderingen zijn: betekeniscreërend en cultuurgecentreerd.
Macrobenandering:
Socioculturele tradities
Interpretatieve benadering: Deze benadering gaat ervan uit dat de wekelijkheid een
resultaat is van het vermogen van mensen tot interpretatie, taalgebruik, reflectie en
doelgericht, bewust handelen. Mensen geven dus een eigen betekenis aan de
werkelijkheid, wat ze zien en hoe ze hierop reageren.
Symbolisch interactionisme: de manier waarop mensen betekenis geven aan sociale
situaties en hoe zij zichzelf aanpassen aan deze situaties.
Fenomenologie: Leer van verschijnselen (in het mensen leven).
Inzichten over hoe kennis beïnvloed wordt door (persoonlijke ervaring)
Bijvoorbeeld. Als mensen allebei dezelfde waarde toekennen aan een stukje papier waar
euroteken opstaat, kan daarin gehandeld worden en is er interactie. = de euro
Etnomethodologie = Een benadering die zich richt op de ongeschreven regels en
vooronderstellingen in interacties in een bepaalde situatie. (Waarom reageren mensen zo in
het bijzijn van anderen etc.) => heeft met sociaal vlak te maken.
Opinieleiders: iemand die je mening kan beïnvloeden (bijna iedereen).
, Fase 1: Almacht van de media
One-step flow: injectienaaldtheorie
Fase 2: Beperkte macht
Two-step flow: media opinieleider publiek
Multi-step flow: meerdere stappen, je hoort het via via: Leidinggevende teamleider
team
Reflexiviteit: We kunnen ons inbeelden hoe anderen ons zien.
Leefwereld: Elk persoon ervaart een leefwereld, die hij/zij voor zichzelf zinvol maakt.
Intermediërende factoren: Filteren het contact tussen massamedium en publiek, en zorgen
ervoor dat dit maatschappelijke situaties versterken en rechtvaardigen.
Uses and gratifications theorie:
Actieve ontvanger centraal: wat doen mensen met media i.p.v. wat doen media met mensen?
- Needs
- Uses
- Gratification
Je gebruikt media voor een bepaalde behoefte.
Indelingen mediagebruik:
Cognitief (kennis)
Affectief (emotie, plezier)
Persoonlijke integratie (eigen geloofwaardigheid & status)
Sociale integratie (sociaal contact)
Spanningsreductie (ontspanning, escapisme)
H6 & 7
Actiegerichte benadering:
Microbenadering:
Symbolisch interactionisme
Fenomenologie
Etnomethodologie
Deze benadering is anders maar wordt op dezelfde manier behandeld. De twee
kernwoorden van deze benaderingen zijn: betekeniscreërend en cultuurgecentreerd.
Macrobenandering:
Socioculturele tradities
Interpretatieve benadering: Deze benadering gaat ervan uit dat de wekelijkheid een
resultaat is van het vermogen van mensen tot interpretatie, taalgebruik, reflectie en
doelgericht, bewust handelen. Mensen geven dus een eigen betekenis aan de
werkelijkheid, wat ze zien en hoe ze hierop reageren.
Symbolisch interactionisme: de manier waarop mensen betekenis geven aan sociale
situaties en hoe zij zichzelf aanpassen aan deze situaties.
Fenomenologie: Leer van verschijnselen (in het mensen leven).
Inzichten over hoe kennis beïnvloed wordt door (persoonlijke ervaring)
Bijvoorbeeld. Als mensen allebei dezelfde waarde toekennen aan een stukje papier waar
euroteken opstaat, kan daarin gehandeld worden en is er interactie. = de euro
Etnomethodologie = Een benadering die zich richt op de ongeschreven regels en
vooronderstellingen in interacties in een bepaalde situatie. (Waarom reageren mensen zo in
het bijzijn van anderen etc.) => heeft met sociaal vlak te maken.
Opinieleiders: iemand die je mening kan beïnvloeden (bijna iedereen).
, Fase 1: Almacht van de media
One-step flow: injectienaaldtheorie
Fase 2: Beperkte macht
Two-step flow: media opinieleider publiek
Multi-step flow: meerdere stappen, je hoort het via via: Leidinggevende teamleider
team
Reflexiviteit: We kunnen ons inbeelden hoe anderen ons zien.
Leefwereld: Elk persoon ervaart een leefwereld, die hij/zij voor zichzelf zinvol maakt.
Intermediërende factoren: Filteren het contact tussen massamedium en publiek, en zorgen
ervoor dat dit maatschappelijke situaties versterken en rechtvaardigen.
Uses and gratifications theorie:
Actieve ontvanger centraal: wat doen mensen met media i.p.v. wat doen media met mensen?
- Needs
- Uses
- Gratification
Je gebruikt media voor een bepaalde behoefte.
Indelingen mediagebruik:
Cognitief (kennis)
Affectief (emotie, plezier)
Persoonlijke integratie (eigen geloofwaardigheid & status)
Sociale integratie (sociaal contact)
Spanningsreductie (ontspanning, escapisme)