Fundament van leven: via fotosynthese opbouw grote variëteit organische
verbindingen
In alle delen van de cel aangetroffen
Structuurelement (cellulose, chitine)
Brandstof (zetmeel, glycogeen)
Grondstof in biosynthese
Koolhydraten: Cm(H20)n
Polyhydroxyketonen / polyhydroxyaldehyden
Indeling op grond van aantal basiseenheden:
o Monosachariden (glucose)
o Disachariden (maltose = 2x glucose)
o Polysachariden (zetmeel = nx glucose)
2.1 Monosachariden
Dienen als bouwsteen voor grotere suikerderivaten (komen ook zo voor).
Eenvoudige suikers
,ALDOSEN
KETOSEN
,CYCLISATIE
2.1.1 Cyclisatie-evenwicht – Mutarotatie
Oplossen suiker in water evenwichtsmengsel open structuur, vijfringen en
zesringen (α en β ).
, Zesringen meest stabiel, overwicht β -D-glucopyranose (meeste substituenten
equatoriaal).
Voorstelling mengsel α en β anomeren in Haworth projectie:
Instelling evenwicht:
o Alleen als hemi-acetaal hoek staat op die positie (niet stabiel terug
open keten).
o Volgen via meten van de verandering van de optische rotatie
Open structuur en ringstructuur optisch actief (elk specifieke optische rotatie).
Zuiver α en β anomeer in oplossing steeds evenwichtsmengsel met dezelfde
verhouding aan α en β .
Verschijnsel: mutarotatie
o Slechts mogelijk wanneer het ene anomeer via de open structuur kan
omzetten naar het andere!
o NH3 toevoegen voor verandering van hoek
Zowel zuiver α als β -D-glucopyranose bij oplossen: verandering van optische
activiteit, tot in beide gevallen dezelfde eindwaarde bereikt wordt.
2.1.2 Glycosiden
Cyclisch suiker: hemi-acetaalgroep kan met een alcohol reageren ter vorming
van een acetaal Glycosiden (furanosiden of pyranosiden)