4. Gesteentecyclus
4.1. Mineralen vs. Gesteenten
• Bij inzoomen op gesteente zie je de mineralogische samenstelling → graniet en zand
opmerkelijk gelijkaardig opgebouwd uit individuele kristallen
Sterk uitgegroeide mineralen ( zichtbaar met blote oog)
• Moet voldoen aan 5 voorwaarden: 1. Vast materiaal
2. natuurlijk voorkomen (niet gemaakt door de mens)
3. anorganisch (v geologisch oorsprong, nt biologisch)
4. vaste chemische formule (homogeen)
5. specifieke atoomstuctuur (verschillend voor elk
mineraal, kristallijn)
• Enkele typische mineralen als bouwblokjes vb: zand→ kwarts en veldspaat
• Een gesteente zal afh. V zijn ontstaansgeschiedenis verschillende mineralen bouwblokjes
bevatten ( als afzonderlijke kristallen herkenbaar)
• Bouwblokjes zijn zeer oud omdat ze continu w gerecycleerd in de cyclus van gesteenten
• Mineraal & steen gn synoniemen
→ gesteente kunnen wel opgebouwd zijn uit organisch materiaal, mineralen nt
Vb: steenkool (plantaardig materiaal), krijt (microscopische kalkskeletjes) of kalksteen
(koralen)
• Gest: erg diverse samenstellingen en eigs. Wegens rijke ontstaansgeschiedenis → door
ontleding kan ontstaansgeschiedenis v landschappen en regio’s w gereconstrueerd
• Gest als bron v ‘geschiedenis‘ die ons terug brengt tot ontstaan vd aarde → geologische
tijdslijn
• 3 vormen van gesteente: 1) stollingsgesteente
2) sedimentair gesteente
3) metamorf gesteente
4.2. Magmatisch gesteente A
• Afhankelijk v hoe snel magmatische gesteentevorming gebeurt:
→ Diepte- of plutonisch gesteente: trage stolling, in vb: magmakamers
o Ganggesteente: stolling minder diep in de ondergrond, vaak langs barsten en gangen
tussen ander gesteente
→ Uitvloeiingsgesteente: snelle stolling aan het oppervlak, zij het onder water of in contact met
de lucht
• Aan MOR (1) (of hotstops): basalt
→ Uitvloeiing vloeibaar materiaal met snelle afkoeling
→ Vorming van ‘lavakussens’ als druppels die op het einde van een magma-kanaal aan het
oppervlak stollen
→ Nieuwe oceanische korst
• Als de stolling heel traag gebeurd (vb: komt vast te zitten onder dikker korst)→ basalt vormt
hexagonale patronen ➔ naast de samenstelling vh materiaal, spelen ook druk en T een rol
,• Aan subductiezones (2) : graniet
→ Oceanische korst samen met alle sedimenten die er op liggen, smelt in de diepte.
→ Het lichtere materiaal beweegt omhoog, verzamelt in magmakamers, stijgt langs breuken naar
het oppervlak toe.
→ Vorming van nieuwe continentale korst
• Chemische samenstelling van gestolde materiaal bepaald:
- samenstelling vh magmatisch gesteente
- zichtbare vorm van vulkanen & manier waarop ze uitbarsten
• Mafisch magma= minder silica (SiO2), donker materiaal, rijk aan Si, Al, Fe
• Felsisch magma = meer silica, lichter gekleurd materiaal rijk aan Si, Al, Ca, Na
, • Viscositeit v magma w bepaald door conc. Silica
→ mafisch magma: relatief ongevaarlijk geleidelijk uitstromen van lava aan het oppervlak &
uitbarsting valt beter te voorspellen
→ felsisch magma: vaker potentieel explosieve uitkomst wegens opstapelen van druk in de
ondergrond na verloop van tijd
• Grootste gevaren bij het uitspuwen van lava:
→ Een ‘pyroclastische stroom’ kan met een temperatuur van 1000°C en een snelheid tot
700km/h de vulkaan afdonderen. Deze vuile wolk bevat naast brokstukken en assen bovendien
giftige gassen en fijne glaspartikeltjes.
→ Wanneer in het gebied veel ijs/sneeuw/oppervlaktewater/neerslag/stoom voorhanden is,
kan de plotse uitbarsting leiden tot een ‘lahar’, vergelijkbaar met een modderstroom.
→ De giftige en onzichtbare gasuitstoot kan over een groot gebied leiden tot menselijke en
ecologische sterfte
• Voorbeelden nr stolling-omstandigheden:
4.3. Sedimentair gesteente
• Ontstaat door afzetting v partikels
• 3 soorten:
1) Detritisch- of gruisgesteente: partikels uit afbraakprocessen
van ander gesteente
2) Biogeen gesteente: afgestorven organisch materiaal
3) Chemisch gesteente: scheikundige neerslag
• Luchtcirculatie: zie video’s
• Hydrologische cyclus: zie video
4.1. Mineralen vs. Gesteenten
• Bij inzoomen op gesteente zie je de mineralogische samenstelling → graniet en zand
opmerkelijk gelijkaardig opgebouwd uit individuele kristallen
Sterk uitgegroeide mineralen ( zichtbaar met blote oog)
• Moet voldoen aan 5 voorwaarden: 1. Vast materiaal
2. natuurlijk voorkomen (niet gemaakt door de mens)
3. anorganisch (v geologisch oorsprong, nt biologisch)
4. vaste chemische formule (homogeen)
5. specifieke atoomstuctuur (verschillend voor elk
mineraal, kristallijn)
• Enkele typische mineralen als bouwblokjes vb: zand→ kwarts en veldspaat
• Een gesteente zal afh. V zijn ontstaansgeschiedenis verschillende mineralen bouwblokjes
bevatten ( als afzonderlijke kristallen herkenbaar)
• Bouwblokjes zijn zeer oud omdat ze continu w gerecycleerd in de cyclus van gesteenten
• Mineraal & steen gn synoniemen
→ gesteente kunnen wel opgebouwd zijn uit organisch materiaal, mineralen nt
Vb: steenkool (plantaardig materiaal), krijt (microscopische kalkskeletjes) of kalksteen
(koralen)
• Gest: erg diverse samenstellingen en eigs. Wegens rijke ontstaansgeschiedenis → door
ontleding kan ontstaansgeschiedenis v landschappen en regio’s w gereconstrueerd
• Gest als bron v ‘geschiedenis‘ die ons terug brengt tot ontstaan vd aarde → geologische
tijdslijn
• 3 vormen van gesteente: 1) stollingsgesteente
2) sedimentair gesteente
3) metamorf gesteente
4.2. Magmatisch gesteente A
• Afhankelijk v hoe snel magmatische gesteentevorming gebeurt:
→ Diepte- of plutonisch gesteente: trage stolling, in vb: magmakamers
o Ganggesteente: stolling minder diep in de ondergrond, vaak langs barsten en gangen
tussen ander gesteente
→ Uitvloeiingsgesteente: snelle stolling aan het oppervlak, zij het onder water of in contact met
de lucht
• Aan MOR (1) (of hotstops): basalt
→ Uitvloeiing vloeibaar materiaal met snelle afkoeling
→ Vorming van ‘lavakussens’ als druppels die op het einde van een magma-kanaal aan het
oppervlak stollen
→ Nieuwe oceanische korst
• Als de stolling heel traag gebeurd (vb: komt vast te zitten onder dikker korst)→ basalt vormt
hexagonale patronen ➔ naast de samenstelling vh materiaal, spelen ook druk en T een rol
,• Aan subductiezones (2) : graniet
→ Oceanische korst samen met alle sedimenten die er op liggen, smelt in de diepte.
→ Het lichtere materiaal beweegt omhoog, verzamelt in magmakamers, stijgt langs breuken naar
het oppervlak toe.
→ Vorming van nieuwe continentale korst
• Chemische samenstelling van gestolde materiaal bepaald:
- samenstelling vh magmatisch gesteente
- zichtbare vorm van vulkanen & manier waarop ze uitbarsten
• Mafisch magma= minder silica (SiO2), donker materiaal, rijk aan Si, Al, Fe
• Felsisch magma = meer silica, lichter gekleurd materiaal rijk aan Si, Al, Ca, Na
, • Viscositeit v magma w bepaald door conc. Silica
→ mafisch magma: relatief ongevaarlijk geleidelijk uitstromen van lava aan het oppervlak &
uitbarsting valt beter te voorspellen
→ felsisch magma: vaker potentieel explosieve uitkomst wegens opstapelen van druk in de
ondergrond na verloop van tijd
• Grootste gevaren bij het uitspuwen van lava:
→ Een ‘pyroclastische stroom’ kan met een temperatuur van 1000°C en een snelheid tot
700km/h de vulkaan afdonderen. Deze vuile wolk bevat naast brokstukken en assen bovendien
giftige gassen en fijne glaspartikeltjes.
→ Wanneer in het gebied veel ijs/sneeuw/oppervlaktewater/neerslag/stoom voorhanden is,
kan de plotse uitbarsting leiden tot een ‘lahar’, vergelijkbaar met een modderstroom.
→ De giftige en onzichtbare gasuitstoot kan over een groot gebied leiden tot menselijke en
ecologische sterfte
• Voorbeelden nr stolling-omstandigheden:
4.3. Sedimentair gesteente
• Ontstaat door afzetting v partikels
• 3 soorten:
1) Detritisch- of gruisgesteente: partikels uit afbraakprocessen
van ander gesteente
2) Biogeen gesteente: afgestorven organisch materiaal
3) Chemisch gesteente: scheikundige neerslag
• Luchtcirculatie: zie video’s
• Hydrologische cyclus: zie video