1
Samenvatting: Psychologie:
Psychologie VS psychiatrie:
• Psychologie:
o Normaal gedrag wordt bestudeerd
o Humane wetenschappen
o ‘mind’
• Psychiatrie:
o De ziekte wordt bestudeerd
o Medische wetenschappen
o ‘brain’
Biomedisch perspectief:
• Ervaring van lichamelijke klachten varieert tussen personen met dezelfde biomedische
afwijkingen
o Mensen zonder lichamelijke klachten kunnen biomedische afwijkingen hebben
o Mensen met minieme biomedische afwijkingen
▪ Kunnen ernstige lichamelijke klachten hebben
• Biopsychosociaal perspectief is correcter
Biopsychosociaal perspectief:
• Dit wil niet zeggen dat niet alleen biologische processen een
invloed hebben
o Maar ook sociale processen
Het begrijpen van een klacht:
• Observeren daarna interpreteren
• Plaatsen van lichamelijke sensatie in zijn context, om te komen tot een klacht
o Oorzakelijke factoren
o Uitlokkende factoren
o Onderhoudende factoren
Observeren:
• Het registreren
• Zo nauwlettend (neutraal) mogelijk weergeven van wat men waarneemt (percipieert)
• ‘Kijken door de camera’
• Basisvaardigheid voor artsen
o Vaak oordelen op basis van:
▪ Te weinig informatie
▪ Huidige stemming
▪ Persoonlijkheid
▪ Voorgeschiedenis
▪ Sociale conventies…
Interpretatie:
• Een betekenis geven aan datgene wat men percipieert
Psychologie Dylan De Neve
, 2
Klacht:
• Subjectieve ervaring als een afwijking van het normale
• Ze zijn niet altijd waarneembaar
• Ze zijn een uitkomst van een actief informatieverwerkingsproces van mentale procesen
Belangrijke mentale processen:
• Percipiëren:
o Waarnemen
• Aandacht:
o Selectie
• Geheugen:
o Wat onthouden we
• Executieve functies:
o Voorbereiding tot actie
(Selectieve) aandacht:
• Veel lichamelijke informatie, slechts een klein deel wordt waargenomen
o Aandachtselectie van informatie
• Selectie sensorische input voor actie
• Aandacht wordt beïnvloed door:
o Instructie en eigen wil
o Fysieke verschillen in boodschappen
o Inhoudelijke en betekenisvolle aspecten
Beperkte aandachtscapaciteit:
• ‘competition of cues’
• Vermoeidheid op feestje in tegenstelling tot terug
thuis
• Dagboek bijhouden
Herallocatie:
• Wordt aangestuurd door 2 tegenovergestelde
functies
Bottom-up controle:
• Prikkel zal aandacht geven
• Afscherming van andere informatie, mag niet totaal zijn
• Interruptie wanneer hogere prioriteit of gevaar
o Sensatie heeft hoge salientie
o Intens, plots, onvoorspelbaar of nieuw
• Automatische shift naar nieuwe doel
• Belangrijke rol bij lichamelijke sensaties
o Trekt aandacht en onderbreekt doelgerichte acties
o Alarmsysteem (pijn)
Psychologie Dylan De Neve
, 3
Top-down controle:
• Bewustzijn zal een handeling geven
• Optimaliseren van doelgericht gedrag
• Aandachtsysteem aangestuurd door doelen en noden
• Attentional set
o Doelrelevante stimuluskenmerken actief in werkgeheugen
o Faciliteit van doel-relevante informatie
o Inhibitie van doel-irrelevante informatie
Voorbeelden:
• Bottom-up:
o Nieuw verschijnsel
o Ondervinden van een nieuw symptoom wordt vaker als een teken van iets zeldzaam
en ernstig beschouwd
• Top-down:
o Hardnekkigheid (wanneer iets langer aanhoudt dan gewoonlijk)
o Reeds aanwezige chronische ziekte
o Na bestudering van ziektes bij anderen
Het geheugen:
• Vermogen om informatie te onthouden:
o Teksten, beelden, kleuren, geluiden,
geuren en gevoelens
• 3 belangrijke aspecten:
o Opslaan
o Bewaren
o Terugzoeken van informatie
• Ervaringen in onze hersenen kunnen
opgeslagen worden
o Tot uiting komen in ons verdere
gedrag
• Actieve instantie die eerder re-constructief werkt en niet louter re-productief
o Geheugen is dus imperfect
Neuropsychologische vaststellingen:
• Recensy-effect:
o Laatste woorden die genoemd zijn beter te herinneren
• Primacy-effect:
o Eerste woorden die genoemd zijn beter te herinneren
Hersenen:
• Hypocampus:
o Hier worden de herinneringen opgeslagen
• Amygdala:
o Emotioneel verwerkingscentrum
Psychologie Dylan De Neve
Samenvatting: Psychologie:
Psychologie VS psychiatrie:
• Psychologie:
o Normaal gedrag wordt bestudeerd
o Humane wetenschappen
o ‘mind’
• Psychiatrie:
o De ziekte wordt bestudeerd
o Medische wetenschappen
o ‘brain’
Biomedisch perspectief:
• Ervaring van lichamelijke klachten varieert tussen personen met dezelfde biomedische
afwijkingen
o Mensen zonder lichamelijke klachten kunnen biomedische afwijkingen hebben
o Mensen met minieme biomedische afwijkingen
▪ Kunnen ernstige lichamelijke klachten hebben
• Biopsychosociaal perspectief is correcter
Biopsychosociaal perspectief:
• Dit wil niet zeggen dat niet alleen biologische processen een
invloed hebben
o Maar ook sociale processen
Het begrijpen van een klacht:
• Observeren daarna interpreteren
• Plaatsen van lichamelijke sensatie in zijn context, om te komen tot een klacht
o Oorzakelijke factoren
o Uitlokkende factoren
o Onderhoudende factoren
Observeren:
• Het registreren
• Zo nauwlettend (neutraal) mogelijk weergeven van wat men waarneemt (percipieert)
• ‘Kijken door de camera’
• Basisvaardigheid voor artsen
o Vaak oordelen op basis van:
▪ Te weinig informatie
▪ Huidige stemming
▪ Persoonlijkheid
▪ Voorgeschiedenis
▪ Sociale conventies…
Interpretatie:
• Een betekenis geven aan datgene wat men percipieert
Psychologie Dylan De Neve
, 2
Klacht:
• Subjectieve ervaring als een afwijking van het normale
• Ze zijn niet altijd waarneembaar
• Ze zijn een uitkomst van een actief informatieverwerkingsproces van mentale procesen
Belangrijke mentale processen:
• Percipiëren:
o Waarnemen
• Aandacht:
o Selectie
• Geheugen:
o Wat onthouden we
• Executieve functies:
o Voorbereiding tot actie
(Selectieve) aandacht:
• Veel lichamelijke informatie, slechts een klein deel wordt waargenomen
o Aandachtselectie van informatie
• Selectie sensorische input voor actie
• Aandacht wordt beïnvloed door:
o Instructie en eigen wil
o Fysieke verschillen in boodschappen
o Inhoudelijke en betekenisvolle aspecten
Beperkte aandachtscapaciteit:
• ‘competition of cues’
• Vermoeidheid op feestje in tegenstelling tot terug
thuis
• Dagboek bijhouden
Herallocatie:
• Wordt aangestuurd door 2 tegenovergestelde
functies
Bottom-up controle:
• Prikkel zal aandacht geven
• Afscherming van andere informatie, mag niet totaal zijn
• Interruptie wanneer hogere prioriteit of gevaar
o Sensatie heeft hoge salientie
o Intens, plots, onvoorspelbaar of nieuw
• Automatische shift naar nieuwe doel
• Belangrijke rol bij lichamelijke sensaties
o Trekt aandacht en onderbreekt doelgerichte acties
o Alarmsysteem (pijn)
Psychologie Dylan De Neve
, 3
Top-down controle:
• Bewustzijn zal een handeling geven
• Optimaliseren van doelgericht gedrag
• Aandachtsysteem aangestuurd door doelen en noden
• Attentional set
o Doelrelevante stimuluskenmerken actief in werkgeheugen
o Faciliteit van doel-relevante informatie
o Inhibitie van doel-irrelevante informatie
Voorbeelden:
• Bottom-up:
o Nieuw verschijnsel
o Ondervinden van een nieuw symptoom wordt vaker als een teken van iets zeldzaam
en ernstig beschouwd
• Top-down:
o Hardnekkigheid (wanneer iets langer aanhoudt dan gewoonlijk)
o Reeds aanwezige chronische ziekte
o Na bestudering van ziektes bij anderen
Het geheugen:
• Vermogen om informatie te onthouden:
o Teksten, beelden, kleuren, geluiden,
geuren en gevoelens
• 3 belangrijke aspecten:
o Opslaan
o Bewaren
o Terugzoeken van informatie
• Ervaringen in onze hersenen kunnen
opgeslagen worden
o Tot uiting komen in ons verdere
gedrag
• Actieve instantie die eerder re-constructief werkt en niet louter re-productief
o Geheugen is dus imperfect
Neuropsychologische vaststellingen:
• Recensy-effect:
o Laatste woorden die genoemd zijn beter te herinneren
• Primacy-effect:
o Eerste woorden die genoemd zijn beter te herinneren
Hersenen:
• Hypocampus:
o Hier worden de herinneringen opgeslagen
• Amygdala:
o Emotioneel verwerkingscentrum
Psychologie Dylan De Neve