Oefententamen 2018
Dit tentamen bestaat uit 7 vragen, waarvan sommige maximaal een punt kunnen opleveren en andere
maximaal twee punten. In totaal kunt u maximaal 10 punten behalen. De vragen moeten kort worden
beantwoord. U dient de antwoorden enkel te motiveren als daarom wordt gevraagd. Per vraag staat een
maximum aantal woorden aangegeven. Langere antwoorden worden in beginsel fout gerekend.
Vragen
a. Stel dat een raadsheer in het Gerechtshof wordt benoemd vanwege zijn kwaliteiten op het gebied
van het belastingrecht en dat dit als rechtvaardig wordt ervaren. Is dit dan een geval van
verdelende of van vergeldende rechtvaardigheid? Motiveer uw antwoord kort. (2 punten; 60
woorden)
b. Wat houdt het verschil tussen procedurele en inhoudelijke rechtvaardigheid in? (1 punt; 50
woorden)
c. Sandel bespreekt de kwestie of het leger van een land uit dienstplichtigen zou moeten bestaan, of
dat het een beroepsleger zou moeten zijn. Hij stelt dat utilisten en liberalen voorstanders zouden
zijn van een beroepsleger, maar dat er tegen die opvatting twee bezwaren zijn aan te voeren.
Welke twee bezwaren noemt Sandel expliciet? (1 punt; 70 woorden
d. Hoe luiden Rawls’ twee
rechtvaardigheidsbeginsel
en? NB. U hoeft de
voorrangsregels niet te
, noemen en dient ook niets
uit te leggen. (1 punt; 150
woorden)
d. Hoe luiden Rawls’ twee rechtvaardigheidsbeginselen? NB. U hoeft de voorrangsregels niet te
noemen en dient ook niets uit te leggen. (1 punt; 150 woorden)
e. Leg kort uit waarom utilisten waarschijnlijk voorstanders zullen zijn van een systeem van
progressieve belastingen op vermogen. (90 woorden; 2 punten)
f. Stel dat er een accijns zou worden geheven op vette producten, teneinde de consumptie daarvan
te beperken. Geef kort gemotiveerd aan of dit beter zou passen in de opvattingen van Rawls of
van Aristoteles. (2 punten; 120 woorden)
g. Sandel bespreekt de mogelijkheid dat universiteiten plaatsen voor studenten bij opbod zouden
verkopen (veilen). Hij is daar geen voorstander van.
Wat ziet Sandel als voornaamste reden waarom universiteiten hun plaatsen niet bij opbod zouden
mogen verkopen? (1 punt; 40 woorden)
Dit tentamen bestaat uit 7 vragen, waarvan sommige maximaal een punt kunnen opleveren en andere
maximaal twee punten. In totaal kunt u maximaal 10 punten behalen. De vragen moeten kort worden
beantwoord. U dient de antwoorden enkel te motiveren als daarom wordt gevraagd. Per vraag staat een
maximum aantal woorden aangegeven. Langere antwoorden worden in beginsel fout gerekend.
Vragen
a. Stel dat een raadsheer in het Gerechtshof wordt benoemd vanwege zijn kwaliteiten op het gebied
van het belastingrecht en dat dit als rechtvaardig wordt ervaren. Is dit dan een geval van
verdelende of van vergeldende rechtvaardigheid? Motiveer uw antwoord kort. (2 punten; 60
woorden)
b. Wat houdt het verschil tussen procedurele en inhoudelijke rechtvaardigheid in? (1 punt; 50
woorden)
c. Sandel bespreekt de kwestie of het leger van een land uit dienstplichtigen zou moeten bestaan, of
dat het een beroepsleger zou moeten zijn. Hij stelt dat utilisten en liberalen voorstanders zouden
zijn van een beroepsleger, maar dat er tegen die opvatting twee bezwaren zijn aan te voeren.
Welke twee bezwaren noemt Sandel expliciet? (1 punt; 70 woorden
d. Hoe luiden Rawls’ twee
rechtvaardigheidsbeginsel
en? NB. U hoeft de
voorrangsregels niet te
, noemen en dient ook niets
uit te leggen. (1 punt; 150
woorden)
d. Hoe luiden Rawls’ twee rechtvaardigheidsbeginselen? NB. U hoeft de voorrangsregels niet te
noemen en dient ook niets uit te leggen. (1 punt; 150 woorden)
e. Leg kort uit waarom utilisten waarschijnlijk voorstanders zullen zijn van een systeem van
progressieve belastingen op vermogen. (90 woorden; 2 punten)
f. Stel dat er een accijns zou worden geheven op vette producten, teneinde de consumptie daarvan
te beperken. Geef kort gemotiveerd aan of dit beter zou passen in de opvattingen van Rawls of
van Aristoteles. (2 punten; 120 woorden)
g. Sandel bespreekt de mogelijkheid dat universiteiten plaatsen voor studenten bij opbod zouden
verkopen (veilen). Hij is daar geen voorstander van.
Wat ziet Sandel als voornaamste reden waarom universiteiten hun plaatsen niet bij opbod zouden
mogen verkopen? (1 punt; 40 woorden)