Wat is taalattitude1? :
Wat? :
Zonder goede taalattitude Geen taalvaardigheid
Basis
Zonder taalplezier Geen goede taalattitude
Waarom? :
Effect en resultaat krijgen Geslaagde communicatie
Voor wie doe je het? :
Voor de ander (1ste plaats) Je leerlingen
Voorlezen :
Waarom voorlezen? :
Positieve effecten op ontwikkeling kinderen (Emotioneel, cognitief en
sociaal)
Voorlezen zorgt voor betere taal- en leesvaardigheid
→ Hoe vroeger voorlezen, hoe groter de voordelen
Tien tips voor een goede voorlezer :
1. Voorlezen doe je op een rustige plek :
→ Kan overal, maar je mag geen afleiding hebben en liefst ook
stilte
2. Lees altijd zelf op voorhand de verhalen die je gaat
voorlezen :
→ Voorkennis zorgt dat het makkelijker leest
→ Je weet zo ook welke prenten te tonen en welke vragen te stellen
3. Kies een boek dat aansluit bij de ontwikkeling,
belangstelling en leefwereld :
→ Neem geen te makkelijk of moeilijk boek
→ Neem iets dat hen interesseert of herkenbaar is
4. Vertel voor je begint voor te lezen kort iets over je verhaal :
→ Meteen lezen is te abrupt
→ Kort inhoud geven, dan kunnen ze een beeld vormen en
verwachtingen leggen
5. Lees langzaam en duidelijk voor :
→ Tempo en articulatie aanpassen aan niveau
6. Moeilijke woorden moet je tijdens het voorlezen uitleggen :
→ Voorlezen is plezier beleven
→ Begin niet te veel woorden uit te leggen
→ Als je iets uitlegt doe het via voorbeelden
1
= Deel van een taalcompetentie samen met taalkennis en taalvaardigheden
1
, 7. Stel af en toe vragen over het verhaal :
→ Je betrekt hen op een actieve wijze
→ De vragen zorgen ervoor dat ze het verhaal nog beter begrijpen
→ Onderbreek niet teveel want dan raken ze de draad kwijt
8. Maak je verhaal zo levendig mogelijk (Geen theater) :
→ Intonatie en mimiek gebruiken
→ In dialogen kan je spelen met je stem
→ Overdrijf niet zodat het geen toneel wordt, het moet voorlezen
blijven
9. Verlies je leerlingen niet uit het oog tijdens het voorlezen :
→ Speel in op hun reacties (Geboeid of niet)
→ Verlies de orde niet uit het oog
10. Voorlezen gaat met vallen en opstaan :
→ De ene keer gaat het goed en de andere keer niet
Voorlezen, hoorbare factoren :
Intonatie2 :
Bepaald door klemtonen en accenten Kan op drie manieren
→ Dynamisch accent3
→ Temporeel accent4
→ Muzikaal accent5
Zijn er regels voor intonatie?
→ Nee Inhoud bepaald intonatiepatroon
Door intonatie breng je een zin over hoe jij die begrijpt
Weet je enkele tips voor intonatie?
Vermijd monotoon spreken
Vermijd ‘zangerig’ spreken
Bij lange opsomming, bouw intonatieverschillen in
Tempo :
Niet super snel, ook niet super traag Middenweg
Je kan er wel mee spelen
→ Bv. Spanning opdrijven, …
Stopwoorden6 en afleidende geluiden7 :
Euhm, eigenlijk, alé, … Keel schrapen, smakken, …
2
= Melodie van je spreken
3
= Luider spreken
4
= Langzamer spreken
5
= Spreken met toonhoogteverandering
6
= Stereotype woorden waarmee je onbewust ergens pauzes in legt en deze probeert op
te vullen
7
= Sommige sprekers vullen pauzes op met geluiden
2