1.1 Wat is psychologie
Psyche + ologie
geest studiegebied
Psychologie = wetenschap van gedrag en mentale processen
Voorbeeld: klinisch psycholoog, sportpsycholoog, schoolpsycholoog …
-> Gedrag = externe waarneembare gedragingen
-> Geestelijke processen = interne, indirect waarneembare processen
(gevoelens, gedachten)
-> Wetenschap = objectieve gebeurtenissen
≠ psychiatrie = medisch, diagnosticeren en behandelen van mentale stoornissen
(mbv medicatie)
≠ pseudopsychologie = niet wetenschappelijk onderbouwd
Voorbeeld: handschriftanalyse, handpalmlezen, astrologie, 6 e zintuig …
Psychologie is veel ruimer. Er wordt rekening gehouden met gedrag, geestelijke
processen, sociale interacties, de ontwikkeling …
1.2 Belangrijkste perspectieven
- Biologisch perspectief
- Cognitief perspectief
- Behavioristisch perspectief
- Whole-person perspectief
- Ontwikkelings perspectief
- Sociocultureel perspectief
1.2.1 Biologisch perspectief
Idee: lichaam apart van geest bestudeert, link gedrag – biologisch perspectief
(Descartes)
Modern = persoonlijkheid, voorkeuren … komen voort uit lichamelijke/biologische
processen
-> oorzaak van gedrag in functioneren van lichaam (hersenen, genen …)
Voorbeeld: verslavingen
Neurowetenschap = link tussen gedachten/gevoelens en werking van de
hersenen
Voorbeeld: eetstoornis ( te veel eten, hongergevoel negeren …)
Evolutionaire psychologie = erving van gedrag
Voorbeeld: aangeboren afkeer voor bitter en zuur
-> Neofobie = angst om nieuwe dingen te proeven
1.2.2 Cognitief perspectief
,Idee: geest kan bestuurd worden adhv wetenschappelijke methode
(Whundt)
Modern = studie van geheugen, aandacht, leren, sensatie, taal, verwerking
informatie
Voorbeeld: sterke aandacht naar voeding
1.2.3 Behavioristisch perspectief
Idee: wetenschap van observeerbaar gedrag
(Skinner, Watson)
-> ≠ mentale processen
-> stimulus geeft reactie (SR-leren)
-> klassieke en operante conditionering
1.2.4 Whole-person perspectief
Idee: mens in het geheel bestuderen
Psychodynamische psychologie = focus op het onbewuste
(Freud)
-> gestuurd door onbewuste (verlangen, herinneringen)
-> psycho-analyse = analyse dromen, versprekingen …
Humanistische psychologie = menselijke groei en mogelijkheden
(Maslow, Rogers)
-> reactie op onbewuste
-> focus op vrije wil, invloed van fysieke en emotionele behoeftes op
GGG (gedrag, gedachten, gevoelens)
Psychologie van karaktertrekken en temperament = karakter en temperament
(Grieken)
-> verklaring door blijvende kenmerken
-> introvert vs extravert
1.2.5 Ontwikkelingsperspectief
Idee: mensen veranderen door interactie genen – omgeving
(Ainsworth)
-> nature vs nurture (aanleg overgewicht en slechte voeding bij opvoeding)
-> mensen blijven ontwikkelen door die interactie
-> levenslooppsychologie
1.2.6 Sociocultureel perspectief
Idee: gedrag beïnvloedt door sociale en culturele invloeden
(Milgram)
, -> sociale interactie, cultureel aspect
-> kracht van situatie is groot
-> studie gedragingen in culturen
1.2.7 Integratie
- Cognitief-behaviorisme
- Evolutionaire ontwikkelingspsychologie
- Link met neurowetenschap
- Nadruk op sociaal-cultureel perspectief
Hoofdstuk 2: Leren en omgeving
In dit hoofdstuk zien we hoe mensen gedrag aanleren en afleren. Hiervoor
bestaan er 3 manieren.
Leren = proces waardoor ervaringen een blijvende verandering veroorzaken in
het gedrag of mentale processen.
- gedrag: klassieke en operante conditionering (=
stimulus-respons leren)
- mentale processen: cognitieve psychologie
2.1 Hoe verklaart klassieke conditionering leren? (Pavlov)
Klassieke conditionering = elementaire vorm van leren waarbij een stimulus die
een aangeboren reflex oproept, wordt geassocieerd met een voorheen neutrale
stimulus waarop een respons komt. (ASSOCIATIE)
2.1.1 Verwerving
o Stap 1: Voor conditionering
Ongeconditioneerde stimulus (UCS) = stimulus die zonder conditionering
reflexieve respons oproept.
Voedsel wordt aan de hond gegeven.
Ongeconditioneerde respons (UCR) = reactie op de stimulus
Er is speekselafscheiding.
Neutrale stimulus = stimulus die geen reactie oproept.
Het ringen van de bel.
o Stap 2: Tijdens conditionering (verwervingsfase)
Verwerving = CR roept CR steeds vaker op
Contiguïteit = aanbieden van CS met UCS
Het eten geven en terwijl de bel rinkelen.
Geconditioneerde stimulus (CS) = oorspronkelijk neutrale stimulus die na
conditionering CR oproept.
De hond legt de link tussen geluid en voedsel krijgen.
o Stap 3: Na conditionering