Les 1: Welke kenmerken heeft de bloemplant?
- Delen van de bloemplant:
o Bovengronds: - stengel alle stengels = stengelstelsel
- blad alle bladeren = bladstelsel
- bloem
- vrucht
o Ondergronds: wortels alle wortels = wortelstelsel
- Organisme (bloemplant) stelsels organen (stengel, blad, …)
Les 2: Hoe zoek je de naam van bloemplanten op?
- Delen van het blad:
- Verschillen, die blijvend zijn, tussen bladeren = nodig om te determineren
o Nerven: - aantal: - één hoofdnerf = veernervig
- meerdere hoofdnerven = handnervig
- ligging
o Bladrand: insnijdingen gaaf blad (geen)
gezaagd blad: - scherpe insnijding
- scherpe uitstulping
getand blad: - scherpe insnijding
- stompe insnijding
gegolfd blad: - stompe uitstulping
- stompe insnijding
o Bladschijf: insnijdingen samengesteld blad: diep ingesneden
spitse lobben: - scherpe insnijding
- scherpe uitstulping
stompe lobben: - scherpe insnijding
- stompe uitstulping
o Bladvorm: - lancetvormig
- hartvormig
- rond
- driehoekig
- langwerpig
- ovaal
1
, 3. Op uitstap in de natuur
Oefening op het herkennen van dieren in de biotoop a.d.h.v. een determineerkaart.
4. Hoe zijn planten aangepast aan hun biotoop?
Aanpassingen van planten aan omgeving:
o Tegen vraat: - stekels (cactus)
- netelharen (brandnetel)
- doornen (braamstruik)
o Om voldoende licht op te vangen: - hechtwortels (klimop)
- klimmende stengels (winde)
o Om uitdroging te voorkomen: - klein bladoppervlak (brem)
o Diep in het water vasthechten: - zeer lange stengel (waterlelie)
o Water en mineralen opzuigen: - zuigwortels (maretak)
5. Hoe zijn dieren aangepast aan hun biotoop?
- Schutkleur: kleur waardoor dieren minder opvallen in hun omgeving
Voor roofdieren: onopvallend prooi besluipen
Voor prooidieren: bescherming tegen roofdieren
- Natuurlijke selectie: organismen overleven die het best aangepast zijn aan de
omgeving:
hebben de kans zich voort te planten
niet goed aangepaste organismen sterven uit
= concept van Charles Darwin
Vb. huisjesslakken die fel opvallen, worden sneller opgegeten. Huisjesslakken
die minder opvallen hebben de kans zich voort te planten.
Vb. in gebieden nabij de noord- en zuidpool is het kouder en donkerder:
ontwikkeling van grotere ogen
hersenhelft voor ontwikkeling lichtprikkels is groter
6. Veldwerk
- biotische factoren
Planten: indeling in verschillende lagen
o Boomlaag: we vinden er terug: beuk, plataan, …
o Struiklaag: hazelaar, vlier, …
o Kruidlaag: koekoeksbloem, kaasjeskruid, …
o Moslaag: haarmos, …
Onderzoek: meer verschillende plantensoorten op open plek
Dieren: indeling op basis van determineertabel (kenmerken)
2