ZWANGERSCHAP 1 VITALE PARAMETERS
DE 5 VITALE PARAMETERS
1. Inleiding
1.1. Algemeen
Vitale functies zijn van LEVENSBELANG en worden geregeld door het centraal zenuwstelsel
(CZ), de vitale functies bestaan uit:
- Ademhaling
- Bloedcirculatie
- Bewustzijn
Het zijn de vitale organen die instaan voor deze vitale functies en vormen 1 systeem,
bestaande uit:
- Longen
- Hart
- Hersenen
Om de vitale functies te monitoren gebruiken we 5 vitale parameters, genaamd:
- Hartslag
- Bloeddruk
- Ademhaling
- Lichaamstemperatuur
- Bewustzijn
1.2. Hoe monitoren we de vitale functies via de parameters
De vitale functies monitoren via de parameters kunnen we op 3 verschillende manieren
doen, namelijk door:
- Het observeren van:
o Het globale beeld
o De zintuigen: kijken, luisteren, voelen
- Het meten van:
o Exacte waarden
Dit kan beïnvloed door gemoedstoestand en activiteit
Bv. Inspanning gedaan voor spreeksuur spreekuur hypertensie
- Het vergelijken van:
o Regelmaat
o Verbetering / verslechtering
o Referentiewaarden
o Frequentie: afhankelijk van de bedreiging van de vitale functies
1.3. Rapporteren van de parameters
Na het meten van de verschillende parameters kunnen we de
parameters gestructureerd gaan opschrijven. Dit doen we
een speciaal gemaakt rapport.
1
, ZWANGERSCHAP 1 VITALE PARAMETERS
2. De 5 vitale parameters meten
2.1. Hartslag
2.1.i. Principe
- Bij elke hartslag : 70-100 ml bloed in de arteriën
- Pulsaties
o = Golfbeweging
o Latijns : pulsus = polsslag
o Slagader is elastisch : zet uit / neemt oorspronkelijke vorm weer aan
o Centrale pulsaties – perifere pulsaties
2.1.ii. Opnameplaats
- Voorwaarden:
o Arteria moet oppervlakkig liggen
o Boven op een bot
- Plaatsen
o Arteria temporalis: slapen
o Arteria carotis : hals (slechts aan 1 kant voelen!)
o Arteria brachialis: elleboogplooien (pinkzijde)
o Arteria radialis : polsen (duimzijde)
o Arteria femoralis : liezen
o Arteria poplitea : knieholten
o Arteria tibialis : binnenzijde enkels
2.1.iii. Observaties
- Frequentie
o = Aantal slagen per minuut (sl./min.)
o Afhankelijk van conditie, leeftijd en geslacht
o Normaalwaarden volwassene : 60-90 sl./min
o Bradycardie : verlaagde hartfrequentie
< 60 sl./min.
Diepe slaap
Hart- of hersenafwijking
o Tachycardie : verhoogde hartfrequentie
> 100 sl./min.
Emoties, caffeïne, inspanning
Bloeding, koorts
- Ritme
o Regulair ritme : hartslagen volgen elkaar op met regelmatige
samentrekkingen: I I I I I I
o Irregulair ritme of arithmie : hartslagen volgen elkaar op met onregelmatige
samentrekkingen: I I I II I I I II
- Vulling
o = Hoeveelheid bloed die per samentrekking in de slagader wordt geperst
Grote vulling
Normale vulling
Geringe vulling
2
DE 5 VITALE PARAMETERS
1. Inleiding
1.1. Algemeen
Vitale functies zijn van LEVENSBELANG en worden geregeld door het centraal zenuwstelsel
(CZ), de vitale functies bestaan uit:
- Ademhaling
- Bloedcirculatie
- Bewustzijn
Het zijn de vitale organen die instaan voor deze vitale functies en vormen 1 systeem,
bestaande uit:
- Longen
- Hart
- Hersenen
Om de vitale functies te monitoren gebruiken we 5 vitale parameters, genaamd:
- Hartslag
- Bloeddruk
- Ademhaling
- Lichaamstemperatuur
- Bewustzijn
1.2. Hoe monitoren we de vitale functies via de parameters
De vitale functies monitoren via de parameters kunnen we op 3 verschillende manieren
doen, namelijk door:
- Het observeren van:
o Het globale beeld
o De zintuigen: kijken, luisteren, voelen
- Het meten van:
o Exacte waarden
Dit kan beïnvloed door gemoedstoestand en activiteit
Bv. Inspanning gedaan voor spreeksuur spreekuur hypertensie
- Het vergelijken van:
o Regelmaat
o Verbetering / verslechtering
o Referentiewaarden
o Frequentie: afhankelijk van de bedreiging van de vitale functies
1.3. Rapporteren van de parameters
Na het meten van de verschillende parameters kunnen we de
parameters gestructureerd gaan opschrijven. Dit doen we
een speciaal gemaakt rapport.
1
, ZWANGERSCHAP 1 VITALE PARAMETERS
2. De 5 vitale parameters meten
2.1. Hartslag
2.1.i. Principe
- Bij elke hartslag : 70-100 ml bloed in de arteriën
- Pulsaties
o = Golfbeweging
o Latijns : pulsus = polsslag
o Slagader is elastisch : zet uit / neemt oorspronkelijke vorm weer aan
o Centrale pulsaties – perifere pulsaties
2.1.ii. Opnameplaats
- Voorwaarden:
o Arteria moet oppervlakkig liggen
o Boven op een bot
- Plaatsen
o Arteria temporalis: slapen
o Arteria carotis : hals (slechts aan 1 kant voelen!)
o Arteria brachialis: elleboogplooien (pinkzijde)
o Arteria radialis : polsen (duimzijde)
o Arteria femoralis : liezen
o Arteria poplitea : knieholten
o Arteria tibialis : binnenzijde enkels
2.1.iii. Observaties
- Frequentie
o = Aantal slagen per minuut (sl./min.)
o Afhankelijk van conditie, leeftijd en geslacht
o Normaalwaarden volwassene : 60-90 sl./min
o Bradycardie : verlaagde hartfrequentie
< 60 sl./min.
Diepe slaap
Hart- of hersenafwijking
o Tachycardie : verhoogde hartfrequentie
> 100 sl./min.
Emoties, caffeïne, inspanning
Bloeding, koorts
- Ritme
o Regulair ritme : hartslagen volgen elkaar op met regelmatige
samentrekkingen: I I I I I I
o Irregulair ritme of arithmie : hartslagen volgen elkaar op met onregelmatige
samentrekkingen: I I I II I I I II
- Vulling
o = Hoeveelheid bloed die per samentrekking in de slagader wordt geperst
Grote vulling
Normale vulling
Geringe vulling
2