Deel 1
Deel 1.1
Autistisch continuüm (van uiterste naar uiterste):
Aloof: ‘ergste’ vorm van autisme. Houden totaal niet van sociaal contact.
Zorgen er ook voor dat dat niet voor zal komen. Spraakproblemen. Zijn erg
gefocust op de zintuigelijke waarneming. Hoe voelt iets, hoe klinkt iets?
Klassiek autisme. Als dit de originele diagnose is bij een kind, zegt dat niet
dat het kind niet verder ontwikkeld naar Passive.↓
Passive: zullen wel op mensen afstappen wanneer ze die nodig hebben.
Wanneer je de deur voor ze open moet doen, dan zullen ze je hand pakken
en die op de deurknop leggen. Kunnen uren achtereen alleen spelen, met
hetzelfde ‘speelgoed’. Taalachterstand, echolalie. Het kind kan alleen
spreken door te zeggen wat jij zegt. Wanneer je vraagt of hij een koekje
wilt, zal hij antwoorden: ‘wil jij een koekje?’ ook kan het zijn dat ze een dvd
keer op keer bekijken, die tekst uit hun hoofd leren en fragmenten hiervan
opdreunen wanneer het past in de huidige situatie. Fascinatie voor
symmetrie, probeert orde in de chaos te scheppen. Wanneer je je huis
hebt ingericht en vervolgens de bank drie centimeter verplaatst, dan zal
hij het gelijk opmerken en kan dan in paniek raken. Verzamelen
opmerkelijke artikelen, zoals toiletborstels. Deze verzameling geeft hun
een gevoel van bescherming en dit moet ook overal mee naar toe. Ook als
dit de originele diagnose is, kan het zijn dat het door ontwikkeld naar
Active, but odd.↓
Active, but odd: zullen veel op mensen afstappen, maar kunnen zich
hierbij ‘raar’ gedragen. Houden van aandacht en kunnen rare dingen doen
om die te krijgen, hierna weten ze echter niet hoe die aandacht vast te
houden. Stellen steeds dezelfde vragen, waarop ze het antwoord al weten.
Hun manier van sociale interactie. Het liefst op zichzelf of in gezelschap
van volwassenen. Kan moeilijk spelen met leeftijdgenoten. Fascinatie met
specifiek onderwerp, vaak transport zoals treinen of tractors. Vaak ook bv
dinosaurussen, insecten of elektriciteit. Soms ook met een bepaald
persoon, in de tienerjaren. Ook vanuit dit punt kan het door ontwikkelen,
naar Asperger.↓
Asperger: gevonden toen kinderen vanuit de aloof, rond een jaar of zes,
begonnen te praten. Hebben een hoog IQ, maar groot gebrek aan sociale
competentie. Veel interesse in bepaalde onderwerpen, maar nooit echt
een onderwerp die ook populair is bij leeftijdgenoten.
Kenmerken van Asperger bij stellen diagnose:
Sociale competentie:
hoe wordt de ruimte en tijd gedeeld? Personal space, vriendelijk?
Inclusie van anderen, liever alleen?
Oogcontact, wel/niet? Juiste timing? Gezichtsuitdrukking, reactie?
Definitie van vriendschap/kennis/bestevriend. Leeftijdgenoten?
Beschrijving lera(a)r(es), welke kenmerken geeft hij? Lief/niet lief
Beschrijving ouders
Spel met leeftijdgenoten?
,Peer pressure
Competitief? Teamplayer, snapt hij teamspel? (te) Hoge verwachtingen
van zichzelf? Is het oke om fouten te maken? Kinderen met Asperger willen
graag als eerste in de rij, als eerste aan de beurt. Niet perse om ‘beter’ te
zijn, maar om goed besef te hebben van hun positie, goed kunnen weten
wanneer ze aan de beurt zijn.
Ongeschreven sociale regels – hoe spreek je tegen wie? Je/u?
Wat kan je wel en niet zeggen?
Activiteiten op het speelplein – aanwezig? Liever isolatie?
‘Bedrog’ – vorm van eerlijkheid. Vraagt de leraar wie Marietje pestte, zal
het kind met Asperger gelijk zeggen wie dat was, zelfs wanneer hij dat zelf
was. Ze ‘kunnen niet liegen.’ Ze zullen zichzelf meer als
miniatuurvolwassene dan als kind zien.
Gezichtsexpressie – zij hebben moeite met die van ons lezen, maar wij
kunnen ook moeite hebben met het lezen van die van hun. Omdat ze niet
precies weten welke expressie bij welke emotie hoort, of omdat ze zich op
dat moment niet zo voelen, dus kunnen ze die niet maken. Ook kan het zo
zijn dat hun gezicht minimaal veranderd. ToM, sociale compensatie
Communicatie – kunnen ze een gesprek gaande houden, ook al begrijpen
ze iets niet? Of veranderen ze van onderwerp?
Hoe reageert het kind op jouw interesses in een gesprek, jouw leiding in
het gesprek, jouw non-verbale signalen in het gesprek?
Humor – snappen ze het? Snappen ze wanneer ze een grap kunnen
vertellen en wanneer niet?
Stemgebruik – intonatie, volume, nadruk, vloeiend?
Precisie – ongeveer 1993 ‘Nee! Het was 1994’
Ongepaste opmerkingen – of gepaste opmerkingen op een ongepast
moment, niet subtiel
Letterlijke interpretatie – ‘we gaan over 5 minuten naar huis’ Je gaat dus
over precies 5 minuten naar huis. ‘Ik ging dood van angst’ Je leeft toch
nog?
Kinderen met Asperger kunnen wel degelijk een taalachterstand hebben.
Plagen en sarcasme snappen ze niet. Ze nemen het letterlijk.
Gedachtes uitspreken. ‘verbale diarree’. Of ze kunnen echt hun gedachtes
niet loskoppelen van hun spraak, of ze verwerken een eerder gevoerd
gesprek, door het te herhalen, of ze oefenen alvast wat ze morgen gaan
zeggen, of door hardop te denken lukt het denken beter.
Cognitieve skills:
Langetermijngeheugen – vrij goed.
Lezen – doen ze veel
Computer skills – logisch en visueel, dus kunnen ze goed leren en zijn ze er
ook goed in. Kan je ook gebruiken om ze wat anders te leren, via de
computer, zoals taalspelletjes.
Specifieke leerproblemen – niet goed zijn in rekenen, of juist niet goed in
spelling.
Symboolspel – slipper dat nooit een bootje zal worden. Of juist iets ‘raar’
nadoen in spel, zoals een lantaarnpaal en dan de hele dag een
lantaarnpaal zijn.
, Visueel denken – als een kind iets niet snapt neig je snel naar ‘laat me het
uitleggen’ maar bij deze kinderen moet je het laten zien, voordoen, niet
uitleggen.
Speciale interesses: (kan variëren per persoon, zoals dinosaurussen of
insecten)
Routines – structuur
Beweging – vaak wat houterig
Vangen – honkbal ofzo, vaak wat moeilijk voor ze
Handschrift – ze houden niet van schrijven, zullen het ook proberen te
ontwijken door bv te typen
Tics – ze kunnen tics ontwikkelen, zoals knipperen
Wegen tot Aspergerdiagnose:
Het kan zijn dat een kind nooit gediagnosticeerd is met klassiek autisme,
maar op latere leeftijd wel gediagnosticeerd wordt met Asperger. Zij
beginnen dus op dat punt in het continuüm.
Het kan ook zijn dat een kind in de familie wordt gediagnosticeerd met
autisme of Asperger en dat wanneer ze daar meer over te weten komen,
dezelfde kenmerken opmerken in een ander familielid. En diegene dus zo
diagnosticeren.
Het kan ook gediagnosticeerd worden na een andere diagnose, zoals ADHD
of een taalachterstand.
Het kan ook gediagnosticeerd worden bij tieners die onder de druk van de
middelbare school bezwijken en dan agressief, angstig of depressief
worden. Ze gaan dan langs een psychiater die het Aspergersyndroom
herkent.
Ook kan het gezien worden wanneer mensen schizofreen lijken te zijn.
Wat is het verschil tussen Hoog functionerend Autisme(HFASS) en
Asperger?
Eigenlijk is de spelling het enige verschil. Voorderest zijn ze gelijk.
HFASS is eigenlijk voor de mensen die moralistisch waren toen ze jonger
waren. Maar de term kan ook gebruikt worden voor een indicatie. Zodat
het gezin wel de hulp kan krijgen die het verdient.
Deel 1.2
Hoe help je iemand met autisme langs het continuüm? Hoe help je
diegene zich te ontwikkelen?
Het sociale curriculum aanleren. Voor ons gaat dat vanzelf, voor iemand
met Asperger niet.
Ze spelen vaak op kinderlijk niveau. Ze kunnen het spel van hun
leeftijdsgenoten niet bijbenen. Vaak zijn ze ook tevreden met hunzelf als
gezelschap, ze hoeven niet zo nodig te socializen of vriendschappen te
sluiten. Een andere kant is dat ze erg bazig zijn wanneer ze met andere
kinderen spelen, dat ze te veel controle over de activiteit willen houden.