Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting taalkunde, Docent Nederlands - leerjaar 1

Note
-
Vendu
2
Pages
13
Publié le
03-11-2021
Écrit en
2020/2021

Samenvatting voor het tentamen taalkunde in leerjaar 1. Gaat over het boek taal&taalwetenschap.

Établissement
Cours









Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
3 novembre 2021
Nombre de pages
13
Écrit en
2020/2021
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

College 1, hoofdstuk 1
Doelen bij hoofdstuk 1:
- Je hebt een globaal beeld van het vak.
- Je kent de begrippen ‘taalkunde’ en ‘grammatica’.
- Je kent de verschillende taalkundige niveaus.
- Je kent de eigenschappen van natuurlijke talen.
- Je weet wat compositionaliteit is.
- Je weet wat recursiviteit is.

Definitie taalkunde:
- Leer en kennis van de taalverschijnselen. Synoniem: taalwetenschap.
- Normatieve, descriptieve, historische, moderne, structurele, generatieve taalkunde.
Wat is taalkunde?
- Wetenschappelijke studie van natuurlijke talen.
- Doel: talen beschrijven zoals mensen ze in werkelijkheid gebruiken.
- Synoniemen: taalwetenschap, linguïstiek.
Pragmatiek: taal als handelen.
Syntaxis: zinsdelen en zinsbouw (‘redekundig en taalkundig ontleden’)
Semantiek (en lexicon): betekenis (‘zoals die in ons hoofd zit’)
Morfologie: woordvorming
Fonetiek en fonologie: klanken maken en de regels van het klanksysteem.
Driehoek: Taalnorm




Taalwerkelijkheid Taalgevoel
Universele eigenschappen alle talen:
- Kleine elementen die gecombineerd kunnen worden tot grotere eenheden.
- Klinkers (vocalen) en medeklinkers (consonanten)
- Mogelijkheid om te kunnen ontkennen, vragen en bevelen.
- Woorden voor zwart en wit of donker en licht.
Alle kenmerken natuurlijke talen:
- Structuur en regels
- Universele eigenschappen
- Compositionaliteit
- Verwerving door interactie
- Creativiteit
- Samen handelen
- Kan los van hier en nu
- Arbitraire relatie teken – betekenis
- Uitingen meerdere betekenissen
Twee kenmerken:
- Compositionaliteit = taalelementen eigen betekenis, maar kunnen gecombineerd
worden om andere betekenissen uit te drukken. Tomaten + soep = tomatensoep OF

, soeptomaten: zelfde elementen, andere betekenis. Hij loopt in de tuin. / Hij loopt de
tuin in.
- Recursiviteit = elementen kunnen worden ingebed in andere elementen. Dit kan
oneindig, de langste zin bestaat niet. De man liet de hond uit. De man met de bruine
hond liet de hond uit. De man met de bruine hoed met blauwe rand liet de hond uit.


College 2&3, hoofdstuk 6
Doelen bij hoofdstuk 6:
- Je weet dat een zin uit zinsdelen bestaat.
- Je weet dat een zinsdeel een woordgroep of een bijzin kan zijn.
- Je kent twee manieren om zinnen te verdelen in zinsdelen en kunt deze
toepassen.
- Je weet welke typen woordgroepen er zijn.
- Je weet wat het hoofd van een woordgroep is en wat modificeerders zijn.

Taalkundige termen:
1. Het klanksysteem  fonologie en fonetiek= klanken maken en de regels van het
klanksysteem.
2. Taalgebruik  pragmatiek= onderzoek naar de manier waarop taaluitingen in de
praktijk gebruikt worden: wat bedoelt iemand eigenlijk met wat hij zegt. Een vraag
als ‘ben je niet moe?’ kan bijvoorbeeld een verkapte opdracht ‘ga slapen’ inhouden.
3. De structuur van woorden  morfologie= woordvorming
4. Betekenis  semantiek= betekenis zoals die in ons hoofd zit.
5. De structuur van zinnen  syntaxis = zinsdelen en zinsbouw
Deze kennis is abstract en onbewust.
Duizenden uren vast in vliegtuig
- Duizenden uren vast in vliegtuig
- Duizenden uren vast in vliegtuig
Bouwstenen:
- Subject: onderwerp – NP
- Predicaat: werkwoorden – VP
Deze ‘blokken’ heb je altijd nodig als je een zin wilt bouwen.
Typen woordgroepen:
- Sentence (S) = hele zin
- Nominaal (NP) = zelfstandig naamwoord
- Verbaal (VP) = werkwoorden
- Adjectivisch (AdjP) = bijvoeglijke naamwoorden
- Adverbiaal (AdvP) = bijwoorden
- Adpositioneel (AdpP) = voorzetsels, voorwerpen, locatie  rest categorie
- Nominaal = verwijst naar iets, deelt mee
- Verbaal = actie, bijvoorbeeld belonen
Samenvattend: een zin bestaat uit zinsdelen, een zinsdeel kan zijn een woordgroep
(‘phrase’) of een bijzin. (Een woordgroep kan ook uit één woord bestaan)
Hoe bepaal je de zinsdelen van een zin? Twee tests
Vervangingstest & verplaatsingstest.
€3,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien


Document également disponible en groupe

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
esmeekliffen Hogeschool Arnhem en Nijmegen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
21
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
13
Documents
12
Dernière vente
7 mois de cela

4,5

2 revues

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions