Inleiding recht
Hoofdstuk 1
Omschrijving en doel van het recht: recht heeft te maken hebben met regels,
rechtvaardigheid en normen en waarden in de samenleving.
Verandering van het recht door veranderingen in de normen en waarden in de
samenleving → concreet voorbeeld: alimentatie.
Recht heeft twee betekenissen:
1. Recht als geheel van regels → geheel van regels dat op een bepaald moment
geldt in een samenleving
2. Recht als aanspraak → het recht hebben op pauze
Deze rechtsregels zorgen voor een georganiseerde samenleving en een
rechtvaardige oplossing bij conflicten.
Het recht is opgedeeld in vijf rechtsgebieden:
, Burgerlijke recht → juridische relaties tussen burgers en bedrijven regelt.
Staatsrecht → hoe de Nederlandse staat is georganiseerd.
Strafrecht → waarin op verboden gedrag straf is gesteld.
Bestuursrecht → waarin regels worden gegeven voor de taak van de overheid om te
zorgen voor een goede gang van zaken in onze samenleving.
Internationaal recht → regels geeft voor de verhoudingen tussen staten en onderling.
Natuurlijke personen zijn personen van vlees en bloed: een mens.
Rechtspersonen zijn organisaties die zelfstandig rechten en plichten kunnen hebben.
Natuurlijke personen en rechtspersonen hebben schulden, bezittingen, kunnen
contracten afsluiten en een rechtszaak starten. Ze zijn allebei rechtssubject: drager
van rechten en plichten.
Door handelingen van natuurlijke personen of rechtspersonen ontstaan er rechten en
plichten → er is een gevolg in het recht (rechtsgevolg).
Gebeurtenissen, situaties en handelingen waardoor een rechtsgevolg ontstaat heten
rechtsfeiten.
Hoofdstuk 1
Omschrijving en doel van het recht: recht heeft te maken hebben met regels,
rechtvaardigheid en normen en waarden in de samenleving.
Verandering van het recht door veranderingen in de normen en waarden in de
samenleving → concreet voorbeeld: alimentatie.
Recht heeft twee betekenissen:
1. Recht als geheel van regels → geheel van regels dat op een bepaald moment
geldt in een samenleving
2. Recht als aanspraak → het recht hebben op pauze
Deze rechtsregels zorgen voor een georganiseerde samenleving en een
rechtvaardige oplossing bij conflicten.
Het recht is opgedeeld in vijf rechtsgebieden:
, Burgerlijke recht → juridische relaties tussen burgers en bedrijven regelt.
Staatsrecht → hoe de Nederlandse staat is georganiseerd.
Strafrecht → waarin op verboden gedrag straf is gesteld.
Bestuursrecht → waarin regels worden gegeven voor de taak van de overheid om te
zorgen voor een goede gang van zaken in onze samenleving.
Internationaal recht → regels geeft voor de verhoudingen tussen staten en onderling.
Natuurlijke personen zijn personen van vlees en bloed: een mens.
Rechtspersonen zijn organisaties die zelfstandig rechten en plichten kunnen hebben.
Natuurlijke personen en rechtspersonen hebben schulden, bezittingen, kunnen
contracten afsluiten en een rechtszaak starten. Ze zijn allebei rechtssubject: drager
van rechten en plichten.
Door handelingen van natuurlijke personen of rechtspersonen ontstaan er rechten en
plichten → er is een gevolg in het recht (rechtsgevolg).
Gebeurtenissen, situaties en handelingen waardoor een rechtsgevolg ontstaat heten
rechtsfeiten.