arbeidsbemiddeling
Hoofdstuk 1
1.2 Definities
Arbeidsbemiddeling = Het bij elkaar brengen van werkgever (vraag) en
werkzoekende (aanbod) op
de arbeidsmarkt met als doel de totstandkoming van een
arbeidsverhouding.
Intermediair = De instantie die als derde partij (tussenpersoon) de
bemiddeling tussen
vraag en aanbod op de arbeidsmarkt tot stand brengt.
Opdrachtgever = De organisatie die via een intermediair op zoek gaat
naar een nieuwe
(tijdelijke) medewerker.
Prospect = Een potentiële opdrachtgever.
Inlener = De organisatie waar de uitzendkracht of flexwerker
aan het werk is gesteld.
Accountmanager = De medewerker in dienst bij de intermediair die
verantwoordelijk is voor
het commerciële proces, waaronder de acquisitie bij
bestaande opdrachtgevers en prospects.
Consultant = De persoon die zijn expertise op het gebied van
arbeidsbemiddeling
inbrengt, door vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar
te brengen.
Intercedent = De medewerker die op het uitzendbureau verantwoordelijk
is voor het
bemiddelingsproces.
Kandidaat/werkzoekende = De persoon die via een intermediair op zoek is naar
een nieuwe,
(tijdelijke) overeenkomst, gericht op het verrichten van
arbeid of die een ITB-traject ondergaat.
Uitzendkracht = Iemand die bij het uitzendbureau staat ingeschreven
en voor bemiddeling
naar arbeid in aanmerking wil komen.
Detacheringskracht = De werknemer die in dienst is bij de intermediair en
die tijdelijk werkt bij de
inlener.
,Flexwerker = De werknemer die op tijdelijke basis is uitgezonden naar de
inlener. Dit kan
op detacherings- of uitzendbasis.
Zzp’er = Een zelfstandige zonder personeel voert, vanuit zelfstandig
ondernemerschap, projectopdrachten uit binnen organisaties.
Hij kan bemiddeld worden door de intermediair, maar treedt
niet in dienst bij de intermediair of inlener.
1.3. Arbeidsbemiddeling is historisch perspectief
1902 - Openbare publieke arbeidsbeurs, de start van de door de overheid
georganiseerde arbeidsvoorziening.
1914 - Totstandkoming van verbinding tussen arbeidsbemiddeling en sociale
zekerheid, mensen met een uitkering moesten zich inschrijven bij de
arbeidsbeurs.
1932 - Wet arbeidsbemiddeling 1930 treedt in werking, elke gemeente met meer
dan 15.000 inwoners moesten een arbeidsbeurs inrichten.
1940-1960 - Opmars van uitzendbureaus.
1961 - Oprichting werkgeversorganisatie ABU (Algemene Bond
Uitzendondermemingen).
1965 - Intrede van een wet die voor de uitzendorganisatie een vergunning
verplicht stelde.
1971 - Eerste cao voor uitzendkrachten kwam tot stand.
1983 - Hoogtepunt van werkloosheidscijfer (200.000 mensen)
1991 - Arbeidsvoorzieningswet
1990 - Aanbrenging van duidelijke scheidslijn tussen publieke arbeidsbemiddeling
en private arbeidsbemiddeling.
2002- Opsplitsing publiek arbeidsbureau in CWI en Kliq.
2003 - Vanaf 2003 zijn het CWI en de uitzendbranche meer gaan samenwerken
en is de scheidslijn tussen publieke jen private arbeidsbemiddeling steeds vager
geworden.
2009 - UWV werkbedrijf
1.4 Arbeidsbemiddeling in de 21e eeuw
Vraaggerichte arbeidsbemiddeling
Bemiddeling waarbij de vacature van een organisatie het vertrek punt is in de
procedure.
Bijvoorbeeld; uitzendbureaus, werving- en selectiebureau, detacheringsbureau en
headhunters.
Aanbodgerichte arbeidsbemiddeling
, Bemiddeling waarbij de kandidaat die zich (her)oriënteert op de arbeidsmarkt het
vertrekpunt is in de procedure.
Bijvoorbeeld; UWV-werkbedrijf, outplacementbureaus, mobiliteitsbureaus en re-
integratiebedrijven.
1.5 Functies binnen de vraaggerichte arbeidsbemiddeling
Meest voorkomende functies binnen de vraaggerichte arbeidsbemiddeling:
Accountmanager (alle vraaggerichte organisaties)
Consultant (werving- en selectie/detachering/headhunter)
(Re)searcher (werving- en selectie/headhunter)
Intercedent (uitzendprganisatie)
1.6 Functies binnen de aanbodgerichte arbeidsbemiddeling
Meest voorkomende functies binnen de aanbodgerichte arbeidsbemiddeling:
Werkcoach (UWV)
Consulent (re-integratie/outplacement)
Jobhunter (re-integratie/ outplacement)
Jobcoach (re-integratie/bekostigd door UWV)
Loopbaanbegeleider (mobiliteit/zzp’er)
1.7 De arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt is abstract, werkgevers maken er hun vacatures op bekend,
waarop werkzoekenden kunnen solliciteren. De prijs voor arbeid uit zich in het
uitbetalen dan wel ontvangen van een salaris.
1.7.1 Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt
Diverse actieve spelers op de arbeidsmarkt:
Werkgevers: Vraagzijde van de arbeidsmarkt, want deze hebben vraag
naar arbeidskrachten. Voor het totale in kaart brengen van de vraagzijde
van de arbeidsmarkt, wordt gekeken naar bezette arbeidsplaatsen en
onbezette arbeidsplaatsen.
Werkzoekenden: Werkzoekenden en de mensen die al werkzaam zijn,
vormen samen de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Zij bieden zich
immers allemaal aan (of hebben zich al aangeboden) aan werkgevers om
te voorzien in de vraag naar arbeid. De aanbodzijde van de arbeidsmarkt
bestaat dus uit de totale beroepsbevolking: alle mensen (werkend en
werkloos) die zich beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt.
Intermediairs: Dienstverlenende instanties die de vraag- en aanbodzijde op
de arbeidsmarkt met elkaar in contact brengen.
Overheid: Streeft naar een gunstige economische situatie, waar voldoende
werkgelegenheid uit voortvloeit. Hierbij werkt de overheid nauw samen
met de sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties.
Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt heeft als doel
het sluiten van overeenkomsten tussen werkgever en werknemer, welke gericht
is op het verrichten van werk. Beide partijen gaan dan een arbeidsverhouding
met elkaar aan.
Arbeidsverhouding = Een overeenkomst tussen werkgever en werknemer die
betrekking heeft op
het verrichten van arbeid.
Alle spelers op de arbeidsmarkt zijn in schema gebracht in figuur 1.1.