2e Ba BMW
Zelfstudie opdracht: Transcriptie
Leermiddelen:
Tekst handboek
Slides
Video-animatie
Doelstellingen:
De student kan het proces van transcriptie beschrijven.
De student kan de functie van de verschillende proteine en enzymes betrokken transcriptie
omschrijven.
De student kan de bijbehorende moleculair genetische terminologie verklaren en gebruiken.
Algemene opdrachten
Geef de definitie van een gen en beschrijf hoe een gen is opgebouwd.
Leg het verschil uit tussen structurele genen en niet-structurele genen.
Geef de drie verschillende stadia gedurende transcriptie en beschrijf.
Vergelijk transcriptie bij prokaryoten en eukaryoten.
Specifieke opdrachten
1. Duid aan met juist of fout: Het enzyme dat instaat voor transcriptie is…
a. ligase
b. DNA polymerase
c. RNA polymerase amino-acyl transferase
2. Transcriptie gebeurt langs de matrijs (‘template’) in de … richting wat resulteert in de vorming
van een mRNA molecule volgens de … richting.
a. 5' - 3'; 5' - 3'
b. 5' - 3'; 3' - 5'
c. 3' - 5'; 5' - 3'
d. 3' - 5'; 3' - 5'
3. Duid aan met juist of fout: Het funtioneel product van een structureel gen is…
a. tRNA
b. mRNA
c. rRNA
d. een polypeptide
4. Duid aan met juist of fout: Uit welke basen is RNA opgebouwd?
1
ZSO 2: Transcriptie