2e Ba BMW
ZSO 2: TRANSCRIPTIE
Leermiddelen:
Diverse leermiddelen zijn terug te vinden op blackboard bij het vak Moleculaire biologie onder
de tab studiemateriaal en omvatten:
Tekst handboek: ‘Transcription text’
Slides: ‘Transcription slides’
Video-animatie: ‘Transcription’
Het aangeboden materiaal dient alvorens de zelfstudieopdracht te maken grondig doorgenomen
te worden.
Doelstellingen:
De student kan het proces van transcriptie beschrijven.
De student kan de functie van de verschillende proteïne en enzymes betrokken
transcriptie omschrijven.
De student kan de bijbehorende moleculair genetische terminologie verklaren en
gebruiken.
Instructie:
Algemene vragen:
Geef de definitie van een gen en beschrijf hoe een gen is opgebouwd
Een gen is gedefinieerd als een georganiseerd unit van DNA sequenties dat de
transcriptie van een DNA segment naar RNA mogelijk maakt. Dat resulteert uiteindelijk
in de vorming van een functioneel product. De genen worden in twee soorten verdeeld :
Een structurele gen en een niet- structurele gen. Een structurele gen is een gen dat nadat
het een transcriptie is ondergaan tot mRNA , getransleerd kan worden tot een
aminozuursequentie van een polypeptide. Na de translatie is het een functioneel
product. De niet –structurele gen gaat enkel een transcriptie ondergaan en geen
translatie. De twee belangrijkste producten van een niet- structurele gen is transfer RNA
( tRNA ) en ribosomal RNA ( rRNA ).
Een gen bestaat uit een specifieke base sequentie dat georganiseerd is op zo’n manier dat
DNA d.m.v. transcriptie omgezet kan worden in RNA.
Leg het verschil uit tussen structurele genen en niet-structurele genen.
Een structurele gen gaat zowel een transcriptie als een translatie ondergaan. Dit leidt
meestal tot een functionele product zoals een eiwit. Het intermediaire product is mRNA
1
ZSO 2: Transcriptie