Training
1. Introductie
Trainen is:
a) Het organiseren van activiteiten die erop gericht zijn
- In functie van de voorbereiding van de training
- In functie van de uitvoering van de training
- In functie van de evaluatie van de training
Doel: ontwikkeling van training
b) …Om bij bepaalde doelgroepen zodanige leerprocessen op te roepen
Afbakening van de doelgroep!
Afstemmen op de kenmerken van die groep
Wie is hier met welk doel?
c) ….Dat vooraf beoogde resultaten op het gebied van kennis, vaardigheden of houdingen worden
bereikt
Altijd doelgericht: dus niet zo maar
Concreet geformuleerde leerdoelen zijn noodzakelijk
Altijd SMART geformuleerd
- Specifiek = Is de doelstelling eenduidig?
- Meetbaar = Onder welke voorwaarden of vorm is het doel bereikt?
- Acceptabel = Zijn deze doelen acceptabel voor de doelgroep en/of het management?
- Realistisch = Is het doel haalbaar?
- Tijdsgebonden = Wanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?
Belangrijke succesfactoren
1. Leerdoelen concreet formuleren
2. Aansluiten bij de deelnemers
3. Geschikte didactische werkvormen kiezen
4. Regisseren van de randvoorwaarden
5. Trainer = ‘eigen instrument’
=> Binnen het geheel vd organisatiecontext
, 1.1. Organisatiecontext
Trainen = steeds verbonden aan werkomgeving
‘we trainen niet voor niets’
Belang van transfer naar werkomgeving: doen!
- Zo goed mogelijk proberen doen
- Opbouwen van het trainingstraject
- Zoveel mogelijk kansen bieden
1.2. Leerdoelen
Centraal in het ganse geheel
Focus op het resultaatgerichte
Zijn noodzakelijk om tot effectief opleiden te komen
‘met stip op één’ in functie van succesvolle training
1.3. Deelnemers
Overbruggen van begin- naar eindniveau
Focus op kennis, inzichten en vaardigheden
Ken het beginniveau van de trainees
Ken het profiel van de trainees: Verwachtingen, Leerstijlen, Groepsontwikkeling
1.4. Didactische werkvormen
= basisgereedschap van de trainer
Verschillende vormen: interactief doceren, instrueren, rollenspel, werken met subgroepen, ...
Zorgen voor succes van je training
1.5. Hulpmiddelen en randvoorwaarden
= Noodzakelijk om van een geslaagde training te kunnen spreken
Zorg dat het smooth verloopt
Beperk ‘moeilijkheden’ tot een minimum
1.6. Trainer
= succesfactor