Statistiek: semester 1
Beschrijvende
statistiek
Door Emely Gerard
1BA Psychologie
2020-2021
, Meetschalen
Variabel = heeft verschillende waarden
Variabel begrip = concept dat we willen bestuderen
Operationaliseren = iets meten aan de hand van een andere test
o Variabele geoperationaliseerd variabel begrip
Meetwaarden kunnen zowel cijfers als categorieën zijn
Coderen = verzameltabel omzetten naar data-matrix (reductietechniek)
Twee soorten variabelen
Continue variabelen = kan alle mogelijke Discrete variabelen =
waarden aannemen (tussen twee verschillend duidelijk
meetwaarden zijn nog alle tussenliggende afgescheiden meetwaarden
meetwaarden mogelijk bv 172,1) (bv jongen <--> meisje)
Partitie equivalentieklassen
Orderelatie = verzameling van objecten wordt opgedeeld in verschillende deelgroepen die
allemaal een eigen meetwaarde zouden krijgen
Meetniveau ’s
Nominale schaal = objecten indelen in categorieën
o Bv man – vrouw
Ordinale schaal = objecten ordenen volgens variabel begrip (er is een hiërarchie
aanwezig)
o Bv scores op een test van de hele klas, geslaagd – niet geslaagd
(geslaagd is een beter resultaat dan niet geslaagd)
Interval schaal = bovenop de ordening is er een vaste meeteenheid aanwezig, de
afstand tussen waarnemingen heeft een vaste betekenis
o Bv temperatuur
Ratio schaal = heeft een absoluut nulpunt, je kan niet onder nul gaan (eigenschap
afwezig)
o Bv leeftijd, lengte (lengte = 0 cm – heeft geen lengte)
Nominaal & ordinaal = kwalitatieve variabelen (~categorische variabelen)
Interval & ratio = kwantitatieve variabelen
Optimale meetprocedure = zo hoog mogelijk meetniveau nastreven
Hoofdstuk 1: kijken naar data
1.1 Weergeven van verdelingen met grafieken
Grafische voorstellingen:
o Categorische variabelen (nom & ord)
Kolomdiagram (histogram), staafdiagram, strookdiagram, taartdiagram,
lijndiagram en pictogram
o Kwantitatieve variabelen (int & ratio)
Histogram, staafdiagram, frequentieveelhoek en cumulatief histogram
Pagina | 1
Beschrijvende
statistiek
Door Emely Gerard
1BA Psychologie
2020-2021
, Meetschalen
Variabel = heeft verschillende waarden
Variabel begrip = concept dat we willen bestuderen
Operationaliseren = iets meten aan de hand van een andere test
o Variabele geoperationaliseerd variabel begrip
Meetwaarden kunnen zowel cijfers als categorieën zijn
Coderen = verzameltabel omzetten naar data-matrix (reductietechniek)
Twee soorten variabelen
Continue variabelen = kan alle mogelijke Discrete variabelen =
waarden aannemen (tussen twee verschillend duidelijk
meetwaarden zijn nog alle tussenliggende afgescheiden meetwaarden
meetwaarden mogelijk bv 172,1) (bv jongen <--> meisje)
Partitie equivalentieklassen
Orderelatie = verzameling van objecten wordt opgedeeld in verschillende deelgroepen die
allemaal een eigen meetwaarde zouden krijgen
Meetniveau ’s
Nominale schaal = objecten indelen in categorieën
o Bv man – vrouw
Ordinale schaal = objecten ordenen volgens variabel begrip (er is een hiërarchie
aanwezig)
o Bv scores op een test van de hele klas, geslaagd – niet geslaagd
(geslaagd is een beter resultaat dan niet geslaagd)
Interval schaal = bovenop de ordening is er een vaste meeteenheid aanwezig, de
afstand tussen waarnemingen heeft een vaste betekenis
o Bv temperatuur
Ratio schaal = heeft een absoluut nulpunt, je kan niet onder nul gaan (eigenschap
afwezig)
o Bv leeftijd, lengte (lengte = 0 cm – heeft geen lengte)
Nominaal & ordinaal = kwalitatieve variabelen (~categorische variabelen)
Interval & ratio = kwantitatieve variabelen
Optimale meetprocedure = zo hoog mogelijk meetniveau nastreven
Hoofdstuk 1: kijken naar data
1.1 Weergeven van verdelingen met grafieken
Grafische voorstellingen:
o Categorische variabelen (nom & ord)
Kolomdiagram (histogram), staafdiagram, strookdiagram, taartdiagram,
lijndiagram en pictogram
o Kwantitatieve variabelen (int & ratio)
Histogram, staafdiagram, frequentieveelhoek en cumulatief histogram
Pagina | 1