Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Notes de cours

Collegedictaten propedeuse staatsrecht

Note
-
Vendu
2
Pages
40
Publié le
06-01-2015
Écrit en
2013/2014

Hele goede en uitgebreide collegedictaten staatsrecht B1.

Établissement
Cours










Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
6 janvier 2015
Nombre de pages
40
Écrit en
2013/2014
Type
Notes de cours
Professeur(s)
Bovend'eert
Contient
Toutes les classes

Sujets

Aperçu du contenu

Collegedictaten Staatsrecht

HC1 Wat is Staatsrecht, wat zijn de bronnen van het Staatsrecht en waar kan je deze vinden?
-Staatsrecht: recht van de staat
-Staat: grondgebied met grenzen, bevolking, overheid
-Dwanggemeenschap: overheid voert gezag uit over de bevolking, je maakt deel uit van de
dwanggemeenschap door geboorte, je kan je niet onttrekken.
-Overheidsgezag raakt elke gedraging
-Overheid heeft geweldsmonopolie
-Overheid moet veel gezag hebben (en uitvoeren)

Wat is de staat in het staatsrecht?
De staat is een ambtenorganisatie in staatsrecht.
-In Privaatrecht is de staat rechtspersoon
-In Volkenrecht/Internationaal recht is de staat een rechtsobject (staat sluit verdrag met een andere
staat)

Welke functies heeft het staatsrecht (voor ambtenorganisaties)?
1. Constitutioneren: overheidsinstellingen instellen
-Belangrijkste overheidsinstellingen worden ingericht (door de Grondwet)
2. Attribueren: bevoegdheden toekennen
-Bv. Artikel 45 grondwet: ministers hebben ministerraad en bevoegdheid algemene richtlijnen te
bepalen
3. Reguleren: van bevoegdheden = onderlinge verhoudingen regelen
-Dit om macht ambten te beperken
(4. Legitimatie: erkenning en aanvaarding door de burgers (van het gezag))
-Legitimatie waarborgen kan niet door staatsrecht, dit wordt namelijk beïnvloedt door andere
factoren, staatsrecht bevordert legitimatie wel.

-Legitimatie: wordt niet gewaarborgd door Staatsrecht, maar beïnvloedt door andere factoren:
* Democratie: werkt legitimerend (immers gekozen door eigen volk, verantwoording regering jegens
parlement)
*Zorgvuldige procedures/rechtspraak
*Integriteit ambten: gedragcodes (onpartijdig/onafhankelijk/etc.)

Heeft een kabinet vaste meerderheid nodig in de eerste kamer?
!Politiek- en staatsrechtelijk perspectief moet gescheiden blijven!
e e e
!In dit stelsel moet de 1 en de 2 kamer niet dezelfde posities toegekend worden. Vaste coalitie in de 2 kamer
voldoet voor het kabinet.
e e
De 2 en 1 kamer hebben een verschillende positie
e
2 kamer ligt het primaat (direct gekozen)
e
1 kamer heeft terughoudende positie en beperkte bevoegdheden
Hoorcollege 2 12-09-2013 Rechtsbronnen

Vorige week: functies staatsrecht. Het voorbeeld genomen van het twee kamer stelsel. Kabinet Rutte
had moeite met duidelijke keuze. Politiek komt zeker in tentamenvragen.

Vandaag: Rechtsbronnen en uitgangspunten.

Waar vinden we de rechtsbronnen van het staatsrecht?

1.Formele constitutie

,  Treft men aan in de basiswet van de staatsorganisatie. De Grondwet van het koninkrijk der
Nederlanden. Regelt de hoofdlijnen van de staatsorganisatie en een apart hoofdstuk
grondrecht. Alle moderne Westerse staten hebben zo’n basiswet, behalve het Verenigd
Koninkrijk.
 Hogere status dan andere wetten. Alle andere lagere regelingen dienen in overeenstemming
te zijn met de basiswet.
 Tot stand komingsprocedure is zwaarder.
 2 lezingen, 2 behandelingen.
 Eerste behandeling is als een gewone wet. Wetsvoorstel gemaakt, ingediend bij 2e
kamer, 1e kamer, wet bekrachtigd.
 Tweede behandeling (Art. 137 Gw). Gekwalificeerde meerderheidseis. Twee derde
meerderheid is vereist.
 Grondewetsvoorzieningen worden meestal gekoppeld aan de Tweede Kamerverkiezingen. In
de praktijk stelt het dus niet zoveel voor.
 Huidige Grondwet: 1983. 1814: vestiging eenheidsstaat in Nederland na de Franse periode.
Die grondwet is de basis geworden voor de huidige grondwet.

De Grondwet in Nederland

 Nuchtere Grondwet. Het is geen ideologische of principiële Grondwet. (NB: Duitse grondwet
is bijvoorbeeld wel ideologisch. Zie de sheets op Blackboard. Art. 20 grundgesetz)
 De Constitution of the United States is ook heel sterk ideologisch getint. Evenals de Franse
constitutie.
 Nederland kent geen preambule bij de Grondwet, noch ideologische uitgangspunten. Slechts
een droge opsomming. Is het nodig dat wij wel een preambule realiseren in onze Grondwet?
Juridisch gezien niet. Al is het soms wel zo dat rechters aan een preambule rechten ontlenen.
Er is een burgerforum geweest over de preambule en er was discussie in de Tweede Kamer.
 In de commissie is toen gezegd: ‘ja, het is nuttig, want zo krijgt de Grondwet een sterkere
functie voor de bevolking . Goed voor het historisch besef. Het geeft inspiratie en houvast’.
 Hoe komt het dat de grondwet in Nederland relatief weinig betekenis heeft?  hangt af van
de toetsingsmogelijkheden: in hoeverre kan je je als burger beroepen op de Grondwet?
Je kunt als burger een beroep doen op de grondrecht. MAAR er is één belangrijke bepaling.
Art. 120 Gw; die die toetsingsmogelijkheid beperkt. Beperkt de functie die een Grondwet kan
hebben in een staatsbestel.
 Grondwet biedt een ‘open rechtssysteem’. Grondwet bevat hoofdzakelijk vage, open
normen. Art. 42 lid 2. Gw. Wat is onschendbaar? Jegens wie zijn de ministers
verantwoordelijk? Jegens het parlement. Open en vage normen die ruimte bieden voor
veranderingen. Art. 64. Geeft niet aan wanneer het parlement ontbonden mag worden.
Anders dan bijvoorbeeld de Duitse grondwet.
 Hoe vinden we dan toch aanknopingspunten?
A: In het systeem van de Grondwet.
B: Kijken naar de toelichting en de praktijk van die Grondwetsbepalingen.
 Er is in Nederland geen hoogste instantie die de Grondwet uiteindelijk uitlegt. Die bepaalt
wat de Grondwet uiteindelijk betekent. Dat zou de rechter kunnen zijn, maar dat is Art. 120
Gw niet het geval. Zodoende ontstaat de bijzondere situatie dat de wetgever zelf bepaalt of

, de wet grondwettig is. Dat komt omdat een niet-democratisch gekozen rechter nooit het
laatste woord mag hebben. Dat is de Nederlandse redenering achter het toetsingsverbod. In
een democratie beslist de meerderheid, maar waar zijn de rechten van de minderheid? Je
dient in een democratie ook rekening te houden met minderheden.

2.Materiële constitutie

 Waar is inhoudelijk de staatsorganisatie geregeld? Niet alleen in de Grondwet, maar ook in
vele andere regelingen.
 Wetten (gewone wetten) inzake de hoofdlijnen van de staatsorganisatie.
Bijvoorbeeld de gemeentewet en de provinciewet. Art. 112 e.v. bevatten bepalingen
over de rechtspraak. Daar staan slechts hoofdzaken in. Belangrijke wet is de wet op
de rechterlijke organisatie ofwel de wet Ro. Maar ook de kieswet is een belangrijke
regeling in de materiële constitutie. Dit soort wetten zijn organieke wetten. Ze
stellen ambten in en kennen namelijk bevoegdheden toe aan ambten en regelen de
onderlinge verhoudingen.
 Andere organieke regelingen: het reglement van orde van de Tweede Kamer, van de
Eerste Kamer, van de ministerraad. Niet bij wet tot stand gekomen, maar bij besluit
van de kamer tot stand gekomen. Een wet is namelijk een besluit van regering en
Staten-Generaal gezamenlijk.
 Het statuut van het koninkrijk: Het samenwerkingsverband tussen Nederland en de
caribische delen van het koninkrijk. Curaçao, Bonaire, Aruba, St. Eustatius en Saba.
Daar geldt een aparte Grondwet. Dat maakt het complex. Zo heeft Nederland nu een
vulkaan en is de officiële geldeenheid ook de US dollar. Staat eigenlijk boven de
Grondwet.
 Europees recht: Europese verdragen en verordeningen en Europese richtlijnen. Dat
wat in het kader van de Europese Unie tot stand komt. Kunnen ook ambten instellen,
bevoegdheden toekennen en overheidsverhoudingen reguleren. Kan deel uitmaken
van onze materiële constitutie. Hoger dan nationaal recht. Uitgewerkt in 2 arresten:
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap: Costa Enel. Van Gend en Loos.
KLASSIEKERS! Waarin het hof heeft gezegd 1) EU-recht maakt deel uit van het
nationale recht. 2) Het heeft voorrang op het nationale recht. D.w.z. dat het
nationale recht niet in strijd mag zijn met het Europese recht. Dit instrument is nodig
om één Europese Unie te creëren.
 ‘Gewone’ Internationale verdragen: Goed onderscheiden van Europees recht! VN-
verdragen die tussen 120 lidstaten gesloten zijn. Verdragen in het kader van de raad
v. Europa. Die kunnen ook deel uitmaken van de materiële constitutie. Het gaat hier
met name om mensenrechtenverdragen. EVRM. Onze wettelijke voorschriften
dienen in overeenstemming te zijn met die verdragen. Art. 93/94 Gw bepalen de
status van die verdragen.
 Jurisprudentie: rechterlijke uitspraken. Die kunnen zo’n belangrijk onderdeel zijn.
APV Tilburg. 1951 (toen was het nog Politie). Gaat over hoe je de vrijheid van
drukpers moet uitleggen. Art. 75 Gw.
 Ander ongeschreven recht: Met name ongeschreven recht van regering en Staten-
Generaal. Niet in de vorm van een wet.
€4,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
RosanneKuiper Radboud Universiteit Nijmegen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
32
Membre depuis
11 année
Nombre de followers
21
Documents
19
Dernière vente
2 année de cela

2,7

9 revues

5
2
4
0
3
2
2
3
1
2

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions