Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 31 pages
Resume

Samenvatting Begrippenlijst Moleculaire Genetica | KU Leuven | 2023/24

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 31 pages

Begrippenlijst voor Moleculaire Genetica aan KU Leuven, met definities en uitleg van kernconcepten uit de verschillende hoofdstukken. De lijst behandelt oa celproliferatie, chromosoomstructuur, mitose, meiose, chromatine, telomeren, centromeren en mitochrondriale genetica. Onmisbaar voor examenvoorbereiding: alle relevante termen zijn kort en duidelijk verklaard, wat veel tijd bespaart bij het leren van dit complexe onderwerp. Direct geslaagd in eerste zit.

Aperçu du contenu

Begrippenlijst
H2: fundamentals of cells and chromosomes
 Celproliferatie: afwisseling v celdeling & celgroei
 Symmetrische celdeling: dochtercellen =
 Asymmetrische celdeling: dochtercellen ≠ (bv. ≠ grootte +/- functie)
 Celcortex: cytoskelet onder plasmamembraan
-> eig: - rijk aan actine-filamenten
- biedt mechanische ondersteuning aan cel
- kan snel opnieuw worden gemodelleerd
-G-> gecontroleerde veranderingen id celvorm mogelijk (bv endocytose)
- vergemakkelijken celbeweging door vorming filopodia & lamellipodia
 Primair cilium: bevat receptormolec
Fungeren als sensor voor micro-omgeving vd cel (cel-cel-communicatie)
 Fagocytose: absorptie van vaste voorwerpen
 Pinocytose: absorptie van VL
 Nuclear matrix: prot.netwerk waar chromosome aan vastgehecht ku w
 Chromosomen: DNA id nucleus
 mtDNA: DNA id mitochondria
 Genoom: collectie v ≠ DNA moleculen in een eukaryote cel
=> chromosomaal + mitochondriaal DNA
 Endomitose: verdubbeling v DNA zonder celdeling
 Syncytium: cel met meerdere celkernen
 Polyploïdie: meerdere sets v chromosomen
 Nulliploïde somatische cellen: erythrocyten, bloedplaatjes, mature keratinocyten(huidcellen)
 Euploïde cel: normaal aant chromosomen voor dat celtype
 Aneuploïde cel: abnormaal aant chromosomen voor dat celtype
 Mitose: nucleaire divisie
 Cytokinese: celdeling
 Cohesine complex: moleculaire lijm tssn gerepliceerd DNA
 MCC : mitotic checkpoint complex
 APC/C : Anaphase promoting Complex/Cyclosome

5 stadia gedurende profase meiose 1
 Leptoteen: - condensatie DNA
- maar ongepaard
- dsDNA breuken (DSB)
 Zygoteen: - paring v homologen tot bivalenten
- synapsis dmv synaptonemaal complex
- herstel v DSB bezig
 Pachyteen: - synapsis complete
- crossing-over
- vorming chiasmata
 Diploteen: - gedeeltelijke separatie
- bij elkaar gehouden door chiasmata
 Diakinese: condensatie en transitie tot metafase I
 Independent assortment: onafh sortering
 Nucleosomen: eenheid v chromatine

, Begrippenlijst
 Solenoïde: nucleosomen die verder gecondenseert zijn in chromatine fiber
 Heteroplasmie: ≠ typen v mtDNA binnen enkele cel/individu
 Homoplasmie: = typen v mtDNA binnen enkele cel/individu
 Euchromatine: - chromatine in uitgestrekte, minder gecondenseerde staat (in interfase)
- kleurt diffuus/bleek
- zwakke bd v H1
- acetylering vd histonprot in nucleosomen
- niet uniform: meer/minder condens
- genen ku wel/niet tot expressie komen

 Heterochromatine: - chromatine in sterk gecondenseerde staat doorheen interfase
- kleurt donker
- sterke bd van H1
- genen komen typisch niet tot expressie
- geconcentreerd in bepaalde loci

 Constitutief: permanent irreversibel gecondenseerd
Gen-arm & sterk repetitief DNA (bv. centromeren, telomeren, regio’s v chr Y)
 Facultatief: gecondenseerd, maar reversibel
Kan genrijk zijn
(bv. geïnactiveerde X-chromosoom bij vrouwen; XY lichaam bij mannelijke meiose)
 Centromeer: - smalste deel vh chromosoom & gebied waar microtubuli zich hechten
- plaats waar kinetochore gevormd w
-> duidelijkst in metafase
 Replicatie-oorsprong: bep DNA-sequenties langs elk chromosoom waarop DNA-replicatie
kan w gestart
 Telomeren: - uiteinden v lineaire chromosomen met een gespecialiseerde structuur om te
voorkomen dat het DNA w afgebroken door nucleasen of gaat recombineren,
fuseren met andere chromosomen
- belangrijk voor behouden structurele integriteit
(voorkomt instabiliteit v uiteinden,degradatie
& fusie met uiteinden v gebroken chromosomen)
- nodig voor volledige replicatie v chromosoomuiteinde
- sommige cellen: interactie met kernenveloppe,
dus betrokken bij positionering v chromosomen id kern
- in: - kiemcellen - stamcellen
- embryonale cellen - kankercellen
- TTAGGG
 Constitutieve prot: prot die permanent geassocieerd zijn met centromeer (zelfs tijdens interfase)
 Facultatieve prot: prot die alleen tijdens mitose w gerekruteerd om de volledige kinetochoor te
assembleren

 Kinetochoren: - regelen assemblage & demontage vd aangesloten microtubules
- sturen chromosoombeweging




2

, Begrippenlijst
 Centromeer DNA: α-satelliet of alfoïd DNA aan normale humane chromosomen
 Pseudo-dicentrische chromosomen: gefusioneerde chromosomen
-> 1 alfoid locus met centromeer functie ontstaan
-> andere verliest functie
 Neo-centromeren: nieuw gecreëerd centromeer

 ORI: - origines v DNA-replicatie
- DNA-sequentie in cis waar proteïnen binden ter voorbereiding van DNA replicatie
 ARS: bdsplaats in ORI v S.cerevisiae
 ORC: multi-prot origine van replicatie complex
 Quadruplexen : vierstrengige DNA-structuur bij mammalia met Hoogsteen-bd tssn de guanines




3

, Begrippenlijst
H5: patterns of inheritance

▪ Gen: - (Co-)determinant van een kenmerk/fenotype dat overgeërfd w
- functionele eenheid van DNA
▪ Locus: unieke chromosomale locatie, dewelke de positie ve gen of DNA sequentie aangeeft

▪ Allelen: alternatieve versies ve gen of locus (bv allelen: A (dom) en a (recessief))

▪ Genotype: genetische samenstelling of de lijst v allelen op 1 bepaalde locus/aant loci ve individu
Homozygoot-heterozygoot-hemizygoot
-> op plaatsen waar geen homoloog aanwezig is
(bv. X-chromosoom man)

▪ Fenotype/karakter/kenm: - waargenomen eig bij een organisme
- combi van ≠ genen/genotypes

▪ Dichotoom kenmerk: heb je of heb je niet (vb. extra teen)
-> onderliggende loci: susceptibility genes
= gen(variant) die susceptibiliteit/vatbaarheid voor fenotype beïnvloedt

▪ Continu of kwantitatief kenmerk: bv lengte, spierkracht, longinhoud
-> onderliggende loci: QTLs: quantitative trait loci
= locus/gen(variant) die bijdraagt tot fenotype v continu/kwantitatief karakter

▪ Complex kenmerk: kenm die resultaat zijn vd interactie tssn meerdere genen & omgevingsfactoren

▪ Monogeen/mendeliaans kenmerk: kenmerk waarvan aanwezigheid/afwezigheid/specifieke aard
W bep door genetische variatie op 1 enkele DNA locus
▪ Probant/propositus/proposita: individu dat voor het eerste maal ter attentie komt ve klinisch
geneticus

▪ Autosomaal dominant:




4

Infos sur le Document

Publié le
31 juillet 2026
Nombre de pages
31
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
€5,96

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
6
Abonnés
0
Éléments
17
Dernière vente
1 semaine de cela


Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions