Inleiding
Anti-essentialisme
Anti-essentialisme is het idee dat dingen geen vaste, eeuwige kern of essentie
hebben.
Bijvoorbeeld:
Sommige filosofen denken dat er één echte definitie bestaat van “kunst”,
“religie” of “filosofie”.
Anti-essentialisten zeggen: zulke dingen hebben niet één vaste betekenis,
maar kunnen op verschillende manieren begrepen worden.
Filosofie volgens anti-essentialisme
De vraag “Wat is filosofie?” heeft geen definitief antwoord.
Waarom niet?
Filosofie gaat over veel verschillende domeinen: taal, waarheid, kennis,
moraal, wetenschap, religie …
Filosofie is dus niet één duidelijk afgebakend ding.
Er bestaat geen “essentie” van filosofie.
Wittgenstein en taalfilosofie
Ludwig Wittgenstein was een belangrijke filosoof van de 20e eeuw. Hij hield zich
vooral bezig met taalfilosofie: nadenken over taal en betekenis.
Waarom was taal zo belangrijk?
Wittgenstein vroeg zich af: hoe krijgen woorden
betekenis?
Waarom zijn sommige klanken geen willekeurige
geluiden, maar betekenisvolle woorden?
Hoe begrijpen mensen elkaar?
Wat maakt een uitspraak waar of onwaar?
Wanneer je iemand hoort spreken, hoor je niet zomaar klanken, je begrijpt
meteen woorden en zinnen. Wittgenstein wilde begrijpen hoe betekenis ontstaat.
Twee ideeën van Wittgenstein over taal
1
,Wittgenstein ontwikkelde in zijn leven twee verschillende theorieën.
1. Eerste theorie: taal als afbeelding van de werkelijkheid
In zijn boek Tractatus Logico-Philosophicus zegt hij: een zin heeft betekenis
als ze de werkelijkheid afbeeldt.
Taal werkt als een soort foto van wat er gebeurt.
Voorbeeld: “De kat zit op de stoel.”
Deze zin is betekenisvol omdat hij een situatie in de werkelijkheid
beschrijft.
2. Tweede theorie: betekenis hangt af van gebruik
Later veranderde Wittgenstein van mening.
In Philosophical Investigations zegt hij: woorden krijgen betekenis door hoe
mensen ze gebruiken.
De context is belangrijk.
Voorbeeld: het woord “spel” kan veel betekenen: voetbal, schaak,
videogames, kinderspel
Er is geen vaste essentie van “spel”. De betekenis hangt af van het
gebruik.
Dit past goed bij anti-essentialisme.
Filosofie als ziekte
Wittgenstein vond dat filosofie soms problemen creëert die eigenlijk ontstaan
door verkeerd taalgebruik.
Hij dacht:
Filosofen gebruiken woorden vaak op een verwarrende manier.
Daardoor ontstaan ingewikkelde filosofische problemen.
Filosofie moet die verwarring oplossen.
Dus: filosofie is niet alleen problemen maken, maar ook genezen.
Wittgenstein en modernisme
Wittgenstein leefde in een tijd van grote verandering.
Na de Eerste Wereldoorlog wilden veel kunstenaars en denkers opnieuw
beginnen.
Dat heet modernisme.
Modernisten wilden: breken met oude ideeën, iets nieuws creëren, opnieuw
nadenken over kunst, taal en waarheid
Bijvoorbeeld de dichter Paul van Ostaijen wilde ook een nieuw begin maken in
poëzie.
2
, Kort samengevat
Anti-essentialisme betekent: dingen hebben geen vaste essentie.
Betekenis hangt af van context en gebruik.
Wittgenstein: onderzocht taal en betekenis, veranderde later van theorie,
zag filosofische problemen als taalproblemen en paste goed binnen het
modernistische verlangen naar een nieuw begin.
1: Een man van extremen
Wittgenstein was een van de belangrijkste filosofen van de 20e eeuw. Hij stond
bekend als een geniale maar extreme persoonlijkheid.
Afkomst: rijke familie in Wenen
Wittgenstein werd geboren in Vienna in een zeer rijke familie.
Zijn vader was een succesvolle staalindustrieel en kunstliefhebber.
De familie kende veel beroemde kunstenaars.
Bijvoorbeeld:
Gustav Klimt schilderde een portret van zijn zus Margarete.
De familie had contact met componisten en kunstenaars.
Maar ondanks hun rijkdom was het gezin ook erg problematisch.
Familieproblemen
Wittgenstein had meerdere broers.
Drie broers pleegden zelfmoord.
Zijn broer Paul Wittgenstein verloor een arm in de Eerste Wereldoorlog.
Omdat de familie rijk was, kon Paul beroemde componisten betalen om muziek
voor één hand te schrijven.
Veel beroepen: “twaalf stielen, dertien ongelukken”
Wittgenstein deed veel verschillende dingen in zijn leven.
Hij was onder andere: filosoof, ingenieur, architect, leraar en kunstenaar
Hij studeerde eerst techniek in Berlin en later luchtvaarttechniek in
Manchester.
Tijdens zijn technische studies begon hij zich vragen te stellen over
wiskunde en logica.
Zo kwam hij in contact met filosofie.
3