Inleiding
Hebben dieren een geest? Kunnen ze denken?
De centrale vraag is: hebben dieren mentale toestanden zoals gedachten,
gevoelens, herinneringen en verwachtingen?
Bij mensen is dat vanzelfsprekend.
Maar bij dieren is dat minder duidelijk.
De psychologie heeft hier lange tijd weinig aandacht aan besteed.
Toch is dit een belangrijke vraag, want:
Wie mentale toestanden heeft, krijgt vaak ook morele rechten.
Als dieren kunnen denken en voelen, moeten we ze misschien anders
behandelen.
Morele rechten en dieren
Er is een nauwe band tussen:
Het hebben van een geest
Het hebben van morele rechten
Bijvoorbeeld:
Honden behandelen we vaak beter dan insecten.
Mensen krijgen meer rechten dan dieren.
Maar waarom maken we dat onderscheid? Is dat terecht? Als dieren kunnen
denken en voelen, moeten ze dan ook rechten krijgen?
Dat is wat hier “op het spel staat”.
Jacques Vaucanson en de mechanische eend (1739)
In 1739 bouwde Jacques Vaucanson een beroemde machine: de Canard
digérateur.
Wat kon die eend?
Fladderen
Waggelen
Eten
En zelfs “poepen”
Het leek alsof de eend echt voedsel verteerde.
Later bleek dat dit bedrog was: het was een slim mechanisch trucje.
1
,Wat wilde Vaucanson hiermee tonen?
De mechanische eend paste in een groter idee van die tijd: het mechanische
wereldbeeld
Tijdens de wetenschappelijke revolutie ontstond het idee dat:
De natuur werkt als een machine
Alles mechanisch verklaard kan worden
Volgens dit idee zijn dieren eigenlijk complexe machines.
Dieren als machines: Descartes
De filosoof René Descartes beweerde dat:
Dieren géén geest hebben
Ze geen echte gedachten of bewustzijn hebben
Ze puur mechanisch reageren
Volgens hem:
Mensen hebben een lichaam én een immateriële
geest
Dieren hebben alleen een lichaam
Het grote verschil zou liggen in:
Taal
Intelligentie
Volgens Descartes zijn die uniek menselijk.
Wat is het probleem vandaag?
300 jaar later vragen we ons af:
Hebben dieren echt geen bewustzijn?
Hebben ze geen intelligentie?
Geen emoties?
Geen herinneringen?
Veel moderne wetenschappers denken dat sommige dieren wél mentale
vermogens hebben.
Er zijn twee bezwaren tegen het idee dat dieren denken.
1. Antropomorfisme: we projecteren menselijke gevoelens op dieren.
2. Probleem van andere geesten: we kunnen nooit zeker weten wat er in het
hoofd van een ander (mens of dier) omgaat.
2
, 4.1: Een bruut onder de dieren
Zijn dieren machines?
Geen nood aan mysterieuze zielen
In de middeleeuwen (scholastiek) probeerden denkers het christendom te
combineren met het denken van Aristoteles.
Zij verklaarden gedrag door verschillende “zielen”:
Vegetatieve ziel → groei, voeding (ook bij planten)
Sensitieve ziel → waarnemen, bewegen (bij dieren)
Appetitieve ziel → verlangens, driften
Rationele ziel → denken en spreken (alleen bij mensen)
Gedrag werd dus verklaard door zulke “vermogens”.
Descartes: dieren als machines
René Descartes verzette zich tegen die mysterieuze zielen.
Hij dacht:
We hebben geen onzichtbare “zielen” nodig om dierlijk gedrag te
verklaren.
Veel gedrag kan mechanisch verklaard worden.
Daarom zei hij dat dieren machines zijn. Maar wat bedoelde hij precies?
Twee mogelijke interpretaties
Strenge interpretatie
Dieren hebben helemaal geen mentale toestanden.
Dus:
Geen pijn
Geen emoties
Geen verlangens
Geen herinneringen
Dit is de harde versie, die veel morele verontwaardiging veroorzaakte.
Mildere interpretatie
Dieren hebben wél: emoties, waarnemingen, verbeelding, aandacht en
geheugen
Maar volgens Descartes zijn die volledig mechanisch verklaarbaar via de
hersenen.
Hij was dus deels een fysicalist (alles via het lichaam verklaarbaar).
3