1: Inleiding
Justin E.H. Smith — rol en taak van filosofie
Wat onderzoekt Smith?
Justin E.H. Smith probeert te begrijpen: Wat doet een
filosoof eigenlijk in de samenleving? Welke soorten
filosofen bestaan er?
Hij beschrijft in zijn werk (in 6 hoofdstukken) verschillende
types filosofen.
Twee belangrijke types filosofen volgens Smith
1. De “steekvlieg” (zoals Socrates)
Filosofen die irriteren en uitdagen.
Ze stellen lastige vragen.
Ze maken mensen onzeker over wat ze denken te weten.
Ze “prikken” in vanzelfsprekende ideeën.
Doel: mensen wakker schudden.
2. De curiosus (nieuwsgierige onderzoeker)
Voorbeeld: René Descartes
Gedreven door nieuwsgierigheid.
Wil alles onderzoeken.
Houdt zich bezig met veel domeinen tegelijk.
Descartes schreef bijvoorbeeld over: ontwikkeling van de foetus, mythologie,
wiskunde, fysica, biologie etc.
Filosofie = zoeken naar kennis over alles.
1
, Descartes en de wetenschappelijke revolutie
Nieuwe tijd, nieuwe horizon
Descartes leefde tijdens de wetenschappelijke revolutie (17e eeuw).
In die periode:
Wetenschap ontwikkelde zich enorm snel
Nieuwe experimenten en ontdekkingen
Veel meer zekerheid dan in de filosofie
Descartes vroeg zich af: Waarom lijkt wetenschap zo zeker en filosofie niet?
Hij wilde filosofie even betrouwbaar maken als wetenschap.
Bekende uitspraak van Descartes
Uit Discours de la Méthode:
“Je kan niets zo vreemd bedenken of een filosoof heeft het ooit gezegd.”
Betekenis:
Filosofen hebben doorheen de geschiedenis de vreemdste ideeën gehad
Je moet dus kritisch nadenken
Niet alles geloven omdat een autoriteit het zegt
Waarom Descartes naar Nederland ging
Nederland = vrij denken
Descartes verhuisde naar Nederland omdat er meer vrijheid van denken en
minder controle van de kerk was.
Hij had radicale ideeën + wilde een volledig nieuw begin maken in filosofie
Hij probeerde soms zijn werk te censureren om problemen met de kerk te
vermijden.
Later werd hij uitgenodigd door de koningin van Zweden, ging naar
Stockholm, kreeg longontsteking en stierf daar.
Ironisch: zijn botten en schedel werden later een soort
verzamelobject, terwijl hij zelf vond dat ‘het lichaam’ niet zo
belangrijk is. (= dualisme)
2
, Descartes’ belangrijkste idee: dualisme
Geest vs lichaam
Descartes is een dualist.
Geest (denken): belangrijkste deel van wie we zijn, bewustzijn, ziel en
identiteit.
Lichaam: een soort machine, werkt mechanisch en minder belangrijk
Volgens hem bestuurt de geest het lichaam.
Overgang: middeleeuwse → moderne filosofie
Descartes leeft in een overgangsperiode.
Middeleeuwse filosofie = scholastiek
Dat was een mix van Christelijk geloof + ideeën van Aristoteles (2 kanten)
Daarvoor was ook Plato belangrijk: twee werelden (aardse wereld + hogere
wereld)
→ Paste goed bij christendom
Maar Descartes vond:
Discussies van scholastici gingen nergens heen
Wetenschap maakte echte vooruitgang
Daarom wilde hij een compleet nieuwe basis voor kennis.
Centrale vraag van Descartes: hoe weten we iets zeker?
Dit is zijn kennisleer (epistemologie).
Hij vraagt: Hoe weet ik dat wat ik weet echt waar is?
Zijn antwoord: je moet alles in twijfel trekken, zelfs wat vanzelfsprekend
lijkt, zelfs wiskunde, alleen absolute zekerheid mag blijven
Dit heet: radicale twijfel
Daarna probeert hij kennis opnieuw op te bouwen vanaf zekere basis.
3