vermogensrecht en erfrecht
2025-2026
KU-Leuven prof. Verbeke
1
,OEF 1
Simon en Sandra leren elkaar kennen op een datingavond voor veertigplussers. Ze kunnen het
al snel goed met elkaar vinden en niet veel later volgt een huwelijk. Simon brengt bij
huwelijksovereenkomst zijn woning in het gemeenschappelijk vermogen in, zodat ook Sandra
kan delen in de woning die zij vanaf hun huwelijk beschouwen als de gezamenlijke
gezinswoning. Ze openen ook een gemeenschappelijke rekening, maar Simon laat zijn
beroepsinkomen maandelijks storten op een bankrekening die hij reeds voor het huwelijk had.
Sandra heeft ook een dochter uit haar eerdere relatie, Estelle. Zij is op het moment van het
huwelijk 4 jaar en woont bij Sandra en Simon, waar ze opgroeit in een warm gezin. Voor
Estelle’s 16e verjaardag koopt Sandra een paard, zodat Estelle eindelijk haar droomhobby
paardrijden kan uitvoeren. Omdat zowel Sandra als Simon sinds korte tijd werkloos zijn en
het steeds moeilijker wordt om de eindjes aan elkaar te knopen, vermeldt Sandra aan de
verkoper precaire financiële situatie van het gezin.
(A) Is de door Sandra aangegane schuld eigen of gemeenschappelijk?
Aard van de schuld (statuut)
De schuld werd aangegaan voor een paard voor Estelle (kind van Sandra).
Dit valt onder kosten van het gezin/ opvoeding van kinderen.
Besluit: → Volgens art. 2.3.25, §1, 2° BW is dit een gemeenschappelijke schuld.
(Het maakt niet uit: dat Estelle niet het kind van Simon is of de schuld eventueel
“buitensporig” is → dat speelt hier geen rol voor het statuut)
(B) Kan de verkoper beslag leggen op (1) de gezinswoning (2) de bankrekening van
Simon?
Theorie:
Basisregel (obligatio): bij een gemeenschappelijke schuld is verhaal mogelijk op:
Het gemeenschappelijk vermogen
Én beide eigen vermogens
Uitzondering (art. 2.3.28 BW)
Bij buitensporige schuld: → schuldeiser kan zich enkel verhalen op:
Het gemeenschappelijk vermogen
Het eigen vermogen van de schuldenaar (Sandra) → niet op het
eigen vermogen van Simon
In casu: de gezinswoning is ingebracht in het gemeenschappelijk vermogen, dus beslag is
mogelijk. De bankrekening van Simon bestond al voor het huwelijk dus in principe is dit
zijn eigen vermogen, MAAR de inkomsten tijdens het huwelijk worden vermoed
gemeenschappelijk (art. 2.3.22 §3 BW). De rekening bevat vermoedelijk
2
, gemeenschappelijke gelden, en dus beslag is mogelijk (minstens op het
gemeenschappelijke deel).
Uitleg: Als Simon kan bewijzen welk deel echt van hem persoonlijk is
→ dan is dat deel beschermd (bij buitensporige schuld)
Als hij dat niet kan bewijzen
→ dan wordt alles als gemeenschappelijk gezien
→ en kan de schuldeiser op de hele rekening beslag leggen
OEF 2
Tom en Jonas zijn al jaren getrouwd. Tom baat sinds enkele maanden een fietsenwinkel uit in
het centrum van Geel, gespecialiseerd in elektrische mountainbikes. Om zijn toonzaal te
kunnen vullen met de nieuwste modellen, investeert hij 50.000 euro van het geld dat hij
samen met Tom aan de kant had gezet tijdens de laatste jaren. Jonas is werkzaam als
leerkracht wiskunde. De recente hervormingen in het onderwijs wegen zwaar op Jonas. Hij
besluit dan ook om een stapje terug te nemen en zijn carrière even ‘on hold’ te zetten. Tom en
Jonas besluiten op dat moment te investeren in een appartement in Geel. De aankoopprijs van
de woning bedraagt 300.000 EUR. 100.000 EUR van dit bedrag wordt betaald met
opgespaarde gelden uit het gemeenschappelijk vermogen, de overige 200.000 EUR komt uit
een erfenis van een oudtante van Jonas. Jonas helpt ook af en toe vrijwillig mee in de winkel
van Tom zodat hij een tijdje kan bezinnen over de volgende stap in zijn professionele carrière.
Na enkele maanden te hebben gewerkt in de winkel is Jonas klaar voor een nieuwe uitdaging.
Het koppel verkoopt hun appartement en krijgt hier 400.000 euro voor. Met deze geldsom
kopen ze vrijstaande gezinswoning die tevens 400.000 euro kost. Op die manier kunnen Tom
en Jonas zich klaarmaken voor gezinsuitbreiding. De daaropvolgende adoptieprocedure weegt
echter zwaar op het koppel. Uiteindelijk loopt het huwelijk spaak. De gezinswoning is bij het
inleiden van de echtscheidingsprocedure 450.000 EUR waard, het cliënteel van Tom 50.000
EUR en de overige beroepsgoederen 25.000 EUR.
a) Kwalificeer het statuut van de gezinswoning en bepaal de vergoedingsrekeningen met
betrekking tot de gezinswoning.
1. Statuut van de gezinswoning
Waarmee werd de gezinswoning gekocht? De gezinswoning werd gekocht voor 400.000 euro
met de opbrengst van het appartement. Dat appartement was oorspronkelijk gekocht met: -
100.000 euro uit het gemeenschappelijk vermogen -200.000 euro uit de erfenis van Jonas =
eigen vermogen van Jonas
->verkocht voor 400.000 euro en met die opbrengst kopen ze de gezinswoning. Bij
onroerende goederen geldt dat je voor wederbelegging een verklaring van wederbelegging
nodig hebt ->ze hebben dat niet. Gevolg: → de gezinswoning wordt vermoed
gemeenschappelijk te zijn. (Art. 2.3.21, eerste lid BW en art. 2.3.22, §3 BW)
3