Hedendaagse sociologische theorie
Les 1: 11/02/2026
Inleiding
Leerdoelstellingen
Doelstelling
Studenten vertrouwd maken met de belangrijkste debatten, stromingen en
auteurs van de naoorlogse sociologie, met speciale aandacht voor een
aantal maatschappelijke ontwikkelingen en thema’s die de hedendaagse
theorievorming hebben beïnvloed (bv. globalisering, post-kolonialisme, de
naoorlogse evolutie van het kapitalisme)
o Bouwt voort op inzichten van de klassieke sociologische auteurs
(‘klassieke auteurs’)
o Na WO2
Klassieke Sociologische auteurs: ‘klassieke auteurs’
Weber
Durkheim
Marx
Eindcompetenties
Kennis van basisbegrippen en theoretische hoofdstromingen van de
hedendaagse sociologie (incl. begrijpen hoe ze voortbouwen op inzichten
van ‘klassieke’ sociologie)
o Je kent de bouwstenen. Kennis
Inzicht in hoe de besproken sociologische theorieën en analyses
samenhangen met belangrijke sociale ontwikkelingen binnen hedendaagse
samenlevingen (bvb. globalisering, dekolonisering, individualisering)
o Je kan die in hun context plaatsten: theorieën worden gemaakt door
mensen en zijn beïnvloed door plaats en tijd. Inzicht
Verschillende kenmerken en aspecten van de besproken sociologische
theoriekaders en ontwikkelingen accuraat kunnen omschrijven, onderling
vergelijken en creatief toepassen op maatschappelijke thema's
o Je kan ze accuraat omschrijven en ‘toepassen’ op een concreet
voorbeeld
Aangeven hoe de besproken theoriekaders en concepten doorwerken
binnen sociologisch onderzoek en maatschappelijke discussies
o Hoe beïnvloeden theorieën de (wetenschappelijke) wereld?
Relevantie
, In staat zijn primaire sociologische teksten zelfstandig te verwerken, te
bespreken en te contextualiseren. Je kan specifieke vraagstellingen en
problemen op een sociologische wijze verwoorden en hierover schriftelijk
rapporteren in de vorm van een beknopte paper
o Ontwikkeling als socioloog: lezen, schrijven, argumenteren.
Met anderen kunnen argumenteren en discussiëren over gelezen
sociologische teksten en hierover een kritisch standpunt innemen
Praktische afspraken
Leerstof = teksten + slides + notities
o Teksten niet van buiten studeren, want het is een gedeeltelijk open
boek examen
o Je mag woorden vertalen, een inhoudstafel toevoegen, post-its
kleven, markeren mag ook maar niet schrijven
Open boek examen: 3 open vragen en MC vragen
o De open vragen zijn omvattende, conceptueel gerichte vragen die
kunnen aansluiten bij één van de besproken theoriekaders of eerder
peilen naar een vergelijking van verschillende kaders. De derde
open vraag is eerder toepassingsgericht (meer informatie hierover in
de les) (je krijgt bv een krantenartikel en dan moet je daar een
theorie op toepassen)
Logboek bijhouden met ingevoerde prompts en de resultaten en mee
indienen samen met het leesverslag
Hedendaagse Sociologische Theorie?
Theorie?
Wat is theorie?
Geef eens een voorbeeld van een theorie. (algemeen, wetenschappelijk,
sociologisch, …)
-> ruiltheorie: sociaal leven beschrijven in termen van ruil
Wat maakt iets tot theorie?
-> abstracte beschrijving van de werkelijkheid die ons toelaat iets concreet
te beschrijven in iets algemeen
Volgens de tekst van Alexander is theorie het ‘hart van wetenschap’
Examples of definitions
o “Any form of generalization about observations that provides a
potentially useful insight about the world. Useful means that the
theory extends its potential to future actions and understandings”
, -> Iets dat je toelaat om iets abstract om te zetten naar iets alledaags
en concreter
o “A statement about the explanation of a phenomenon”
-> uit leggen wat bepaalde fenomenen veroorzaakt
-> onderliggende patronen waardoor iets gebeurd
o “Logically interconnected sets of propositions from which empirical
uniformities can be derived through empirically testable hypotheses”
o “a statement of relations among concepts within a boundary set of
assumptions and constraints. It is no more than a linguistic device
used to organize a complex empirical world. . . . the purpose of a
theoretical statement is twofold: to organize (parsimoniously) and to
communicate (clearly)”
Er zijn zeer veel definities mogelijk. enkel voorbeelden:
o Van zeer breed: waardoor het ook ‘dagdagelijkse’ theorie omvat: vb
een theorie over Belgische politiek, of over het brood van de bakker
van achter de hoek.
-> Iets dat je toelaat om iets abstract om te zetten naar iets
alledaags en concreter
-> uit leggen wat bepaalde fenomenen veroorzaakt
o als iets wat werkelijkheid helpt te verklaren: set van beweringen die
leiden tot empirisch falsifieerbare hypothesen (Popperiaanse visie
op theorie).
-> verwachtingen over wat gaat gebeuren: theorie testen
(falsifiëren)
Theorie als een parapluconcept waar vanalles onder zit: Van verifieerbare
hypothesen tot speculatie, tot ideeënsystemen. In dit college eerder die
laatste vorm: ideeënsystemen.
Theorie?
Naar een werkdefinitie : Paraplu dat super veel definities omvat; maar om
duidelijkheid te scheppen gaan we een werkdefinitie vormen
Logisch geordend of geïntegreerd geheel van uitspraken over de sociale
werkelijkheid (hoe werkt ze? Basisstructuur? Etc.)
o Logisch geordend: Vertrekken vanuit assumpties, beginselen of
axioma's: dingen die je voor waar aan neemt en op basis daarvan
een theorie opstellen
o Vb theorie van Marx als systematisch geheel, vertrekt van bepaalde
assumpties (vb mens als arbeidend wezen die bestaansvoorwaarden
(kleding, huizen, maatschappij) moet produceren; met bepaalde
‘arbeidsmiddelen’; op basis daarvan vormen zich sociale relaties
(‘productieverhoudingen’) en sociale groepen (‘standen’, ‘klassen’,
etc)
-> zo ontstaan ook sociale relaties; bepaalde sociale groepen die
veel toegang hebben tot productiemiddelen en andere die dat niet
hebben; dit creëert sociale relaties
-> materialistische theorie: alles hangt af van de materiele posities;
arbeidende wezen
o Logisch geheel van uitspraken die naar elkaar verwijzen en elkaar
veronderstellen.
, o Doel van dit vak is deels proberen duidelijk maken hoe theoretische
bouwwerken in elkaar steken. Vaak vanuit vrij eenvoudige
aannames.
o Theoretiseren als een ‘as if’: als we het zo bekijken, wat zien we
dan, waar komen we dan als we het doortrekken?
-> als we veronderstellen dat de mens een arbeidend wezen is en
zijn eigen bestaansvoorwaarden moet produceren, dan …
o De rest komt voort uit die assumpties
Wij focussen op algemene of ‘abstracte’ theorieën (abstraherend van
specifieke tijd en ruimte)
o Abstract.
o In dit vak zijn theorieën abstract en veralgemenend, niet enkel over
1 specifieke gebeurtenis. Het is net de bedoeling dat je er meer mee
kan verklaren.
-> mogelijkheid om te kunnen toepassen op verschillende domeinen
en concrete voorbeelden
Maar ook deze algemene theorieën zijn historische en sociaal ‘gesitueerd’.
Theorieën vertellen ons hoe we de (sociale) werkelijkheid kunnen (of
moeten) begrijpen, maar die werkelijkheid beïnvloedt ook hoe we erover
denken (cf. Alexander - Diagram 1.1.)
-> sociaal, cultureel en historisch gesitueerd, dat moet je begrijpen om
een theorie te begrijpen
o Theorieën sturen de waarnemingen (van de maatschappelijke
werkelijkheid), én de interpretaties van die waarnemingen maar
worden anderzijds zelf mee beïnvloed door de steeds veranderende
maatschappelijke omgeving
Theorieën worden zowel gevormd door ‘empirische observaties’ als door
algemene veronderstellingen
Figuur 1.1. uit de tekst van Alexander: continuüm van wetenschappelijk
(en dus ook sociologisch) denken
Feitelijke, empirische omgeving (reële werkelijkheid) (rechterkant)
-> Theoretische verheldering verschaffen voor de werkelijkheid (=
sociologie)
-> geen louter ethische oefening zoals de sociale filosofie zou zeggen
Theorie stuurt observatie of waarneming
Maar ook omgekeerd: realiteit legt beperkingen op aan theorie
Er is dus een dubbele relatie tussen theorie en feiten.
Les 1: 11/02/2026
Inleiding
Leerdoelstellingen
Doelstelling
Studenten vertrouwd maken met de belangrijkste debatten, stromingen en
auteurs van de naoorlogse sociologie, met speciale aandacht voor een
aantal maatschappelijke ontwikkelingen en thema’s die de hedendaagse
theorievorming hebben beïnvloed (bv. globalisering, post-kolonialisme, de
naoorlogse evolutie van het kapitalisme)
o Bouwt voort op inzichten van de klassieke sociologische auteurs
(‘klassieke auteurs’)
o Na WO2
Klassieke Sociologische auteurs: ‘klassieke auteurs’
Weber
Durkheim
Marx
Eindcompetenties
Kennis van basisbegrippen en theoretische hoofdstromingen van de
hedendaagse sociologie (incl. begrijpen hoe ze voortbouwen op inzichten
van ‘klassieke’ sociologie)
o Je kent de bouwstenen. Kennis
Inzicht in hoe de besproken sociologische theorieën en analyses
samenhangen met belangrijke sociale ontwikkelingen binnen hedendaagse
samenlevingen (bvb. globalisering, dekolonisering, individualisering)
o Je kan die in hun context plaatsten: theorieën worden gemaakt door
mensen en zijn beïnvloed door plaats en tijd. Inzicht
Verschillende kenmerken en aspecten van de besproken sociologische
theoriekaders en ontwikkelingen accuraat kunnen omschrijven, onderling
vergelijken en creatief toepassen op maatschappelijke thema's
o Je kan ze accuraat omschrijven en ‘toepassen’ op een concreet
voorbeeld
Aangeven hoe de besproken theoriekaders en concepten doorwerken
binnen sociologisch onderzoek en maatschappelijke discussies
o Hoe beïnvloeden theorieën de (wetenschappelijke) wereld?
Relevantie
, In staat zijn primaire sociologische teksten zelfstandig te verwerken, te
bespreken en te contextualiseren. Je kan specifieke vraagstellingen en
problemen op een sociologische wijze verwoorden en hierover schriftelijk
rapporteren in de vorm van een beknopte paper
o Ontwikkeling als socioloog: lezen, schrijven, argumenteren.
Met anderen kunnen argumenteren en discussiëren over gelezen
sociologische teksten en hierover een kritisch standpunt innemen
Praktische afspraken
Leerstof = teksten + slides + notities
o Teksten niet van buiten studeren, want het is een gedeeltelijk open
boek examen
o Je mag woorden vertalen, een inhoudstafel toevoegen, post-its
kleven, markeren mag ook maar niet schrijven
Open boek examen: 3 open vragen en MC vragen
o De open vragen zijn omvattende, conceptueel gerichte vragen die
kunnen aansluiten bij één van de besproken theoriekaders of eerder
peilen naar een vergelijking van verschillende kaders. De derde
open vraag is eerder toepassingsgericht (meer informatie hierover in
de les) (je krijgt bv een krantenartikel en dan moet je daar een
theorie op toepassen)
Logboek bijhouden met ingevoerde prompts en de resultaten en mee
indienen samen met het leesverslag
Hedendaagse Sociologische Theorie?
Theorie?
Wat is theorie?
Geef eens een voorbeeld van een theorie. (algemeen, wetenschappelijk,
sociologisch, …)
-> ruiltheorie: sociaal leven beschrijven in termen van ruil
Wat maakt iets tot theorie?
-> abstracte beschrijving van de werkelijkheid die ons toelaat iets concreet
te beschrijven in iets algemeen
Volgens de tekst van Alexander is theorie het ‘hart van wetenschap’
Examples of definitions
o “Any form of generalization about observations that provides a
potentially useful insight about the world. Useful means that the
theory extends its potential to future actions and understandings”
, -> Iets dat je toelaat om iets abstract om te zetten naar iets alledaags
en concreter
o “A statement about the explanation of a phenomenon”
-> uit leggen wat bepaalde fenomenen veroorzaakt
-> onderliggende patronen waardoor iets gebeurd
o “Logically interconnected sets of propositions from which empirical
uniformities can be derived through empirically testable hypotheses”
o “a statement of relations among concepts within a boundary set of
assumptions and constraints. It is no more than a linguistic device
used to organize a complex empirical world. . . . the purpose of a
theoretical statement is twofold: to organize (parsimoniously) and to
communicate (clearly)”
Er zijn zeer veel definities mogelijk. enkel voorbeelden:
o Van zeer breed: waardoor het ook ‘dagdagelijkse’ theorie omvat: vb
een theorie over Belgische politiek, of over het brood van de bakker
van achter de hoek.
-> Iets dat je toelaat om iets abstract om te zetten naar iets
alledaags en concreter
-> uit leggen wat bepaalde fenomenen veroorzaakt
o als iets wat werkelijkheid helpt te verklaren: set van beweringen die
leiden tot empirisch falsifieerbare hypothesen (Popperiaanse visie
op theorie).
-> verwachtingen over wat gaat gebeuren: theorie testen
(falsifiëren)
Theorie als een parapluconcept waar vanalles onder zit: Van verifieerbare
hypothesen tot speculatie, tot ideeënsystemen. In dit college eerder die
laatste vorm: ideeënsystemen.
Theorie?
Naar een werkdefinitie : Paraplu dat super veel definities omvat; maar om
duidelijkheid te scheppen gaan we een werkdefinitie vormen
Logisch geordend of geïntegreerd geheel van uitspraken over de sociale
werkelijkheid (hoe werkt ze? Basisstructuur? Etc.)
o Logisch geordend: Vertrekken vanuit assumpties, beginselen of
axioma's: dingen die je voor waar aan neemt en op basis daarvan
een theorie opstellen
o Vb theorie van Marx als systematisch geheel, vertrekt van bepaalde
assumpties (vb mens als arbeidend wezen die bestaansvoorwaarden
(kleding, huizen, maatschappij) moet produceren; met bepaalde
‘arbeidsmiddelen’; op basis daarvan vormen zich sociale relaties
(‘productieverhoudingen’) en sociale groepen (‘standen’, ‘klassen’,
etc)
-> zo ontstaan ook sociale relaties; bepaalde sociale groepen die
veel toegang hebben tot productiemiddelen en andere die dat niet
hebben; dit creëert sociale relaties
-> materialistische theorie: alles hangt af van de materiele posities;
arbeidende wezen
o Logisch geheel van uitspraken die naar elkaar verwijzen en elkaar
veronderstellen.
, o Doel van dit vak is deels proberen duidelijk maken hoe theoretische
bouwwerken in elkaar steken. Vaak vanuit vrij eenvoudige
aannames.
o Theoretiseren als een ‘as if’: als we het zo bekijken, wat zien we
dan, waar komen we dan als we het doortrekken?
-> als we veronderstellen dat de mens een arbeidend wezen is en
zijn eigen bestaansvoorwaarden moet produceren, dan …
o De rest komt voort uit die assumpties
Wij focussen op algemene of ‘abstracte’ theorieën (abstraherend van
specifieke tijd en ruimte)
o Abstract.
o In dit vak zijn theorieën abstract en veralgemenend, niet enkel over
1 specifieke gebeurtenis. Het is net de bedoeling dat je er meer mee
kan verklaren.
-> mogelijkheid om te kunnen toepassen op verschillende domeinen
en concrete voorbeelden
Maar ook deze algemene theorieën zijn historische en sociaal ‘gesitueerd’.
Theorieën vertellen ons hoe we de (sociale) werkelijkheid kunnen (of
moeten) begrijpen, maar die werkelijkheid beïnvloedt ook hoe we erover
denken (cf. Alexander - Diagram 1.1.)
-> sociaal, cultureel en historisch gesitueerd, dat moet je begrijpen om
een theorie te begrijpen
o Theorieën sturen de waarnemingen (van de maatschappelijke
werkelijkheid), én de interpretaties van die waarnemingen maar
worden anderzijds zelf mee beïnvloed door de steeds veranderende
maatschappelijke omgeving
Theorieën worden zowel gevormd door ‘empirische observaties’ als door
algemene veronderstellingen
Figuur 1.1. uit de tekst van Alexander: continuüm van wetenschappelijk
(en dus ook sociologisch) denken
Feitelijke, empirische omgeving (reële werkelijkheid) (rechterkant)
-> Theoretische verheldering verschaffen voor de werkelijkheid (=
sociologie)
-> geen louter ethische oefening zoals de sociale filosofie zou zeggen
Theorie stuurt observatie of waarneming
Maar ook omgekeerd: realiteit legt beperkingen op aan theorie
Er is dus een dubbele relatie tussen theorie en feiten.