2025-2026
Burgerlijk
procesrecht
3e bachelor
,
,DEEL I. INLEIDING
H1: AARD EN FUNCTIE
§1. SITUERING
Doel van burgerlijk procesrecht = sanctioneren van rechten
Het is een formeel recht
- = geeft de manier aan waarop een recht wordt miskend & hoe je daarmee om moet gaan
Nut van burgerlijk procesrecht:
- Afdwingbaarheid van rechten: geen rechtsstaat zonder procesrecht
- Waarborg van naleving van de wet
MAAR rechtsstaat & het procesrecht staan onder druk
- Justitie is mondiger, maar een magistraat mag bv. nooit toelichting geven in de pers (heeft geen
recht van antwoord), enkel in het vonnis.
§2. BEGRIPSOMSCHRIJVING
RECHTSPREKENDE HANDELING
= fundamenteel grondrecht
‘Rechter spreekt recht’
- Geen rechten scheppen, maar bevestigen van rechten
- Materiële waarheid v. formele waarheid
o Formele waarheid = waarheid die naar voor komt door de bewijsstukken van de
partijen → hierover doe rechter uitspraak
- Definitie:
o Rechter (organiek criterium) beslecht
o aan de hand van rechtsregelen (materieel criterium),1
o met respect voor een aantal essentiële procedurele waarborgen (formeel criterium),
o op een bindende wijze een conflict (<-> gezag van gewijsde)
- Niet enkel rechtvaardigheidstoetsing, maar ook rechtmatigheidstoetsing
Vereiste van een (rechts)geschil
- Kan ook om feitelijk geschil zijn, niet enkel rechtsgeschil
De rechtsprekende handeling is geen exclusiviteit van de rechterlijke macht
- ‘Talio’-principe
o = hand om hand, tand om tand → misdaad milieu blijft hierop steken
- Procesvoering als ‘geciviliseerd geweld’ (Storme & Capelleti, 1980)
- ‘Appropriate Dispute Resolution’
o = bepaald geschil & buitengerechtelijke methodes zijn één van de opties en niet meer
een buitengerechtelijk alternatief
1
a.d.h.v. rechtsregels, regels die partijen onderling zijn overeengekomen
Pagina 1 van 117
,Recht op toegang tot de rechter (o.m. art. 6 EVRM) (⬌ verbod eigenrichting (art. 5 Ger.W.))
Idee: we hebben een breed spectrum aan mogelijkheden waarbij litigation er maar 1 is. Je kan
arbitrage, bemiddeling, …
§3. RECHTERLIJKE MACHT
Organieke betekenis (derde staatsmacht): gewone hoven en rechtbanken (binnen de lijnen)
Functionele betekenis – recht spreken - niet exclusief (buiten de lijnen)
- Rechtssprekende functie wordt door verschillende instellingen gedaan
- Biedt het uitbouwen van die rechtsbescherming meer rechtszekerheid? Zie discrepantie
DISCREPANTIE IN RECHTSPRAAK: HVC & GWH OVER ART. 1022, 4 E LID GER.W.
De rechtscolleges spreken elkaar soms tegen. Het volgende illustreert dat:
- Art. 1022 gaat over rechtsplegingsvergoeding
- GwH: je kan dit artikel enkel lezen in die zin, dat het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding
die verschuldigd is in principe op dat minimum, maar desgevallend op een nog lager bedrag
kan vastgesteld worden dan het minimum. (indien kennelijk onredelijk)
o Gevolg: bijstelling wet → zie volgende
- In 2010 gebeurt een toevoeging aan het art. 1022 n.a.v. arrest GwH
o MAAR cassatie doet 2 uitspraken die het omgekeerde zeggen van GwH
GwH Cass.
De rechtsplegingsvergoeding kan worden Benadrukt het belang van het recht op een
vastgesteld op het door de Koning vastgestelde eerlijk proces en het recht op eigendom van de
minimum. winnende partij. De winnende partij mag niet
onevenredig veel verdedigingskosten moeten
In kennelijk onredelijke situaties kan de rechter
dragen als gevolg van kennelijk onredelijk
deze vergoeding verder verlagen, zelfs tot een
procederen door de verliezende partij.
symbolisch bedrag.
Het Hof van Cassatie stelt dat de
De rechter moet deze beslissing goed motiveren,
rechtsplegingsvergoeding flexibel kan worden
vooral als hij de vergoeding lager vaststelt dan
aangepast, maar niet ten koste van de rechten
het minimum.
van de winnende partij.
Legt de nadruk op de bescherming van de Legt daarentegen de nadruk op de bescherming
verliezende partij die juridische bijstand van de winnende partij tegen onevenredige
ontvangt en de mogelijkheid om de kosten, vooral wanneer de verliezende partij op
rechtsplegingsvergoeding aanzienlijk te verlagen een onredelijke manier heeft geprocedeerd, en
in onredelijke situaties. benadrukt dat de vergoeding flexibel kan worden
aangepast, maar niet ten koste van de rechten
van de winnende partij.
Pagina 2 van 117
,H2: BRONNEN
§1. OVERZICHT VAN DE BRONNEN
1. Grondwet
2. Gerechtelijk Wetboek
3. Bijzondere wetten
4. Internationale verdragen en verordeningen
5. Algemene beginselen van behoorlijke procesvoering
6. Rechtspraak
7. Rechtsleer
8. Gebruiken
GRONDWET
- de erkenning van de “rechterlijke macht” als derde macht in het staatsbestel;
- de aan de hoven en rechtbanken toegekende rechtsmacht om kennis te nemen van geschillen
over burgerlijke en politieke rechten;
- de rechterlijke organisatie;
- de openbaarheid van terechtzittingen;
- de motiveringsverplichting;
- de (functionele) onafhankelijkheid van de rechter in de uitoefening van zijn rechterlijke
bevoegdheden;
- de (functionele) onafhankelijkheid van leden van het openbaar ministerie in de individuele
opsporing en vervolging (minister van Justitie kan vervolging bevelen en strafrechtelijk beleid
bepalen);
- de benoeming voor het leven van rechters (de Koning benoemt en ontslaat de ambtenaren van
het openbaar ministerie);
- de vaststelling van de wedde van de rechter bij wet;
- de Hoge Raad voor de Justitie
GERECHTELIJK WETBOEK
- W. 10 oktober 1967, stapsgewijze in werking getreden (maart 1968 – november 1970)
- Charles Van Reepinghen – Ernest Krings
- objectief: minder omslachtige, snellere en minder kostelijke rechtspleging → niet behaald
- strijd tegen gerechtelijke achterstand
o van lijdelijke rechter naar rechterlijk (procedureel) activisme
o meer dynamiek binnen gerechtelijke organisatie (objectivering toegang, aanwijzing in
mandaten, evaluatie, mobiliteit van magistraten, griffiers en gerechtspersoneel)
o make over gerechtelijke organisatie (hertekening gerechtelijk landschap,
verzelfstandigd beheer voor gerechtelijke organisatie)
- Geen (betrouwbare) informatie over doorlooptijden
- Aantal afgehandelde burgerlijke en commerciële zaken zou meer bedragen dan de instroom
aan nieuwe zaken → gerechtelijke achterstand zou dalen …
- … maar geen (betrouwbare) informatie over het aantal hangende zaken
Pagina 3 van 117
, - Rolrechten zijn laag in België in vergelijking met EU-landen (maar rechtshulp is beperkter dan
in buurlanden)
- Door het gebrek aan gegevens is er geen volledig beeld van de efficiëntie van de Belgische
justitie
- België staat onder verscherpt toezicht van het Comité van Ministers van de Raad van Europa
vanwege de buitensporig lange rechtsgang in burgerlijke zaken in eerste aanleg
BIJZONDERE WETGEVING
- (afwijkende) procedureregels in andere wetboeken of afzonderlijke wetgeving
- eenheid van rechtspleging komt onder druk (cf. art. 2 Ger.W.)
- verkokering van het procesrecht
INTERNATIONAAL & SUPERNATIONAAL RECHT
- Meergelaagde rechtsorde (Unierecht, verdragsrecht (EVRM, Rechten van het Kind,
Beneluxrecht, …), toegenomen internationaal rechtsverkeer
- Belgische rechters worden meer en meer geconfronteerd met Europese en internationale
rechtsinstrumenten (Europese Vo en richtlijnen, EVRM, eengemaakt Beneluxrecht, …) →
interpretatie via internationale rechtscolleges (via techniek van de prejudiciële vraagstelling)
RECHTSPRAAK
- Algemene regel: geen bindende precedentenwerking (art. 6 Ger.W.), wel groot feitelijk gezag
- Wettelijke verplichting tot navolging van uitspraak die het Hof van Cassatie in dezelfde zaak
deed (art. 1110, vierde lid Ger.W.)
- “Rechtszekerheid en gewettigd maatschappelijk vertrouwen in de wet” dwingen rechters tot
naleving rechtspraak GwH ook in andere zaken
- “Vaste” rechtspraak?
o rechtspraakontsluiting faalt → Recht op recht!
o Cerebro-Wet 16 oktober 2022 → De beslissing wordt integraal opgenomen in een voor
het publiek toegankelijke, elektronische databank van vonnissen en arresten van de
rechterlijke orde, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels (art.
782bis; inw. Verdaagd
o MAAR we weten niet wat vaste rechtspraak is, want tot dag van vandaag is er geen
plek waar alle RP te vinden is
RECHTSLEER EN GEBRUIKEN
Rechtsleer:
- Scherpt de geesten en draagt bij tot rechtsvinding, uitbouw en verfijning wetgeving,
ommezwaai in de rechtspraak (de lege lata naar de lege ferenda)
- Rechtsvergelijking
Pagina 4 van 117
,H3. KARAKTERTREKKEN EIGEN AAN HET BURGERLIJK PROCESRECHT
§1. KENMERKEN
NATIONAAL RECHT (IN BEWEGING)
- Nationaal wegens verbondenheid met de volksaard
- Vanuit rechtshistorisch oogpunt tegengesproken (Van Rhee, 1999)
- Evoluties richting een verdere harmonisering
o Res. EP (2017) Common Minimum Standards on Civil Procedure (<-> art. 81 VWEU)
o ELI-UNIDROIT (2020) Model European Rules of Civil Procedure
o Doorwerking rechtspraak HvJ EU en EHRM
GEMENGD PUBLIEK – PRIVAAT KARAKTER
Gemengd karakter, want bepaalde aspecten hangen nauw samen met staatsgezag: hoe we gedwongen
tenuitvoerlegging in goede banen leiden, …
Privaat karakter: effectuering van de materiële belangen van private personen.
ETHISCHE DIMENSIE
Gerechtigheid en billijkheid vereisen equality of arms (cf. art. 4 Ger.W.)2
DYNAMISCH KARAKTER
- Vanuit macro-processueel oogpunt (zie o.m. bijzondere rechtsplegingen)
- Vanuit micro-processueel oogpunt
FORMALISME
- Rechtszekerheid (fair trial): vorm geeft gestalte aan inhoud, maar gevaar voor excessief
formalisme (EHRM)
- Evolutie:
o Gesloten systeem van sancties sinds 1967
o Verdere tendens richting deformalisering (cf. bereiken van het normdoel)
o Het opnieuw verrichten van de proceshandeling (art. 803, tweede lid Ger.W.)
DIENEND KARAKTER?
Het staat ten dienste van materiële recht.
- Is het daarom een tweederangsrecht? Geen eenduidig antwoord
o Het kan verschil maken voor advocaat tot het winnen van de zaak of niet
2
= rechtsgedingen worden behandeld volgens de volgorde waarin ze aanhangig worden gemaakt (= om
klassenjustitie tegen te gaan)
Pagina 5 van 117
, §2. RECHTSVINDINGSMETHODES
- Doelgerichtheid
o Het verkrijgen van een rechterlijke uitspraak als doelstelling (cf. ‘procedere’)
o Voorbeeld m.b.t. art. 1345 Ger.W.
o Als men met iets zit, waarbij men niet zwart op wit oplossing vindt in het BW, dan zit
er een zekere doelgerichtheid in dat men wil komen tot een rechterlijke uitspraak.
- Proceseconomie
o Voorkeur voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel (cf. art. 875bis
Ger.W.)
o Voorbeeld van methode van gedinginleiding
H4: TOEPASSINGSGEBIED
§1. PERSONEEL TOEPASSINGSGEBIED (RATIONE PERSONAE)
Welke rechtssubjecten?
Rechtsbekwame rechtssubjecten = procesbekwame ~
Immuniteit van rechtsmacht
- de Koning (art. 88 en 89 GW en 41 Ger. W.) (intendant/administrateur van de civiele lijst): the
King can do no wrong → onschendbaarheid van de Koning (niet van zijn vermogen)
- personen die diplomatieke bescherming genieten (hoedanigheid belangrijker dan aard van de
handeling) (Verdrag van Wenen 18 april 1961)
- vreemde staten (Verdrag Bazel 16 mei 1972) enkel voor handelingen de iure imperii en niet
voor handelingen de iure gestionis (privaat rechtsverkeer)
- internationale organisaties (bv. VN): absolute immuniteit
§2. MATERIEEL TOEPASSINGSGEBIED ART. 2 GER.W.
Welke rechtsplegingen
In theorie heel breed bereik (‘alle rechtsplegingen’) maar in realiteit beperkt
Subjectief contentieux:
- Subjectieve burgerlijke (art. 144 Gw.) en politieke (art. 145 Gw.) rechten
o Er moet een subjectief recht ten grondslag liggen alvorens je naar hoven &
rechtbanken kan stappen
- Ook bij afdwinging van (subjectieve) rechten tegen de overheid, behoudens bij discretionaire
bevoegdheid
§3. TEMPOREEL TOEPASSINGSGEBIED ART. 3 GER.W.
Toepassing van de wet in de tijd
Art. 3 Ger.W. – De wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging
zijn van toepassing op de hangende rechtsgedingen, (a) zonder dat die worden onttrokken aan
de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn, en (b) behoudens de
uitzonderingen bij de wet bepaald.
Pagina 6 van 117
Burgerlijk
procesrecht
3e bachelor
,
,DEEL I. INLEIDING
H1: AARD EN FUNCTIE
§1. SITUERING
Doel van burgerlijk procesrecht = sanctioneren van rechten
Het is een formeel recht
- = geeft de manier aan waarop een recht wordt miskend & hoe je daarmee om moet gaan
Nut van burgerlijk procesrecht:
- Afdwingbaarheid van rechten: geen rechtsstaat zonder procesrecht
- Waarborg van naleving van de wet
MAAR rechtsstaat & het procesrecht staan onder druk
- Justitie is mondiger, maar een magistraat mag bv. nooit toelichting geven in de pers (heeft geen
recht van antwoord), enkel in het vonnis.
§2. BEGRIPSOMSCHRIJVING
RECHTSPREKENDE HANDELING
= fundamenteel grondrecht
‘Rechter spreekt recht’
- Geen rechten scheppen, maar bevestigen van rechten
- Materiële waarheid v. formele waarheid
o Formele waarheid = waarheid die naar voor komt door de bewijsstukken van de
partijen → hierover doe rechter uitspraak
- Definitie:
o Rechter (organiek criterium) beslecht
o aan de hand van rechtsregelen (materieel criterium),1
o met respect voor een aantal essentiële procedurele waarborgen (formeel criterium),
o op een bindende wijze een conflict (<-> gezag van gewijsde)
- Niet enkel rechtvaardigheidstoetsing, maar ook rechtmatigheidstoetsing
Vereiste van een (rechts)geschil
- Kan ook om feitelijk geschil zijn, niet enkel rechtsgeschil
De rechtsprekende handeling is geen exclusiviteit van de rechterlijke macht
- ‘Talio’-principe
o = hand om hand, tand om tand → misdaad milieu blijft hierop steken
- Procesvoering als ‘geciviliseerd geweld’ (Storme & Capelleti, 1980)
- ‘Appropriate Dispute Resolution’
o = bepaald geschil & buitengerechtelijke methodes zijn één van de opties en niet meer
een buitengerechtelijk alternatief
1
a.d.h.v. rechtsregels, regels die partijen onderling zijn overeengekomen
Pagina 1 van 117
,Recht op toegang tot de rechter (o.m. art. 6 EVRM) (⬌ verbod eigenrichting (art. 5 Ger.W.))
Idee: we hebben een breed spectrum aan mogelijkheden waarbij litigation er maar 1 is. Je kan
arbitrage, bemiddeling, …
§3. RECHTERLIJKE MACHT
Organieke betekenis (derde staatsmacht): gewone hoven en rechtbanken (binnen de lijnen)
Functionele betekenis – recht spreken - niet exclusief (buiten de lijnen)
- Rechtssprekende functie wordt door verschillende instellingen gedaan
- Biedt het uitbouwen van die rechtsbescherming meer rechtszekerheid? Zie discrepantie
DISCREPANTIE IN RECHTSPRAAK: HVC & GWH OVER ART. 1022, 4 E LID GER.W.
De rechtscolleges spreken elkaar soms tegen. Het volgende illustreert dat:
- Art. 1022 gaat over rechtsplegingsvergoeding
- GwH: je kan dit artikel enkel lezen in die zin, dat het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding
die verschuldigd is in principe op dat minimum, maar desgevallend op een nog lager bedrag
kan vastgesteld worden dan het minimum. (indien kennelijk onredelijk)
o Gevolg: bijstelling wet → zie volgende
- In 2010 gebeurt een toevoeging aan het art. 1022 n.a.v. arrest GwH
o MAAR cassatie doet 2 uitspraken die het omgekeerde zeggen van GwH
GwH Cass.
De rechtsplegingsvergoeding kan worden Benadrukt het belang van het recht op een
vastgesteld op het door de Koning vastgestelde eerlijk proces en het recht op eigendom van de
minimum. winnende partij. De winnende partij mag niet
onevenredig veel verdedigingskosten moeten
In kennelijk onredelijke situaties kan de rechter
dragen als gevolg van kennelijk onredelijk
deze vergoeding verder verlagen, zelfs tot een
procederen door de verliezende partij.
symbolisch bedrag.
Het Hof van Cassatie stelt dat de
De rechter moet deze beslissing goed motiveren,
rechtsplegingsvergoeding flexibel kan worden
vooral als hij de vergoeding lager vaststelt dan
aangepast, maar niet ten koste van de rechten
het minimum.
van de winnende partij.
Legt de nadruk op de bescherming van de Legt daarentegen de nadruk op de bescherming
verliezende partij die juridische bijstand van de winnende partij tegen onevenredige
ontvangt en de mogelijkheid om de kosten, vooral wanneer de verliezende partij op
rechtsplegingsvergoeding aanzienlijk te verlagen een onredelijke manier heeft geprocedeerd, en
in onredelijke situaties. benadrukt dat de vergoeding flexibel kan worden
aangepast, maar niet ten koste van de rechten
van de winnende partij.
Pagina 2 van 117
,H2: BRONNEN
§1. OVERZICHT VAN DE BRONNEN
1. Grondwet
2. Gerechtelijk Wetboek
3. Bijzondere wetten
4. Internationale verdragen en verordeningen
5. Algemene beginselen van behoorlijke procesvoering
6. Rechtspraak
7. Rechtsleer
8. Gebruiken
GRONDWET
- de erkenning van de “rechterlijke macht” als derde macht in het staatsbestel;
- de aan de hoven en rechtbanken toegekende rechtsmacht om kennis te nemen van geschillen
over burgerlijke en politieke rechten;
- de rechterlijke organisatie;
- de openbaarheid van terechtzittingen;
- de motiveringsverplichting;
- de (functionele) onafhankelijkheid van de rechter in de uitoefening van zijn rechterlijke
bevoegdheden;
- de (functionele) onafhankelijkheid van leden van het openbaar ministerie in de individuele
opsporing en vervolging (minister van Justitie kan vervolging bevelen en strafrechtelijk beleid
bepalen);
- de benoeming voor het leven van rechters (de Koning benoemt en ontslaat de ambtenaren van
het openbaar ministerie);
- de vaststelling van de wedde van de rechter bij wet;
- de Hoge Raad voor de Justitie
GERECHTELIJK WETBOEK
- W. 10 oktober 1967, stapsgewijze in werking getreden (maart 1968 – november 1970)
- Charles Van Reepinghen – Ernest Krings
- objectief: minder omslachtige, snellere en minder kostelijke rechtspleging → niet behaald
- strijd tegen gerechtelijke achterstand
o van lijdelijke rechter naar rechterlijk (procedureel) activisme
o meer dynamiek binnen gerechtelijke organisatie (objectivering toegang, aanwijzing in
mandaten, evaluatie, mobiliteit van magistraten, griffiers en gerechtspersoneel)
o make over gerechtelijke organisatie (hertekening gerechtelijk landschap,
verzelfstandigd beheer voor gerechtelijke organisatie)
- Geen (betrouwbare) informatie over doorlooptijden
- Aantal afgehandelde burgerlijke en commerciële zaken zou meer bedragen dan de instroom
aan nieuwe zaken → gerechtelijke achterstand zou dalen …
- … maar geen (betrouwbare) informatie over het aantal hangende zaken
Pagina 3 van 117
, - Rolrechten zijn laag in België in vergelijking met EU-landen (maar rechtshulp is beperkter dan
in buurlanden)
- Door het gebrek aan gegevens is er geen volledig beeld van de efficiëntie van de Belgische
justitie
- België staat onder verscherpt toezicht van het Comité van Ministers van de Raad van Europa
vanwege de buitensporig lange rechtsgang in burgerlijke zaken in eerste aanleg
BIJZONDERE WETGEVING
- (afwijkende) procedureregels in andere wetboeken of afzonderlijke wetgeving
- eenheid van rechtspleging komt onder druk (cf. art. 2 Ger.W.)
- verkokering van het procesrecht
INTERNATIONAAL & SUPERNATIONAAL RECHT
- Meergelaagde rechtsorde (Unierecht, verdragsrecht (EVRM, Rechten van het Kind,
Beneluxrecht, …), toegenomen internationaal rechtsverkeer
- Belgische rechters worden meer en meer geconfronteerd met Europese en internationale
rechtsinstrumenten (Europese Vo en richtlijnen, EVRM, eengemaakt Beneluxrecht, …) →
interpretatie via internationale rechtscolleges (via techniek van de prejudiciële vraagstelling)
RECHTSPRAAK
- Algemene regel: geen bindende precedentenwerking (art. 6 Ger.W.), wel groot feitelijk gezag
- Wettelijke verplichting tot navolging van uitspraak die het Hof van Cassatie in dezelfde zaak
deed (art. 1110, vierde lid Ger.W.)
- “Rechtszekerheid en gewettigd maatschappelijk vertrouwen in de wet” dwingen rechters tot
naleving rechtspraak GwH ook in andere zaken
- “Vaste” rechtspraak?
o rechtspraakontsluiting faalt → Recht op recht!
o Cerebro-Wet 16 oktober 2022 → De beslissing wordt integraal opgenomen in een voor
het publiek toegankelijke, elektronische databank van vonnissen en arresten van de
rechterlijke orde, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels (art.
782bis; inw. Verdaagd
o MAAR we weten niet wat vaste rechtspraak is, want tot dag van vandaag is er geen
plek waar alle RP te vinden is
RECHTSLEER EN GEBRUIKEN
Rechtsleer:
- Scherpt de geesten en draagt bij tot rechtsvinding, uitbouw en verfijning wetgeving,
ommezwaai in de rechtspraak (de lege lata naar de lege ferenda)
- Rechtsvergelijking
Pagina 4 van 117
,H3. KARAKTERTREKKEN EIGEN AAN HET BURGERLIJK PROCESRECHT
§1. KENMERKEN
NATIONAAL RECHT (IN BEWEGING)
- Nationaal wegens verbondenheid met de volksaard
- Vanuit rechtshistorisch oogpunt tegengesproken (Van Rhee, 1999)
- Evoluties richting een verdere harmonisering
o Res. EP (2017) Common Minimum Standards on Civil Procedure (<-> art. 81 VWEU)
o ELI-UNIDROIT (2020) Model European Rules of Civil Procedure
o Doorwerking rechtspraak HvJ EU en EHRM
GEMENGD PUBLIEK – PRIVAAT KARAKTER
Gemengd karakter, want bepaalde aspecten hangen nauw samen met staatsgezag: hoe we gedwongen
tenuitvoerlegging in goede banen leiden, …
Privaat karakter: effectuering van de materiële belangen van private personen.
ETHISCHE DIMENSIE
Gerechtigheid en billijkheid vereisen equality of arms (cf. art. 4 Ger.W.)2
DYNAMISCH KARAKTER
- Vanuit macro-processueel oogpunt (zie o.m. bijzondere rechtsplegingen)
- Vanuit micro-processueel oogpunt
FORMALISME
- Rechtszekerheid (fair trial): vorm geeft gestalte aan inhoud, maar gevaar voor excessief
formalisme (EHRM)
- Evolutie:
o Gesloten systeem van sancties sinds 1967
o Verdere tendens richting deformalisering (cf. bereiken van het normdoel)
o Het opnieuw verrichten van de proceshandeling (art. 803, tweede lid Ger.W.)
DIENEND KARAKTER?
Het staat ten dienste van materiële recht.
- Is het daarom een tweederangsrecht? Geen eenduidig antwoord
o Het kan verschil maken voor advocaat tot het winnen van de zaak of niet
2
= rechtsgedingen worden behandeld volgens de volgorde waarin ze aanhangig worden gemaakt (= om
klassenjustitie tegen te gaan)
Pagina 5 van 117
, §2. RECHTSVINDINGSMETHODES
- Doelgerichtheid
o Het verkrijgen van een rechterlijke uitspraak als doelstelling (cf. ‘procedere’)
o Voorbeeld m.b.t. art. 1345 Ger.W.
o Als men met iets zit, waarbij men niet zwart op wit oplossing vindt in het BW, dan zit
er een zekere doelgerichtheid in dat men wil komen tot een rechterlijke uitspraak.
- Proceseconomie
o Voorkeur voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel (cf. art. 875bis
Ger.W.)
o Voorbeeld van methode van gedinginleiding
H4: TOEPASSINGSGEBIED
§1. PERSONEEL TOEPASSINGSGEBIED (RATIONE PERSONAE)
Welke rechtssubjecten?
Rechtsbekwame rechtssubjecten = procesbekwame ~
Immuniteit van rechtsmacht
- de Koning (art. 88 en 89 GW en 41 Ger. W.) (intendant/administrateur van de civiele lijst): the
King can do no wrong → onschendbaarheid van de Koning (niet van zijn vermogen)
- personen die diplomatieke bescherming genieten (hoedanigheid belangrijker dan aard van de
handeling) (Verdrag van Wenen 18 april 1961)
- vreemde staten (Verdrag Bazel 16 mei 1972) enkel voor handelingen de iure imperii en niet
voor handelingen de iure gestionis (privaat rechtsverkeer)
- internationale organisaties (bv. VN): absolute immuniteit
§2. MATERIEEL TOEPASSINGSGEBIED ART. 2 GER.W.
Welke rechtsplegingen
In theorie heel breed bereik (‘alle rechtsplegingen’) maar in realiteit beperkt
Subjectief contentieux:
- Subjectieve burgerlijke (art. 144 Gw.) en politieke (art. 145 Gw.) rechten
o Er moet een subjectief recht ten grondslag liggen alvorens je naar hoven &
rechtbanken kan stappen
- Ook bij afdwinging van (subjectieve) rechten tegen de overheid, behoudens bij discretionaire
bevoegdheid
§3. TEMPOREEL TOEPASSINGSGEBIED ART. 3 GER.W.
Toepassing van de wet in de tijd
Art. 3 Ger.W. – De wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging
zijn van toepassing op de hangende rechtsgedingen, (a) zonder dat die worden onttrokken aan
de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn, en (b) behoudens de
uitzonderingen bij de wet bepaald.
Pagina 6 van 117