Financieel recht
DEEL 1: PRIVAAT BANKRECHT.................................................................................................. 1
Pp 1 Geldrekeningen ................................................................................................................... 1
PP 2 Betalingsdiensten .............................................................................................................. 33
pp 3 kredieten - Deel 1: algemeen en commercieel krediet ........................................................ 78
pp 3 kredieten - deel 2: Consumenten- en hypothecair krediet ................................................ 116
CASUS ufora ............................................................................................................................. 167
BELEGGERSBESCHERMING ....................................................................................................... 170
DEEL 2 PUBLIEK RECHT ......................................................................................................... 196
DEPOSITOBESCHERMING .......................................................................................................... 259
DEEL 3 KAPITAALMARKTRECHT ............................................................................................ 287
GASTCOLLEGE: sustainable finance....................................................................................... 328
geen syllabus, enkel privaat bankrecht een beetje)
! “het waarom” van de regels is belangrijk voor hen
Alle codexen mogen mee
DEEL 1: PRIVAAT BANKRECHT
Pp 1 Geldrekeningen
Les 1
Algemeen
• Relatie tussen kredietinstelling en cliënt (consument of professionels): Geldverrichtingen
vinden doorgaans plaats via rekening
• (beperkte mogelijkheid tot OTC-transacties)
• Geldrekeningen moeten worden onderscheiden van effecten-rekeningen
• Geldrekeningen :
• Zicht- of betaalrekening
• (Gereglementeerde) Spaarrekening
• Termijnrekening
• Belang van het onderscheid: functie + toepasselijke regelgeving + fiscale
behandeling
• Rechtsverhouding tussen kredietinstelling en cliënt:
• Rekeningovereenkomst
1
,wanneer een persoon (NP/RP = consument of proffesional) handelt met een financiële
instelling, wordt in principe een “rekeningovereenkomst” gesloten.
- Het aantal transacties dat juridisch nog kan plaatsvinden zonder het openen
van een rekening is uiterst beperkt. Dit hangt nauw samen met de wens van
de overheid om controle te behouden in het kader van de strijd tegen
witwassen van geld.
- Het uitgangspunt is dat financiële verrichtingen sporen moeten nalaten. Die
sporen blijken doorgaans uit de boeking van de verrichting op een
rekening die wordt aangehouden tussen de bank en de cliënt.
Er bestaan beperkte uitzonderingen:
Een OTC-transactie betekent een “Over The Counter”-transactie. Dat is een
transactie die rechtstreeks tussen twee partijen gebeurt, zonder dat die via een
gereglementeerde beurs verloopt.
- Zo kan bijvoorbeeld een Japanse toerist in Gent Japanse yen wisselen tegen euro bij
een financiële instelling zonder dat daarvoor een rekening moet worden geopend. De
wet stelt hierbij als voorwaarde dat het bedrag niet hoger mag zijn dan €250
- Dergelijke verrichtingen zonder rekening zijn uitzonderlijk; de regel blijft dat een
rekening moet worden geopend.
Soorten geldrekeningen
er bestaan drie types geldrekeningen:
1. zichtrekeningen (of betaalrekeningen),
2. spaarrekeningen,
3. termijnrekeningen.
(kort hier, eronder uitgebreider uitgewerkt)
1) Juridische kwalificatie van geldrekeningen
Bij geldrekeningen geldt dat het creditsaldo (het positieve saldo) juridisch een
vordering vertegenwoordigt van de cliënt op de financiële instelling.
Wanneer er bijvoorbeeld €500 op een zichtrekening staat, betekent dit dat de
rekeninghouder een vordering heeft op de bank ten belope van €500.
Indien de rekening een debetsaldo vertoont, heeft de financiële instelling een
vordering op de cliënt.
De relatie tussen bank en rekeninghouder is dus een obligatoire verhouding.
- De rekeninghouder is geen eigenaar van het geld op de rekening, maar enkel
schuldeiser van de bank.
- Dit heeft belangrijke gevolgen bij een faillissement van de financiële instelling.
De rekeninghouder kan de gelden niet revindiceren, aangezien hij geen
eigenaar is, maar slechts een gewone chirografaire schuldeiser. In
faillissementen betekent dit doorgaans dat slechts een beperkt deel van de
vordering kan worden gerecupereerd.
ð Om dit probleem te ondervangen, werd de Deposito
Beschermingsregeling ingevoerd. Deze regeling beschermt elke
rekeninghouder tot een bedrag van €100.000 per financiële instelling in
geval van faillissement. Dit systeem heeft tot doel het vertrouwen van
rekeninghouders in financiële instellingen te versterken.
2
,>< verschil met effectenrekeningen (NK)
Bij effectenrekeningen geldt een fundamenteel ander juridisch regime.
Effectenrekeningen zijn rekeningen waarop financiële instrumenten worden geboekt,
zoals aandelen, obligaties en deelnemingen in beleggingsfondsen. De bijzondere
wetgeving bepaalt dat de rekeninghouder mede-eigenaar is van deze effecten. Dit
creëert een zakenrechtelijke verhouding. Bij faillissement van de instelling kunnen de
effecten wel worden gerevindiceerd. Voor geldrekeningen is dit niet het geval; daar
gaat het steeds om een vordering op de bank.
2) Spaarrekeningen: gereglementeerd en niet-gereglementeerd
Naast zichtrekeningen bestaan spaarrekeningen, die kunnen worden
onderverdeeld in gereglementeerde en niet-gereglementeerde
spaarrekeningen.
a) Ten eerste bepaalt het welke fiscale behandeling van toepassing is op de
intresten die door de spaarrekening worden gegenereerd.
b) Ten tweede gelden voor gereglementeerde spaarrekeningen specifieke
juridische voorschriften waaraan moet worden voldaan bij het aanbieden
ervan door financiële instellingen.
3) Termijnrekeningen
Het gaat om contracten van bepaalde duur waarbij de gelden gedurende een
vooraf vastgelegde termijn worden vastgezet.
- Deze rekeningen zijn de afgelopen jaren populair geworden, onder meer
omdat banken aantrekkelijke rentevoeten aanboden om gelden die eerder in
staatsbonnen waren geïnvesteerd opnieuw naar de banken te laten
terugstromen.
= Een termijnrekening is een bankrekening waarop je een bepaald bedrag voor
een vaste periode vastzet in ruil voor interest.
Belang van het onderscheid tussen de verschillende rekeningen
is belangrijk omdat:
1. elke rekening een andere functie vervult,
2. de fiscale behandeling verschilt,
3. de toepasselijke regelgeving niet dezelfde is.
Hoewel deze rekeningen op het eerste gezicht gelijkaardig lijken, gelden er in
werkelijkheid verschillende juridische spelregels.
1) Zicht- of betaalrekening
• Contract van onbepaalde duur
• Tegoeden opvraagbaar op zicht
• Mogelijkheid tot verrichten van betalingstransacties (gevolg: toepassing
regelen inzake betalingsdiensten uit boek VII WER (art. VII.4 ev WER))
(infra)
• Vb. Informatiedocument betreffende de vergoedingen (art. VII.4/1
WER)
• Al dan niet mogelijkheid tot het opnemen van krediet (indien krediet: impact
bepalingen Boek VII WER inzake consumentenkrediet)
3
,voordelen:
- De zichtrekening biedt een duidelijk overzicht van je financiële positie en
de beschikbare middelen.
- Ze maakt het mogelijk om eenvoudig betalingstransacties uit te voeren,
zowel door zelf gelden te storten of op te nemen, als door betalingen te
verrichten aan andere deelnemers in het economisch verkeer. De
zichtrekening laat toe om betalingsverplichtingen op een efficiënte manier na
te komen.
- Daarnaast wordt een zichtrekening vaak beschouwd als een veilige manier
om geld te bewaren. Geld op een rekening bij een bank is in principe veiliger
dan contant geld dat thuis wordt bewaard of in een portefeuille wordt
meegedragen.
- Essentieel is dat de zichtrekening het uitvoeren van betalingstransacties
mogelijk maakt.
Betalingsdiensten: Boek VII WER
Omdat een zichtrekening het uitvoeren van betalingstransacties toelaat, zijn de
regels inzake betalingsdiensten van toepassing. Deze regels zijn opgenomen in
Boek VII van het Wetboek Economisch Recht. Dit boek regelt onder meer de rechten
en plichten van gebruikers en aanbieders van betalingsdiensten en vormt een
belangrijk onderdeel van het financieel recht.
De regels inzake betalingsdiensten die zijn opgenomen in Boek VII van het Wetboek
Economisch Recht vormen de omzetting van Europese regelgeving: de tweede
Richtlijn Betalingsdiensten (Payment Services Directive 2 of PSD2).
- Financieel recht is een dynamisch rechtsgebied en deze regels wijzigen
regelmatig: op Europees niveau wordt momenteel gewerkt aan een
“Verordening Betalingsdiensten”. Deze verordening zal de bestaande regels
uit de richtlijn moderniseren en vervangen. Zodra deze verordening in werking
treedt, zullen de overeenkomstige bepalingen in Boek VII WER kunnen
worden geschrapt, aangezien een verordening rechtstreeks toepasselijk is in
de lidstaten, in tegenstelling tot een richtlijn die eerst moet worden omgezet.
- Hoewel de nieuwe verordening een actualisering inhoudt, blijven de
basisprincipes grotendeels dezelfde. Bij de bespreking van de
betalingsdiensten zal vooral aandacht worden besteed aan de belangrijkste
vernieuwingen, onder meer inzake de aanpak van betaalfraude.
o De context van betaalfraude is vandaag fundamenteel anders dan in
2015, toen PSD2 werd uitgewerkt. Fenomenen zoals phishing
bestonden toen nauwelijks of waren veel minder verspreid. Om die
reden heeft de Europese wetgever een moderner kader ontwikkeld
dat beter inspeelt op de huidige risico’s, terwijl de onderliggende
principes behouden blijven.
Omdat een zichtrekening toelaat betalingstransacties uit te voeren, zijn de regels
inzake betalingsdiensten automatisch van toepassing. Deze regels zijn vervat in
Boek VII WER.
Boek VII bevat echter niet enkel bepalingen ter omzetting van de Richtlijn
Betalingsdiensten, maar ook regels die voortvloeien uit de Europese Richtlijn
Betaalrekeningen (Payment Accounts Directive).
4
,Richtlijn Betaalrekeningen (Payment Accounts Directive)
De Richtlijn Betaalrekeningen heeft op Europees niveau drie grote categorieën van
regels ingevoerd.
- België kende een aantal van deze regels reeds vóór de richtlijn, waardoor het
Belgische financieel recht op dit punt als voorloper kan worden beschouwd.
De Europese wetgever heeft zich voor deze richtlijn deels laten inspireren
door bestaande Belgische regelgeving.
Tot de belangrijkste onderdelen van deze richtlijn behoren:
1) de Basisbankdienst,
2) de bankoverstapdienst,
3) de regels inzake het informatiedocument betreffende de vergoedingen.
Informatiedocument betreffende de vergoedingen
Het informatiedocument betreffende de vergoedingen is een document dat door de
kredietinstelling op een duurzame drager aan de consument moet worden verstrekt
vóór het openen van een betaalrekening.
à Het gaat hier om een precontractuele informatieverplichting.
In het financieel recht wordt veel belang gehecht aan contractuele en precontractuele
informatieverplichtingen.
- De achterliggende idee is dat de consument in staat moet zijn een
geïnformeerde beslissing te nemen en met kennis van zaken te kiezen of hij al
dan niet met een bepaalde financiële instelling wenst te contracteren.
- Dit informatiedocument moet duidelijk maken welke kosten aan de consument
zullen worden aangerekend voor het beheer van de rekening en voor het
uitvoeren van betalingstransacties.
o Hoewel zichtrekeningen voor jongeren vaak gratis zijn, geldt dit
doorgaans niet meer vanaf een bepaalde leeftijd. Veel financiële
instellingen rekenen jaarlijkse kosten aan die kunnen oplopen tot
verschillende tientallen euro’s.
Gestandaardiseerde pre-contractuele informatieverplichting
Een typisch kenmerk van het financieel recht is dat de informatieverplichtingen sterk
gestandaardiseerd zijn.
- Het informatiedocument betreffende de vergoedingen moet voldoen aan een
vast stramien en gebruikmaken van voorgeschreven termen en logo’s.
- artikel VII.4/1, zijn gedetailleerde regels opgenomen over de vorm, inhoud,
timing en beschikbaarheid van dit document (bv in lokalen bank ophangen
etc).
Het voordeel van deze standaardisatie is tweeledig.
1) Enerzijds kan de consument de tarieven van verschillende financiële
instellingen eenvoudig vergelijken -> bevordering concurrentie
2) versterkt de bescherming van de consument, doordat hij een geïnformeerde
keuze kan maken (transparntie)
Daarnaast heeft de wetgever de financiële toezichthouder (de FSMA: ‘Financial
Services and Markets Authority') de opdracht gegeven om een vergelijkingswebsite
5
, te ontwikkelen waarop consumenten de kosten van zichtrekeningen bij verschillende
instellingen kunnen vergelijken.
Zichtrekening en mogelijkheid tot negatief saldo
Voor jonge rekeninghouders is een zichtrekening vaak gratis, maar zij beschikken
doorgaans ook niet over de mogelijkheid om onder nul te gaan. Wie geen vast
inkomen heeft, krijgt meestal geen kredietfaciliteit van de bank op zijn zichtrekening
- Wanneer een zichtrekening wel toelaat om onder nul te gaan, betekent dit
juridisch dat de bank krediet verleent aan de consument. Dit is een belangrijke
vaststelling, omdat dit kan leiden tot de toepassing van de regels inzake
consumentenkrediet, die eveneens zijn opgenomen in Boek VII WER.
ð Indien een consument het recht heeft om een negatief saldo aan te
houden op zijn zichtrekening, kunnen de regels inzake
consumentenkrediet (ook boek 7) van toepassing worden. Deze
regelgeving biedt de consument bijzondere bescherming en heeft onder
meer tot doel overmatige schuldenlast te vermijden. Een centrale
doelstelling van het consumentenkredietrecht is te voorkomen dat krediet
wordt verstrekt aan personen die niet (meer) kredietwaardig zijn. De
wetgever wil zo vermijden dat consumenten in een problematische
schuldenpositie terechtkomen.
2) Spaarrekening en gereglementeerde spaarrekening
• Contract van onbepaalde duur
• Tegoeden opvraagbaar op zicht (desgevallend contractueel
gemodaliseerd)
• Nooit debetpositie / kredietverlening (en dus ook geen toepassing van
regelen consumentenkrediet)
• Geen toepassing regelen inzake betalingsdiensten uit Boek VII WER (uitz.
kosteloze beëindiging voor gereglementeerde spaarrekening)
Het doel van een spaarrekening is enerzijds het veilig bewaren van gelden en
anderzijds het realiseren van een rendement via kredietrente.
- >< Dit vormt een belangrijk verschil met de zichtrekening. In België kent geen
enkele financiële instelling vandaag nog rente toe aan consumenten op het
creditsaldo van een zichtrekening, hoewel dit juridisch niet verboden is.
Wanneer men daarentegen onder nul gaat op een zichtrekening, is men wel
debetrente verschuldigd, die gemiddeld rond de 10% ligt.
Bij spaarrekeningen is enkel kredietrente mogelijk.
- Een spaarrekening kan nooit een negatief saldo vertonen.
- Zodra een rekening de mogelijkheid biedt om onder nul te gaan, kan zij
juridisch niet als spaarrekening worden gekwalificeerd en betreft het
noodzakelijk een zichtrekening.
- Rente ligt rond 3,2%
Belastingen op inkomsten uit spaargeld
in principe is op intresten die via een rekening worden verworven roerende
voorheffing verschuldigd.
6
DEEL 1: PRIVAAT BANKRECHT.................................................................................................. 1
Pp 1 Geldrekeningen ................................................................................................................... 1
PP 2 Betalingsdiensten .............................................................................................................. 33
pp 3 kredieten - Deel 1: algemeen en commercieel krediet ........................................................ 78
pp 3 kredieten - deel 2: Consumenten- en hypothecair krediet ................................................ 116
CASUS ufora ............................................................................................................................. 167
BELEGGERSBESCHERMING ....................................................................................................... 170
DEEL 2 PUBLIEK RECHT ......................................................................................................... 196
DEPOSITOBESCHERMING .......................................................................................................... 259
DEEL 3 KAPITAALMARKTRECHT ............................................................................................ 287
GASTCOLLEGE: sustainable finance....................................................................................... 328
geen syllabus, enkel privaat bankrecht een beetje)
! “het waarom” van de regels is belangrijk voor hen
Alle codexen mogen mee
DEEL 1: PRIVAAT BANKRECHT
Pp 1 Geldrekeningen
Les 1
Algemeen
• Relatie tussen kredietinstelling en cliënt (consument of professionels): Geldverrichtingen
vinden doorgaans plaats via rekening
• (beperkte mogelijkheid tot OTC-transacties)
• Geldrekeningen moeten worden onderscheiden van effecten-rekeningen
• Geldrekeningen :
• Zicht- of betaalrekening
• (Gereglementeerde) Spaarrekening
• Termijnrekening
• Belang van het onderscheid: functie + toepasselijke regelgeving + fiscale
behandeling
• Rechtsverhouding tussen kredietinstelling en cliënt:
• Rekeningovereenkomst
1
,wanneer een persoon (NP/RP = consument of proffesional) handelt met een financiële
instelling, wordt in principe een “rekeningovereenkomst” gesloten.
- Het aantal transacties dat juridisch nog kan plaatsvinden zonder het openen
van een rekening is uiterst beperkt. Dit hangt nauw samen met de wens van
de overheid om controle te behouden in het kader van de strijd tegen
witwassen van geld.
- Het uitgangspunt is dat financiële verrichtingen sporen moeten nalaten. Die
sporen blijken doorgaans uit de boeking van de verrichting op een
rekening die wordt aangehouden tussen de bank en de cliënt.
Er bestaan beperkte uitzonderingen:
Een OTC-transactie betekent een “Over The Counter”-transactie. Dat is een
transactie die rechtstreeks tussen twee partijen gebeurt, zonder dat die via een
gereglementeerde beurs verloopt.
- Zo kan bijvoorbeeld een Japanse toerist in Gent Japanse yen wisselen tegen euro bij
een financiële instelling zonder dat daarvoor een rekening moet worden geopend. De
wet stelt hierbij als voorwaarde dat het bedrag niet hoger mag zijn dan €250
- Dergelijke verrichtingen zonder rekening zijn uitzonderlijk; de regel blijft dat een
rekening moet worden geopend.
Soorten geldrekeningen
er bestaan drie types geldrekeningen:
1. zichtrekeningen (of betaalrekeningen),
2. spaarrekeningen,
3. termijnrekeningen.
(kort hier, eronder uitgebreider uitgewerkt)
1) Juridische kwalificatie van geldrekeningen
Bij geldrekeningen geldt dat het creditsaldo (het positieve saldo) juridisch een
vordering vertegenwoordigt van de cliënt op de financiële instelling.
Wanneer er bijvoorbeeld €500 op een zichtrekening staat, betekent dit dat de
rekeninghouder een vordering heeft op de bank ten belope van €500.
Indien de rekening een debetsaldo vertoont, heeft de financiële instelling een
vordering op de cliënt.
De relatie tussen bank en rekeninghouder is dus een obligatoire verhouding.
- De rekeninghouder is geen eigenaar van het geld op de rekening, maar enkel
schuldeiser van de bank.
- Dit heeft belangrijke gevolgen bij een faillissement van de financiële instelling.
De rekeninghouder kan de gelden niet revindiceren, aangezien hij geen
eigenaar is, maar slechts een gewone chirografaire schuldeiser. In
faillissementen betekent dit doorgaans dat slechts een beperkt deel van de
vordering kan worden gerecupereerd.
ð Om dit probleem te ondervangen, werd de Deposito
Beschermingsregeling ingevoerd. Deze regeling beschermt elke
rekeninghouder tot een bedrag van €100.000 per financiële instelling in
geval van faillissement. Dit systeem heeft tot doel het vertrouwen van
rekeninghouders in financiële instellingen te versterken.
2
,>< verschil met effectenrekeningen (NK)
Bij effectenrekeningen geldt een fundamenteel ander juridisch regime.
Effectenrekeningen zijn rekeningen waarop financiële instrumenten worden geboekt,
zoals aandelen, obligaties en deelnemingen in beleggingsfondsen. De bijzondere
wetgeving bepaalt dat de rekeninghouder mede-eigenaar is van deze effecten. Dit
creëert een zakenrechtelijke verhouding. Bij faillissement van de instelling kunnen de
effecten wel worden gerevindiceerd. Voor geldrekeningen is dit niet het geval; daar
gaat het steeds om een vordering op de bank.
2) Spaarrekeningen: gereglementeerd en niet-gereglementeerd
Naast zichtrekeningen bestaan spaarrekeningen, die kunnen worden
onderverdeeld in gereglementeerde en niet-gereglementeerde
spaarrekeningen.
a) Ten eerste bepaalt het welke fiscale behandeling van toepassing is op de
intresten die door de spaarrekening worden gegenereerd.
b) Ten tweede gelden voor gereglementeerde spaarrekeningen specifieke
juridische voorschriften waaraan moet worden voldaan bij het aanbieden
ervan door financiële instellingen.
3) Termijnrekeningen
Het gaat om contracten van bepaalde duur waarbij de gelden gedurende een
vooraf vastgelegde termijn worden vastgezet.
- Deze rekeningen zijn de afgelopen jaren populair geworden, onder meer
omdat banken aantrekkelijke rentevoeten aanboden om gelden die eerder in
staatsbonnen waren geïnvesteerd opnieuw naar de banken te laten
terugstromen.
= Een termijnrekening is een bankrekening waarop je een bepaald bedrag voor
een vaste periode vastzet in ruil voor interest.
Belang van het onderscheid tussen de verschillende rekeningen
is belangrijk omdat:
1. elke rekening een andere functie vervult,
2. de fiscale behandeling verschilt,
3. de toepasselijke regelgeving niet dezelfde is.
Hoewel deze rekeningen op het eerste gezicht gelijkaardig lijken, gelden er in
werkelijkheid verschillende juridische spelregels.
1) Zicht- of betaalrekening
• Contract van onbepaalde duur
• Tegoeden opvraagbaar op zicht
• Mogelijkheid tot verrichten van betalingstransacties (gevolg: toepassing
regelen inzake betalingsdiensten uit boek VII WER (art. VII.4 ev WER))
(infra)
• Vb. Informatiedocument betreffende de vergoedingen (art. VII.4/1
WER)
• Al dan niet mogelijkheid tot het opnemen van krediet (indien krediet: impact
bepalingen Boek VII WER inzake consumentenkrediet)
3
,voordelen:
- De zichtrekening biedt een duidelijk overzicht van je financiële positie en
de beschikbare middelen.
- Ze maakt het mogelijk om eenvoudig betalingstransacties uit te voeren,
zowel door zelf gelden te storten of op te nemen, als door betalingen te
verrichten aan andere deelnemers in het economisch verkeer. De
zichtrekening laat toe om betalingsverplichtingen op een efficiënte manier na
te komen.
- Daarnaast wordt een zichtrekening vaak beschouwd als een veilige manier
om geld te bewaren. Geld op een rekening bij een bank is in principe veiliger
dan contant geld dat thuis wordt bewaard of in een portefeuille wordt
meegedragen.
- Essentieel is dat de zichtrekening het uitvoeren van betalingstransacties
mogelijk maakt.
Betalingsdiensten: Boek VII WER
Omdat een zichtrekening het uitvoeren van betalingstransacties toelaat, zijn de
regels inzake betalingsdiensten van toepassing. Deze regels zijn opgenomen in
Boek VII van het Wetboek Economisch Recht. Dit boek regelt onder meer de rechten
en plichten van gebruikers en aanbieders van betalingsdiensten en vormt een
belangrijk onderdeel van het financieel recht.
De regels inzake betalingsdiensten die zijn opgenomen in Boek VII van het Wetboek
Economisch Recht vormen de omzetting van Europese regelgeving: de tweede
Richtlijn Betalingsdiensten (Payment Services Directive 2 of PSD2).
- Financieel recht is een dynamisch rechtsgebied en deze regels wijzigen
regelmatig: op Europees niveau wordt momenteel gewerkt aan een
“Verordening Betalingsdiensten”. Deze verordening zal de bestaande regels
uit de richtlijn moderniseren en vervangen. Zodra deze verordening in werking
treedt, zullen de overeenkomstige bepalingen in Boek VII WER kunnen
worden geschrapt, aangezien een verordening rechtstreeks toepasselijk is in
de lidstaten, in tegenstelling tot een richtlijn die eerst moet worden omgezet.
- Hoewel de nieuwe verordening een actualisering inhoudt, blijven de
basisprincipes grotendeels dezelfde. Bij de bespreking van de
betalingsdiensten zal vooral aandacht worden besteed aan de belangrijkste
vernieuwingen, onder meer inzake de aanpak van betaalfraude.
o De context van betaalfraude is vandaag fundamenteel anders dan in
2015, toen PSD2 werd uitgewerkt. Fenomenen zoals phishing
bestonden toen nauwelijks of waren veel minder verspreid. Om die
reden heeft de Europese wetgever een moderner kader ontwikkeld
dat beter inspeelt op de huidige risico’s, terwijl de onderliggende
principes behouden blijven.
Omdat een zichtrekening toelaat betalingstransacties uit te voeren, zijn de regels
inzake betalingsdiensten automatisch van toepassing. Deze regels zijn vervat in
Boek VII WER.
Boek VII bevat echter niet enkel bepalingen ter omzetting van de Richtlijn
Betalingsdiensten, maar ook regels die voortvloeien uit de Europese Richtlijn
Betaalrekeningen (Payment Accounts Directive).
4
,Richtlijn Betaalrekeningen (Payment Accounts Directive)
De Richtlijn Betaalrekeningen heeft op Europees niveau drie grote categorieën van
regels ingevoerd.
- België kende een aantal van deze regels reeds vóór de richtlijn, waardoor het
Belgische financieel recht op dit punt als voorloper kan worden beschouwd.
De Europese wetgever heeft zich voor deze richtlijn deels laten inspireren
door bestaande Belgische regelgeving.
Tot de belangrijkste onderdelen van deze richtlijn behoren:
1) de Basisbankdienst,
2) de bankoverstapdienst,
3) de regels inzake het informatiedocument betreffende de vergoedingen.
Informatiedocument betreffende de vergoedingen
Het informatiedocument betreffende de vergoedingen is een document dat door de
kredietinstelling op een duurzame drager aan de consument moet worden verstrekt
vóór het openen van een betaalrekening.
à Het gaat hier om een precontractuele informatieverplichting.
In het financieel recht wordt veel belang gehecht aan contractuele en precontractuele
informatieverplichtingen.
- De achterliggende idee is dat de consument in staat moet zijn een
geïnformeerde beslissing te nemen en met kennis van zaken te kiezen of hij al
dan niet met een bepaalde financiële instelling wenst te contracteren.
- Dit informatiedocument moet duidelijk maken welke kosten aan de consument
zullen worden aangerekend voor het beheer van de rekening en voor het
uitvoeren van betalingstransacties.
o Hoewel zichtrekeningen voor jongeren vaak gratis zijn, geldt dit
doorgaans niet meer vanaf een bepaalde leeftijd. Veel financiële
instellingen rekenen jaarlijkse kosten aan die kunnen oplopen tot
verschillende tientallen euro’s.
Gestandaardiseerde pre-contractuele informatieverplichting
Een typisch kenmerk van het financieel recht is dat de informatieverplichtingen sterk
gestandaardiseerd zijn.
- Het informatiedocument betreffende de vergoedingen moet voldoen aan een
vast stramien en gebruikmaken van voorgeschreven termen en logo’s.
- artikel VII.4/1, zijn gedetailleerde regels opgenomen over de vorm, inhoud,
timing en beschikbaarheid van dit document (bv in lokalen bank ophangen
etc).
Het voordeel van deze standaardisatie is tweeledig.
1) Enerzijds kan de consument de tarieven van verschillende financiële
instellingen eenvoudig vergelijken -> bevordering concurrentie
2) versterkt de bescherming van de consument, doordat hij een geïnformeerde
keuze kan maken (transparntie)
Daarnaast heeft de wetgever de financiële toezichthouder (de FSMA: ‘Financial
Services and Markets Authority') de opdracht gegeven om een vergelijkingswebsite
5
, te ontwikkelen waarop consumenten de kosten van zichtrekeningen bij verschillende
instellingen kunnen vergelijken.
Zichtrekening en mogelijkheid tot negatief saldo
Voor jonge rekeninghouders is een zichtrekening vaak gratis, maar zij beschikken
doorgaans ook niet over de mogelijkheid om onder nul te gaan. Wie geen vast
inkomen heeft, krijgt meestal geen kredietfaciliteit van de bank op zijn zichtrekening
- Wanneer een zichtrekening wel toelaat om onder nul te gaan, betekent dit
juridisch dat de bank krediet verleent aan de consument. Dit is een belangrijke
vaststelling, omdat dit kan leiden tot de toepassing van de regels inzake
consumentenkrediet, die eveneens zijn opgenomen in Boek VII WER.
ð Indien een consument het recht heeft om een negatief saldo aan te
houden op zijn zichtrekening, kunnen de regels inzake
consumentenkrediet (ook boek 7) van toepassing worden. Deze
regelgeving biedt de consument bijzondere bescherming en heeft onder
meer tot doel overmatige schuldenlast te vermijden. Een centrale
doelstelling van het consumentenkredietrecht is te voorkomen dat krediet
wordt verstrekt aan personen die niet (meer) kredietwaardig zijn. De
wetgever wil zo vermijden dat consumenten in een problematische
schuldenpositie terechtkomen.
2) Spaarrekening en gereglementeerde spaarrekening
• Contract van onbepaalde duur
• Tegoeden opvraagbaar op zicht (desgevallend contractueel
gemodaliseerd)
• Nooit debetpositie / kredietverlening (en dus ook geen toepassing van
regelen consumentenkrediet)
• Geen toepassing regelen inzake betalingsdiensten uit Boek VII WER (uitz.
kosteloze beëindiging voor gereglementeerde spaarrekening)
Het doel van een spaarrekening is enerzijds het veilig bewaren van gelden en
anderzijds het realiseren van een rendement via kredietrente.
- >< Dit vormt een belangrijk verschil met de zichtrekening. In België kent geen
enkele financiële instelling vandaag nog rente toe aan consumenten op het
creditsaldo van een zichtrekening, hoewel dit juridisch niet verboden is.
Wanneer men daarentegen onder nul gaat op een zichtrekening, is men wel
debetrente verschuldigd, die gemiddeld rond de 10% ligt.
Bij spaarrekeningen is enkel kredietrente mogelijk.
- Een spaarrekening kan nooit een negatief saldo vertonen.
- Zodra een rekening de mogelijkheid biedt om onder nul te gaan, kan zij
juridisch niet als spaarrekening worden gekwalificeerd en betreft het
noodzakelijk een zichtrekening.
- Rente ligt rond 3,2%
Belastingen op inkomsten uit spaargeld
in principe is op intresten die via een rekening worden verworven roerende
voorheffing verschuldigd.
6